Big Spender test autonomie Hongkong

Het proces tegen de 'Big Spender' gaat niet alleen maar over de veroordeling van een aantal zware jongens uit Hongkong. De rechtszaak gaat ook over de delicate machtsverhouding tussen China en Hongkong.

“De executieplaats waar de verdachten van de Big Spender-zaak misschien doodgeschoten zullen worden, is bezaaid met schoenen van overleden veroordeelden, kogelhulzen en afgedankte handschoenen van het vuurpeloton.' De Hongkongse journalist die naar het executieterrein nabij de Zuid-Chinese stad Guangzhou is gereisd, gaat alvast uit van het ergste. Hoofdverdachte Cheung Tze-keung alias 'Big Spender', alsmede 35 medeplichtigen van een serie roofovervallen, ontvoeringen en vuurgevechten in Hongkong, wacht de kogel.

De media van Hongkong lusten er wel pap van. Niet alleen omdat Cheung wordt berecht voor de sensationele misdaden die hij heeft gepleegd, maar vooral omdat de rechtszaak plaatsheeft in China. De helft van het aantal verdachten komt uit Hongkong, en alle overvallen, vuurgevechten met de politie op klaarlichte dag en de ontvoering van twee Hongkongse zakenmagnaten, hebben plaatsgehad in de speciale administratieve regio (SAR) die Hongkong sinds 1 juli vorig jaar is. Het is dan ook voor het eerst sinds de overdracht dat sprake is van de berechting in China van verdachten die misdaden hebben gepleegd in Hongkong.

Verschillende juristen in Hongkong hebben aan de alarmbel getrokken. Zij beschouwen de zaak als een precedent en als een ernstige inbreuk op de hoge mate van autonomie die Hongkong na het vertrek van de Britten van China heeft gekregen. De vooraanstaande Hongkongse jurist en leider van de oppositionele Democratische Partij in de Wetgevende Raad, Martin Lee Chu-ming, riep begin deze week op tot de uitlevering van Cheung en tot onderhandelingen met China. “Deze zaak staat niet op zichzelf. Zolang geen overeenkomst bestaat tussen Hongkong en China over uitlevering van wetsovertreders, kan geen sprake zijn van een bruikbaar 'een land, twee systemen'-concept', aldus Lee.

Onder het door China uitgedokterde concept wordt de relatieve autonomie van de voormalige kroonkolonie gewaarborgd.

De Chinese autoriteiten zijn zich van geen kwaad bewust, want, zo redeneren zij, de 36 verdachten zijn even over de grens, buiten de SAR opgepakt, en de misdaden zouden op het vasteland van China zijn beraamd. Volgens het Chinese wetboek van strafrecht mag een zaak in China worden behandeld wanneer de misdaad in dat land is bekokstoofd. Artikel 7 van het wetboek gaat zelfs nog een stapje verder en geeft de Chinese autoriteiten het recht Chinese ingezetenen te vervolgen voor misdaden gepleegd in het buitenland.

'Fout', zeggen de kritische juristen in Hongkong: het Chinese wetboek van strafrecht heeft niets met Hongkong van doen. Immers, in de Basis Wet de mini-constitutie van Hongkong die na de overdracht van kracht is geworden, is vastgelegd dat de wetten van de Volksrepubliek China - op een aantal uitzonderingen na, zoals het volkslied en de nationale vlag - niet van toepassing zijn in de SAR. Wat is de betekenis van de Basis Wet, aldus de juristen, wanneer een van de pijlers van de autonomie namelijk het rechtssysteem van Hongkong, onderhevig is aan de invloed van Peking?

De regering van Hongkong, die anders dan de huidige Wetgevende Raad, na de overdracht door China is geinstalleerd, blijkt buitengewoon passief. Minister Elsie Leung Oi-sie van Justitie heeft het recht van China om de verdachten te berechten, vurig verdedigd. Maar op de vraag waarom Hongkong geen beslag heeft gelegd op een zaak die feitelijk binnen de jurisdictie van de SAR valt, is haar antwoord uitgesproken vaag. De regering van Hongkong vindt het blijkbaar wel best dat de verdachten worden berecht in het land waar criminelen in een vloek en een zucht worden veroordeeld, en waar Westerse garanties, zoals het recht tot zwijgen en het behoud van onschuld tot het tegendeel is bewezen weinig betekenis hebben.

Ironisch genoeg heeft een deel van de misdaden waarvoor de 36 worden berecht, officieel nooit plaatsgehad omdat de slachtoffers van beide ontvoeringszaken nooit formeel melding hebben gemaakt van het voorval. Hoofdverdachte Cheung gaf in het deze week beeindigde proces achter gesloten deuren in Guangzhou toe, Victor Li Tzar Kuoi, de zoon van de onroerendgoedmagnaat Li Ka-shing, en Walter Kwok Ping-sheung, eveneens een onroerendgoedmagnaat, te hebben ontvoerd. Niemand had eerder van de ontvoeringszaken gehoord. Cheung en zijn maten zouden in ruil voor de vrijlating van Li en Kwok, die respectievelijk in mei 1996 en september 1997 zouden zijn ontvoerd, maar liefst 211 miljoen Amerikaanse dollar hebben ontvangen.

De weigering van de regering van Hongkong om uitlevering te vragen van de uit Hongkong afkomstige verdachten, heeft wellicht te maken met het feit dat zowel Li Ka-shing als Kwok goede banden onderhoudt met de politieke leiding in Peking. Opmerkingen van de Chinese president Jiang Zemin over “gewelddadige acties' door “kwaadaardige elementen in Hongkong', tijdens een toespraak vlak na de overdracht op 1 juli vorig jaar, doen vermoeden dat de Chinese autoriteiten van de ontvoering van Li's zoon op de hoogte zijn geweest. Misschien is het de uitdrukkelijke wens van Li en Kwok geweest Cheung in China te berechten, die in Peking is gehoord. Want de uitkomst van een dergelijke rechtszaak is in China vrijwel zeker: Cheung wordt in Guangzhou, wanneer het vonnis volgende week wordt bekend gemaakt waarschijnlijk terechtgesteld. In Hongkong zou hij hooguit levenslang hebben gekregen.

De regering van Hongkong is uiterst passief

Ontvoerde Kwok en Li hebben goede banden met Peking

    • Floris-Jan van Luyn