ARGENTIJNSE MIER IS IN CALIFORNIE EEN STUK VRIENDELIJKER

Invasies van (sociale) insecten verstoren, vaak in een groot gebied, het biologisch evenwicht en brengen daardoor grote schade toe aan de landbouw. Bestrijding van dergelijke invasies is duur. Het is van groot belang voor de agrarische sector inzicht te krijgen in de voorwaarden waaronder insecten tot het massaal binnendringen van nieuwe gebieden kunnen overgaan. Uit onderzoek naar de Argentijnse mier blijkt dat verminderde intra-specifieke agressie en de daarmee samenhangende verandering in territoriaal gedrag bijdraagt aan een verhoogde bevolkingsdichtheid de voorwaarde tot een succesvolle invasie (Science, 30 oktober).

David Holway e.a. van de universiteit van California, in San Diego bestudeerden de in Zuid-Amerika inheemse, Argentijnse mier Linepithema humile. Deze betrekkelijk kleine mier valt in zulke grote aantallen Californie binnen, dat zij daar geleedpotigen en ook veel grotere mieren verdringt. Linephitema humile is een mier die zich van oorsprong vijandig opstelt tegen soortgenoten. Mieren uit andere nesten die op het eigen territorium komen, worden verjaagd of gedood. Een conditie die multi-kolonialiteit wordt genoemd. Multi-kolonialiteit beperkt naar men aanneemt de bevolkingsdichtheid omdat de energie om het nest te verdedigen niet gestoken kan worden in groei en onderhoud van het nest of in de voortplanting.

In het gebied waar de Argentijnse mier is binnengedrongen echter, vertoont zij gedragskenmerken die horen bij uni-kolonialiteit. Bij uni-kolonialiteit bestaat er nauwelijks agressie tussen soortgenoten uit verschillende nesten. De grenzen tussen nesten zijn vaag en de onderling verbonden nesten vormen super-kolonies met een enorme bevolkingsdichtheid.

Holway e.a. brachten in het laboratorium tweetallen van Linephitema-nesten bijeen: agressieve en niet-agressieve nestparen, afkomstig uit verschillende- en uit dezelfde locaties. Tijdens het experiment werd onder meer de intraspecifieke agressie gemeten, de werkersterfte, de foerage-activiteiten en de productiviteit.

Gedurende het hele experiment bleven de agressieve mieren agressief tegen elkaar, vaak tot de dood er op volgde. Bij deze paren nam de mortaliteit pas af nadat de territoriumgrenzen waren vastgelegd. Werkers in deze groep bewaakten de tunnels die leidden van de foerageplek naar het nest waarschijnlijk om aanvallen van de andere kolonie te voorkomen.

Bij de niet-agressieve Linephitema daarentegen, bewogen werkers en zelfs koninginnen, zich vrijelijk tussen de nesten. Vergeleken met hun agressieve soortgenoten produceerden deze non-agressieve mieren meer dan drie keer zoveel broedsel. Voor een succesvolle invasie - zeker voor een mier van geringe omvang - is het vermogen om een hoge bevolkingsdichtheid te bereiken van doorslaggevend belang. Hoe het komt dat de Argentijnse mier van multi-koloniale nestvorming overgaat tot de vorming van een uni-koloniaal super-organisme is nog onbekend. (Hans Moll)