Arbeidsbureau gedeeltelijk geprivatiseerd; Taken naar nieuwe centra

De taken van arbeidsbureaus worden opgedeeld. Nieuwe Centra voor Werk en Inkomen (CWI's), waar werklozen aan een baan of een uitkering worden geholpen, zorgen voor registratie van werklozen en vacatures.

Delen van arbeidsbureaus die moeilijk plaatsbare werklozen aan een baan helpen, bijvoorbeeld via scholing, moeten worden geprivatiseerd en gaan concurreren met onder meer uitzendbureaus.

Dat is een van de kabinetsvoorstellen in een discussienota die gisteren naar de Tweede Kamer, sociale partners en bij de sociale zekerheid betrokken organisaties is gestuurd. In de nota schetsen minister De Vries en staatssecretaris Hoogervorst (beide Sociale Zaken) hun “voorlopige denkrichting' over het voortaan achter een overheidsloket laten plaatshebben van de uitvoering van de sociale zekerheid. Achter dit loket, de CWI's, komen het arbeidsbureau, de sociale dienst en andere uitkeringsinstanties.

Het stuk is de basis voor overleg volgende week tussen kabinet werkgevers, werknemers, de arbeidsbureaus verenigd in Arbeidsvoorziening de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de toezichthouder (CTSV) en de coordinator (Lisv) van de sociale zekerheid.

Zowel Arbeidsvoorziening als de vakbonden zien niets in het opdelen van de taken van de arbeidsbureaus. Ze menen dat arbeidsbureaus het aanbod door middel van scholing goed op de vraag kunnen laten aansluiten. Ook vrezen ze dat werklozen met een afstand tot de arbeidsmarkt de dupe worden van concurrentiegedrag van de bemiddelaars, omdat die erop gericht zullen zijn zoveel mogelijk werklozen zo snel mogelijk aan een baan te helpen.

De werkgevers vinden de nota een goed uitgangspunt bieden voor de komende discussies over de vormgeving van het sociale stelsel, waar na 2001 concurrentie moet zijn.

De nota opent de weg naar een compromis over de vraag wie de beoordeling op het recht op een WW- of WAO-uitkering ter hand gaat nemen.

Het 'sociale zekerheidsveld' wil deze zogenoemde claimbeoordeling onderbrengen bij de toekomstige marktpartijen, en staat daarmee recht tegenover het kabinet dat in het regeerakkoord heeft vastgelegd dat alleen overheidsinstanties mogen bepalen of iemand recht heeft op een uitkering, en hoe hoog die moet zijn.

Binnen die grenzen opperen De Vries en Hoogervorst enkele tussenwegen, maar blijven bij het uitgangspunt dat de claimbeoordeling in publieke handen blijft.

Zo blijken ze geporteerd te zijn van het door onderzoeksbureau Nyfer voorgestelde loodsmodel, waarbij een onder het dak van een commerciele uitvoerder gedetacheerde onafhankelijke publieke functionaris bijvoorbeeld bepaalt hoe arbeidsongeschikt iemand is, en dus hoe hoog zijn uitkering moet zijn.