Armageddon naakt!

ZOALS WE WETEN is het Internet een terrein waar het bedrijfsleven zich maar schoorvoetend in durft te begeven. Weliswaar heeft zo'n beetje iedereen tegenwoordig zijn verplichte website, maar meestal zijn het niet meer dan omgewerkte reclamefolders. Banken zijn nog veel banger. Daardoor gonst het weliswaar van de beloftevolle artikelen over e-commerce, de gouden eeuw van de elektronische handel die nu toch iedere dag moet aanbreken, maar blijft het vooralsnog bij simpele postorderactiviteiten op basis van de creditcard. Overheden hebben het ook al moeilijk met het nieuwe medium. Ze staren ernaar als de bewoner van het Catshuis naar een computermuis.

Twee soorten mensen hebben daar geen last van: hobbyisten en lobbyisten. De hobbyisten koloniseerden als eersten het World Wide Web. Maar ook de lobbyisten, de verkopers van schimmige zaken, waren er als de kippen bij. Zendingsdrang is nog steeds een oersterke motivering om nieuwe terreinen te verkennen. Graag zou ik de archieven inzien van Network Solutions, het Amerikaanse bedrijf dat Web-domeinen als .com en .org beheert, na te gaan wanneer bepaalde domeinnamen, de dingen die u kent als 'internet-adressen' gedeponeerd werden. Ik wed dat bij de eerste vijfduizend geregistreerde website-namen de Ku Klux Klan zat, alsmede tenminste één militie uit het Amerikaanse oerwoud, één neo-nazistische groepering en drie bijbelgenootschappen.

Maar voor die onzin is het Internet uiteraard indertijd niet opgebouwd. Ooit begon het als ARPANET. Het project, genoemd naar zijn sponsor, de Amerikaanse Advanced Research Project Agency, had een tweeledig doel. Ten eerste zagen de Amerikanen hun verdediging steeds afhankelijker worden van computers en de communicatie daartussen. Dat maakte het land, dat diep lag ingegraven in de koude oorlog, kwetsbaar. Een paar saboteurs met blikscharen en een paar goedgerichte bommen konden in een wip het Amerikaanse leger veranderen van een geoliede Russenkraker in een blinde, spastische dommekracht. ARPANET moest zorgen dat er tussen punt A en punt B altijd een verbinding bleef bestaan, hoeveel kabels er ook zouden worden doorgesneden.

Het tweede doel was om, als je toch bezig was, de wetenschappelijke wereld en militaire sleutelindustrieën een snel en betrouwbaar communicatiemiddel te geven. Dat bespoedigde immers research, waarvan in Amerika een fors deel militair gericht is, of zelfs door het Pentagon geïnstigeerd en bekostigd wordt.

Het idee achter ARPANET was even simpel als briljant: verbind alles met alles. Maak niet een keurig, spaarzaam netwerk, maar juist een door en door verknoopte spaghettikluwen. Tegen zowel wetenschappelijke als economische en industriële tradities in was dubbelop in dit geval geen vloek, maar een sleutelbegrip.

ARPANET werd in 1968 operationeel, en met groot succes. Tegenwoordig is ARPANET nog maar een bot in het skelet van het Internet. In de gangbare, wat gewrongen beeldspraak een 'backbone', net als de Amerikaanse netten MILNET van het leger en NSFNet van de National Science Foundation en een steeds groeiende reeks netwerken in Europa en elders. Het Internet is dus eigenlijk een kluwen van internetten, die elk weer bestaan uit een kluwen van kleinere netwerken van bedrijven en instellingen, en de verbindingen daartussen.

Het groeiende Net deed ook precies wat het moest doen: de defensie kreeg de gewenste robuustheid — dat wil zeggen: betrekkelijke ongevoeligheid voor beschadigingen — en de academische wereld kreeg een fantastisch communicatiemiddel. Maar ook ontstond er, naarmate meer mensen gegevens op het net plaatsten, als vanzelf een bibliotheek vol gedegen kennis op alle mogelijke gebieden, die zijn weerga in de geschiedenis niet kent.

De groei van die unieke, alomvattende bibliotheek gaat nog steeds door. Voor wie bereid is goed te zoeken, is het Internet echt een ongeëvenaarde schatkamer, een hoorn des overvloeds. Maar sinds ruim een half decennium geleden ook particulieren en het gewone bedrijfsleven toegang kregen tot het Internet, groeit er ook iets anders: een giftige schimmel van reclame, propaganda, en bergen leugens uit onkunde zowel als uit berekening. Daardoor begint het Internet te verworden tot een mondiale borreltafel, waar rijp en groen, zin en onzin, feit en verdachtmaking, bericht en gerucht over tafel vliegen, zonder dat nog uit te maken is wat wel, en wat niet klopt. Een enorme, levensgevaarlijke broddelaar machine.

Allerlei religieuze en pseudo-religieuze propagandisten en schuinsmarcheerders dragen daar danig toe bij, gehinderd door geld noch gebod. Zo'n gistende mix van feiten en fictie is een milieu waarin zij graag hun strikken spannen, waarin ze angstige, onzekere en onwetende medemensen vangen en uitknijpen. Daar wordt hard voor gewerkt. Reli-Websites zitten doorgaans veel beter in elkaar dan gebruikelijk is, en worden zorgvuldig onderhouden.

Een goed voorbeeld van zulke vissers in troebel water is Jack van Impe, een lokale reli-commerçant uit het Amerikaanse Midden-Westen, die in het Internet het wereldwijde podium vond dat de lokale televisie van het afgelegen Nebraska hem niet kon bieden. Technisch is het een van de beste sites die je op dit moment kunt bedenken, compleet met echt werkend geluid en video voor elk systeem. Wie wil weten wat er allemaal kan op een Web-pagina, moet beslist bij hem langsgaan. Maar ook psychologisch zit het gehaaid in elkaar. De man is totaal geschift, maar overgiet zijn boodschap dat de Dag des Oordeels nabij is met een gevaarlijk semi-wetenschappelijk sausje. Het gedoe tussen Israël en de Palestijnen, Saddam Hoesseins bewind en de val van de Berlijnse Muur zijn even zovele voortekenen dat binnenkort 'Híj zijn tempel zal opzetten in Jerusalem. Armageddon is nabij!' Als trekker dient een van de origineelste, maar ook meest perverse interpretaties van het millenniumprobleem die u ooit zag. Zie, luister en huiver op www.jvim.com, maar trap er niet in: uiteindelijk wil de man u alleen maar voor twee geeltjes een video met nog eens anderhalf uur van zijn geraaskal aansmeren. Da's echt alleen leuk als u van 'camp' houdt.

    • Rik Smits