ALAN SOKAL

In W&O van 24 oktober wordt de 'grap' van Sokal nog eens breed uitgemeten waarmee hij in een klap de onzin van het sociaal constructivisme zou hebben ontmaskerd. Dit soort tests zijn prima, maar het leedvermaak is wat asymetrisch. Natuurwetenschappelijke tijdschriften plaatsen herhaaldelijk artikelen waarvan later de gegevens op fraude blijken te berusten. Hieruit wordt echter nimmer de conclusie getrokken dat deze wetenschappen fundamenteel niet deugen.

Bovendien worden door Sokal 'postmoderne Franse denkers' zonder aanziens des persoons onder de mat geveegd. Met Latours werk doet Sokal hetzelfde wat hij de 'postmodernen' (wat Latour helemaal niet is of wil zijn) verwijt ten aanzien van de natuurwetenschappen: hij snapt concepten niet en haalt begrippen door elkaar, zoals relativisme en (sociaal) constructivisme. Latour heeft altijd nadrukkelijk afstand genomen van het relativisme, dat uit de constructivistische waarneming (dat wij zelf onze eigen realiteit construeren) de conclusie trekt dat 'anything goes'. Latour (met co-auteur Woolgar in 1979): 'We do not wish to say that facts do not exist nor that there is no such thing as reality. In this simple sense our position in not relativist.'

Latour en Woolgar hebben wel een ander (ijzersterk) punt gemaakt, namelijk dat wetenschap altijd zo mooi klopt met de realiteit omdat onze opvattingen over de realiteit aan diezelfde wetenschap ontleend worden. Dat het hierbij om 'objectieve' in plaats van geconstrueerde kennis lijkt te gaan komt omdat de sporen van van het sociale proces, waarin wetenschappelijke kennis tot stand komt al contruerende worden uitgewist, waardoor uiteindelijk een 'feit' overblijft. Zo'n constructieproces kan lang duren waarbij het feit voortdurend boven de afgrond van de onzin hangt. Wat feit of 'zotteklap' is weten we dus altijd pas 'after the fact' (en voor zo lang als het duurt). Men herinnere zich het voorpaginanieuws over de neutrino's die onlangs hun feit-status bereikten. Met andere woorden: ware kennis zoals vastgelegd in 'natuurwetten' is door mensen geconstrueerde kennis. Dit had Kant al door en is door Latour c.s. van een empirische basis voorzien.

Voor fysici niet iets om zich over op hun pik getrapt te voelen.

Latour en Woolgar zijn tot hun inzicht gekomen op basis van dezelfde praktijk als fysici hanteren: systematisch empirisch onderzoek. Sokal erkent dit, maar vindt dat deze aanpak alleen iets kan opleveren als men zich eerst op het terrein van de desbetreffende natuurwetenschap grondig heeft ingewerkt. Als Latour en Woolgar dat hadden gedaan, hadden ze waarschijnlijk niets baanbrekends gevonden. De hoeksteen van hun antropologische methode is nu juist de agnostische opstelling ten opzichte van het object van onderzoek; 'going native' moet worden vermeden. Immers hoe meer men vertrouwd is met een omgeving, des te minder zich men daarover kan verwonderen. Deze opstelling maakt hun relaas (vooral voor natuurwetenschappers, ik ben er zelf een) juist zo fascinerend. Sokal spoort de sociale wetenschappers in feite aan een basismethode van hun vakgebied te verloochenen. Een merkwaardig advies voor een fysicus.

Gezien Latours verwerping van het relativisme is het pure demogagie om hem de opvatting in de schoenen te schuiven dat de Holocaust, zijnde slechts een 'sociale constructie', in feite niet heeft plaatsgevonden waar de kwalijke suggestie aan kleeft dat Latour in essentie niet beter redeneert dan een neo-nazi. De observatie dat de Holocaust mede mogelijk was op basis van modernenatuurwetenschappelijke kennis en procedures zou in vergelijking daarmee als fatsoenlijk kunnen gelden. Toch aardig dat Latour opponenten die zo te werk gaan nog een fles wijn aanbiedt. Alles bij elkaar genomen leggen Sokal c.s. helemaal geen 'bommetje onder het constructivisme'. Het is niet meer dan een losse flodder. Het enige sentiment van de geinterviewde fysici dat ik kan navoelen is dat je bij Franse filosofen nooit aan het woord komt.