ALLE BALLEN MOETEN NU NAAR MISHA

Misha Latuhihin heeft de loodzware taak de weggestuurde Peter Blange op te volgen als de eerste spelverdeler van de Nederlandse volleybalploeg. “Maar als er in dit landje een betere speler rondloopt, zetten ze die er toch neer', zegt Latuhihin, die vanaf volgende week vrijdag met Nederland meedoet aan het wereldkampioenschap in Japan.

Ook de Nederlandse volleybalselectie heeft zijn kabel. Albert Cristina, een Antilliaan, en Misha Latuhihin, van Molukse afkomst, liggen tijdens toernooien en trainingskampen op een kamer en kunnen het goed met elkaar vinden. In tegenstelling tot het voetbal lopen in het Nederlandse volleybal niet veel gekleurde spelers rond. Latuhihin heeft zich daar in eerste instantie over verbaasd, maar denkt nu de reden te weten. “Allochtonen wonen toch meestal in minder bedeelde buurten. En daar doen ze als sport alleen maar aan pleintjesvoetbal. Ik heb zelf in zo'n wijk geleefd.'

Spelverdeler Latuhihin noemt zichzelf “een halfbloedje'. Zijn vader is Zuid-Molukker, zijn moeder Nederlandse. In het Gelderse Gennep, vlak onder Nijmegen, groeide hij op in beide culturen. Latuhihin: “Mijn oma woonde midden in de Molukse wijk. Ik kwam vaak bij haar. Zo had ik veel Molukse en ook veel blanke vrienden. Het waren twee totaal andere werelden. Bij de Molukkers is het saamhorigheidgevoel groot, de deuren staan er open en iedereen komt bij elkaar over de vloer. Die sfeer sprak me wel aan.'

Toch voelt de 28-jarige volleyballer zich vooral Nederlander. “Ik speel voor het Nederlandse team en alle mogelijkheden die ik heb gekregen, heeft Nederland me geboden. Ik sta ook niet voor het Molukse ideaal te volleyballen. Ik heb dat laatst ook uitgelegd in een krant voor Molukkers. Dat vonden ze vreemd. Maar ik ben niet zo extreem. Ik heb wel veel sympathie voor de eerste generatie Molukkers die in groepjes werd verdeeld en hier zo maar werd neergezet. Het is mooi dat die mensen hun gevoel en ideeen aan hun kinderen overdragen. Maar soms komt daar helaas de haat ook nog bij en die zorgt voor onnodige frustaties.'

Door zijn gemengde afkomst voelt Latuhihin zich vaak een buitenbeentje. Onder de Nederlanders is hij gekleurder dan de anderen en onder de Molukkers is hij juist weer lichter van huid en met zijn 1.89 meter ook langer. “Het bepaalt mijn houding in gezelschap. Ik ben rustig, timide en bekijk alles liever eerst van een afstand. Dat heeft niets met angst te maken. Maar ik wacht wel af of de mensen me accepteren. Of ze me nodig hebben.' Dat laatste is in het volleybal inmiddels wel duidelijk. Alle ballen gaan via hem, want hij is de spelverdeler. Latuhihin: “Ook in een andere rol had ik me nuttig kunnen voelen. Aanvaller, of libero zoals Marko Klok. Maar ik ben nu eenmaal altijd spelverdeler geweest.'

Afgezien van de technische vaardigheden moest Latuhihin ook de karaktereigenschappen van een spelverdeler aanleren. “Ik was vroeger veel agressiever. Dat kwam omdat ik als menneke, als de jongste van de ploegen waarin ik speelde, veel op mijn kloten had gekregen. Daar ga je je dan tegen wapenen. Maar als spelverdeler mag je niet uitflippen. Aanvallers kunnen op hete momenten hun fysiek in de strijd gooien en alle agressie stoppen in een klap. Ik moet juist kalm blijven, contact met mijn ploeggenoten houden en op mijn techniek letten. Daar heb ik me in de beginperiode bij het Nederlandse team nadrukkelijk mee beziggehouden.'

Hij zegt als topsporter profijt te hebben van zijn achtergrond. “Ik ben er door mijn tijd onder de Molukkers achtergekomen dat je toch bijna alles zelf moet doen in het leven. Je krijgt het niet cadeau. Daarom moet je je niet te afhankelijk van anderen opstellen. Molukkers zoeken vaak niet alleen gezelligheid maar ook geborgenheid bij elkaar.

