Bedreigende discussie; INTERNATIONALE ZAKEN

Helpt de hulp? Hoe vaak is die vraag al niet gesteld. De Faculteitsvereniging Economie en Econometrie van de Vrije Universiteit Amsterdam zette vorig week haar tiende lustrum luister bij met een symposium over het onderwerp. Niet vaak werd door alle gastsprekers zo de kachel aangemaakt met het huidige ontwikkelingsbeleid, inclusief het Nederlandse beleid.

De gezaghebbende onderzoeker David Dollar (geen pseudoniem) van de Wereldbank presenteerde opvallende cijfers over de ineffectiviteit van de hulp. Volgende week wordt het volledige Wereldbank-rapport onder de titel 'Assessing Aid' officieel gepubliceerd. Wanneer de hulp zou worden geconcentreerd op landen met een goed beleid kunnen met 10 miljard dollar extra niet 7 miljoen maar 25 miljoen mensen meer uit hun situatie van armoede worden gehaald.

Het potentieel voor verbetering van de effectiviteit is enorm, omdat niet minder dan 75 procent van de armen in 32 landen woont met een beter dan gemiddeld economisch beleid. Goed beleid behelst onder meer een evenwichtig begrotingsbeleid, handelsliberalisatie en bestrijding van corruptie.

Dollar kwam vorig jaar in een workingpaper al eens tot opmerkelijke conclusies over bestrijiding van kindersterfte. Indien een arm land met goed beleid een procent van het bbp meer hulp ontvangt daalt de kindersterfte met 0,8 procentpunt. In een land met een 'slecht' beleid is daling nihil.

Waarom is er zo weinig ten goede veranderd in de besteding van de hulp? Volgens Dollar zijn politici ten onrechte van mening dat zij met veel hulpgeld een slecht economisch beleid van landen ten goede kunnen keren.

Een sprekend voorbeeld van hoe het zou moeten is Vietnam. Dat land kreeg aanvankelijk weinig geld, maar wel technische bijstand en trainingen door deskundigen. Een Vietnamese minister erkende tegenover de Wereldbank naderhand zelf dat zijn land in het begin helemaal niet klaar was om grote sommen donorgeld te absorberen.

De grote geldstroom kwam pas enkele jaren geleden op gang, toen Vietnam zijn beleid en structuren had aangepast aan meer moderne eisen.

Inmiddels is Vietnam met China de snelst groeiende Aziatische economie. Juist deze week werd bekend dat de rijsproductie dit jaar een record bereikt en dat de rijstexport met 3,8 miljoen ton hoger dan ooit zal zijn. Het Vietnamese succes is eigenlijk een ongelukje, dat een gevolg is van de jarenlange Amerikaanse boycot.

Voorbeelden van hoe het niet moet zijn er te over. In Afrika valt te denken aan een land als Zambia dat vorig jaar nog ruim 32 miljoen gulden aan Nederlandse bilaterale hulp ontving. Door slecht beleid is het jaarinkomen per hoofd er op 500 dollar blijven steken. “Begin dus met technische hulp. Ideeen werken beter dan geld,' aldus Dollar.

Volgens Wereldbank-onderzoeker Dollar, en ook de Nederlandse hoogleraar Gunning, zit er nog een grote zwakte in het ontwikkelingsbeleid. Donoren denken vaak dat als zij hun hulp nu maar beperken tot steun aan belangrijke sectoren als onderwijs en gezondheidszorg de effectiviteit beter gewaarborgd is, ook bij een minder goed overheidsbeleid in het ontvangende land. In de praktijk betekent het echter alleen maar dat het ontvangende land meer financiele ruimte op zijn budget overhoudt om op een slechte manier te besteden. Hulp heeft dus alleen zin als de hele overheid van een ontwikkelingsland efficient functioneert.

Hoogleraar Gunning wees op nog een opmerkelijk negatief effect van omvangrijke donorhulp aan een land. Bij een grote invloed van donoren (bijvoorbeeld buitenlandse non-gouvernementele organisaties) weten particuliere investeerders vaak niet meer of de hervormingen in een land nu zijn ingegeven door buitenlandse druk of door een bewuste keuze van het land zelf. En dat remt de voor economische ontwikkeling zo belangrijke buitenlandse investeringen.

Dat is een extra argument pas met geld over de brug te komen bij een goed overheidsbeleid in het ontvangende land, want dan kan de donor 'op afstand' blijven. Gunning constateerde op dit punt een paradox in het Nederlandse hulpbeleid. Den Haag belijdt de eigen verantwoordelijkheid van de ontvanger, maar zit hem tegelijk bovenop de huid.

Gunning betoogde vorig jaar in Economisch Statistische Berichten al eens dat de vele belanghebbenden bij de ontwikkelingspot van zes miljard gulden per jaar een echte discussie over effectiviteit “bedreigend' vinden. Twee jaar geleden kon de conclusie in een officieel evaluatierapport dat de Nederlandse hulp slechts “marginaal' effect had op armoedebestrijding het parlement niet in beweging brengen. Terwijl zo'n bevinding eigenlijk tot een parlementaire enquete zou moeten leiden.

Directeur Mennes van de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO, die particuliere investeringen in ontwikkelingslanden bevordert door participaties en garanties, noemde tijdens het seminar een discussie over effectiviteit van de hulp “politiek onmogelijk'. Zijn organisatie probeert de politiek al enige tijd rijp te maken voor een herallocatie van hulp ten gunste van steun aan particuliere investeringen. Ondanks een gunstig advies van de voltallige Sociaal Economische Raad lukt dat nauwelijks.

Deste opmerkelijker is de recente aankondiging van minister Eveline Herfkens de hulp aan tachtig landen terug te brengen tot zo'n twintig landen. Maar Herfkens heeft dan ook jaren doorgebracht bij de Wereldbank, waar het debat over effectiviteit allang tot betere resultaten heeft geleid. De bewindsvrouw kan zich ontpoppen als de Nederlandse versie van Wereldbank-president Wolfensohn, die bij de bank bijkans een revolutie teweeg bracht. Voor zo'n revolutie is het ook in Nederland hoog tijd.