Ze hebben dan niet door dat ze hier toch een eigen leven moeten opbouwen. In een teamsport als volleybal hebben we elkaar nodig om wereldkampioen te worden. Aan de andere kant sta je er ook weer alleen voor. Je bent verantwoordelijk voor je eigen specifieke taken.'

De spelverdeler geeft de indruk sterk in zijn schoenen te staan. Dat moet ook wel als je een topper als Peter Blange opvolgt. Latuhihin weet dat de naam van zijn voorganger - die na een conflict door bondscoach Toon Gerbrands werd weggestuurd - nog vaak zal vallen. “Maar dat zie ik meer als een eerbetoon aan Peter dan als een tekortkoming van mij. Het feit is dat ik er nu sta. Ik heb bewezen dat ik ook op het hoogste niveau kan spelen. Als er een betere spelverdeler rondloopt in dit landje van vijftien miljoen mensen, moeten ze die er maar neerzetten. Zo simpel is het toch?'

Het respect voor de prestaties van zijn voorganger is groot. “Blange heeft unieke kwaliteiten. Hij was jarenlang het gezicht van de volleybalploeg. Dat is een hele prestatie.' Sinds 1994 was Latuhihin de vaste tweede man achter Blange en hij gaf zijn ogen de kost. “Ik heb naar de goede, maar ook naar de slechte dingen gekeken. Van beide steek je wat op. Blange is vooral sterk in stressvolle situaties in het veld. Hij weet meestal precies hoe hij zich dan moet gedragen. Hij is een echt winnaarstype, een gifkikker, maar hij kan ook ineens een enorme rust uitstralen. Zo moet je een toneelstuk spelen, dat is vooral naar je tegenstanders toe belangrijk.'

Latuhihin wist dat hij eens de eerste man van Nederland zou worden. Geduldig wachtte hij op zijn kans. Maar dat hij die al voor het wereldkampioenschap zou krijgen kwam ook voor hem zelf als een verrassing.

Hij was er door een blessure niet bij toen er tijdens de finale van de World League problemen met Blange ontstonden. Latuhihin: “Ik raakte bij de halve finale in Spanje geblesseerd. Daar was de ploeg toen nog heel ontspannen en was er niets te merken van problemen. Later, in Italie, schijnen er vervelende dingen te zijn gezegd en gebeurd. Niemand heeft het me precies verteld. Ik hoef het ook niet te weten. Ik weet dat Toon (Gerbrands, red) alleen beslissingen in het belang van het team neemt.'

Als een van de weinige spelers belde hij Blange na zijn vertrek nog een keer op. “We hebben eerst vijf minuten in een deuk gelegen', vertelt Latuhihin. “Want ik zei dat hij wel in de hoek zat waar de klappen vielen. Hij was niet alleen uit het team gezet, hij was ook nog ziek en tot overmaat van ramp waren de aandelenkoersen flink gedaald. Die grap kon hij wel waarderen. Daarna hebben we even serieus gepraat. Ik heb toen tegen hem gezegd dat ik hem nooit zou aanvallen.'

Het is niet zo dat Latuhihin plotseling in het diepe wordt gegooid. Hij was de afgelopen jaren vaak de vervanger van Blange. “Ik weet dat Peter me heeft gewaardeerd als tweede man. Hij wist dat hij er af en toe makkelijk eens kon uitstappen.' Voor Latuhihin was wat dat betreft de finale van de World League van 1994 een belangrijk moment in zijn carriere. Daar besefte hij voor het eerst dat hij echt op het hoogste niveau kon meekomen. “Ik moest tegen Italie, de thuisploeg spelen en we kwamen met 2-0 in sets voor. Dat was een bijzondere wedstrijd. Ik speelde toen heel goed, maar ik wist ook dat ik nog een lange weg te gaan had.'

Bondscoach Gerbrands beschouwde Latuhihin al lang niet meer als de tweede spelverdeler.

“Het was meer anderhalf dan twee. Want Misha heeft in mijn tijd bij de ploeg eigenlijk meer gespeeld dan Peter Blange.' Gerbrands is niet bang dat Latuhihin bij het WK in Japan voor negatieve verrassingen zal zorgen. De coach zag de speler na Blange's vertrek wel “binnen een minuut' een ander mens worden. “Hij voelde meteen zijn verantwoordelijkheid. Hij zei tegen me: 'Ik wil een prijs gaan halen.' Nee Misha, heb ik hem gezegd het team moet een prijs halen. De hele ploeg begint aan een nieuw proces en niet alleen hij. Hij hoeft die steen niet in zijn eentje in zijn rugzak mee te sjouwen.'

Toch zullen, vooral als het slecht gaat met Nederland, de vergelijkingen vooral over Blange en Latuhihin gaan. “Ik weet dat er een heleboel vragen kunnen komen', zegt de nieuwe spelverdeler van de nationale ploeg. “Dat is niets nieuws voor me. Vanaf het moment dat ik bij het Nederlands team kwam, heb ik beseft dat de belangstelling van buitenaf groot zou zijn. Ik zag hoe de zaken werden uitgediept, soms was dat overdreven en onterecht. Ik wist dat dat mij ook zou kunnen gebeuren. Ik had al veel gezeur verwacht over Avital Selinger en mij. Men vroeg zich destijds af of ik hem wel zou kunnen vervangen. Maar uiteindelijk gebeurde er niets. Die kwestie heb ik kunnen wegspelen. Bovendien was Joop Alberda heel duidelijk in zijn keuze voor mij.'

En nu is Latuhihin dan de spil van de ploeg die de reputatie van Nederland als volleyballand moet hooghouden. “Ik kan niet spelen zoals Blange' stelt Latuhihin voor vertrek naar Japan vast. “Ik ben een ander type spelverdeler. Daarom kan ik in bepaalde situaties meer voor de ploeg betekenen dan Peter. Of het er straks ook op belangrijke momenten uitkomt weet ik niet.

Blange is olympisch kampioen en het zal moeilijk zijn om die prestatie te evenaren. Maar vergeet niet dat er voor Atlanta vaak dom is verloren. Peter heeft er tien jaar over gedaan om het grote succes te halen. Waarom zou ik dat krediet ook niet krijgen?'

Zijn succes zal ook het succes van de Molukse gemeenschap zijn. “Als we ergens in het land spelen, zitten er vaak Molukkers op de tribune', vertelt Latuhihin. “Die zoeken me na afloop op. Ik doe dan mijn best om Maleis met ze te praten. Dat geeft iets speciaals.' Naast Latuhihin bewegen ook de Molukse voetballers Giovanni van Bronckhorst (ex-Feyenoord, nu Glasgow Rangers) en Jerry Taihuttu (MVV) zich momenteel op het hoogste niveau in de sport. “Ik zou het leuk vinden om eens met z'n drieen bij elkaar te komen', zegt de volleyballer. “Het is opvallend dat zij ook halfbloedjes zijn. Ik vraag me af of er een verband tussen zit.'

Hoewel Latuhihin zijn leven in Nederland leidt en zich Nederlander voelt, zal de band met zijn vaderland nooit verdwijnen. Dat gevoel deelt hij met kamer- en ploeggenoot Cristina. Ze praten er weleens over. Moeten ze ooit naar hun roots terugkeren? “Dat ligt voor Albert sterker dan voor mij', zegt Latuhihin. “Hij is op Curacao geboren en heeft daar zijn hele jeugd gewoond. Ik ben hier opgegroeid. Een keer ben ik in Indonesie geweest. Ik was zestien en heb toen de familie van mijn vaderskant leren kennen. Dat bracht vreugde, maar ook veel verdriet. Want ik moest weer afscheid nemen en waarschijnlijk zie ik mijn oma nooit meer. Door het volleybal heb ik geen tijd om snel terug te gaan.'

Waarschijnlijk gebeurt dat na zijn carriere wel en dan mogelijk voor een langere periode. Latuhihin: “Ik zou er niet mijn hele leven kunnen wonen, denk ik.

Er heerst toch armoede op de Molukken. Mijn vader roept ook al twintig jaar dat hij teruggaat. Het enige dat mij wel trekt is dat ik daar voor bepaalde tijd in het volleybal iets zou kunnen doen. Dat spelen ze daar heel veel. Na badminton is het de tweede sport. Misschien kan ik op dat gebied wat voor de mensen betekenen. En ik kan dan meteen mijn familie beter leren kennen.'