Wil de echte eerste christen opstaan; Den Heyer over Paulus

C.J. den Heyer : Paulus man van twee werelden Uitg. Meinema 323 blz. fl. 39.50

Historisch onderzoek ondergraaft gangbare beeldvorming, het dient er zelfs voor. Zo is dat bij het onderzoek naar Jezus gegaan, tot verdriet van vele gelovigen. Maar ook het kerkelijke beeld van de apostel Paulus wordt erdoor bijgesteld. Een fraaie poging daartoe onderneemt C.J. den Heyer in zijn monografie Paulus. Man van twee werelden. Niet dat er van de historische Paulus net zo weinig overblijft als van Jezus, integendeel zou ik bijna zeggen. Maar er komt toch een heel andere Paulus onder alle retouches vandaan dan de Paulus zoals hij door de christelijke kerken het liefst werd (en wordt) gezien. Geen minder interessante figuur, allerminst zelfs maar wel anders, zelfs - om het wat populair te zeggen - anders dan anders.

Het boek van Den Heyer is met grote kennis van zaken geschreven leest als een trein, om niet te zeggen als een soort detective, waarbij Den Heyer de rechercheur is en de apostel degene die in de kraag gegrepen moet worden. De beeldspraak ligt niet zo ver weg als het lijkt: als Saulus werd de apostel, zoals hij zelf vertelt, op weg naar Damascus, in de kraag gegrepen door Jezus, om voortaan als Paulus door het leven te gaan, en wie is nu deze Paulus? Stichter van het christendom of is dat teveel gezegd? Grondlegger van de christelijke theologie?

Dat laatste zeker! Augustinus, Luther, Calvijn, ze zijn ondenkbaar zonder bijvoorbeeld de brief aan de Galaten en die aan de Romeinen, brieven die bol staan van theologische thema's. Maar kun je van een coherente theologie spreken? Den Heyer zoekt het uit, zowel het leven als het werk van de apostel, met de vinger bij de teksten. Primair bij die van de brieven van Paulus, maar een goede tweede is het boek Handelingen der apostelen, dat uitvoerig informeert over de reizen van Paulus en de moeilijkheden die hij had bij het stichten van christelijke gemeentes in Azie en Europa. Het laatste wat we in Handelingen over hem horen is dat hij tot aan Rome toe is gekomen, als gevangene weliswaar.

Beginnen we met wat bekend is en algemeen aanvaard. Van het totale corpus paulinum, zoals het heet, zijn maar zeven brieven authentiek: Romeinen, 1 en 2 Korinthiers, Galaten Filippenzen, 1 Tessalonicenzen en Filemon. Stijl en woordgebruik wijzen dat met zekerheid uit. Ze zijn bovendien wat bijbellezers nogal eens vergeten al geschreven voor er een letter van de evangelien op papier stond. Paulus wijdt trouwens nauwelijks een woord aan de historische Jezus, maar daar kom ik nog op.

Verrassing

Een veel grotere verrassing, voor de gewone bijbellezer, is de discrepantie tussen wat Paulus zelf over zijn leven vertelt (met name in de brief aan de Galaten) en het relaas daarover van Lucas in Handelingen. Volgens de traditie is die Lucas dezelfde als de Lucas van het evangelie. Die was daarover heerst overeenstemming een tijdgenoot van Jezus, maar stelde zijn evangelie samen toen er overal reeds christelijke gemeentes waren ongeveer 80/90 na Christus. Ook het boek Handelingen stamt uit deze tijd dus de Lucas die tijdgenoot was van Paulus (de arts Lucas), kan het boek Handelingen niet geschreven hebben. Het is een achteraf-boek, zelfs een boek met een theologisch belang: het idealiseert de eerste christelijke gemeenten, en laat mede om die reden in historische zin nogal eens een steek vallen. Den Heyer gebruikt het wel om er gegevens over Paulus uit op te diepen, maar als hij moet kiezen tussen Galaten en Handelingen kiest hij onomwonden voor Galaten, dus voor Paulus zelf.

Dat maakt wel wat uit, vooral als het om Paulus' relatie met de joden en de eerste joodse Jezusgemeente gaat, en haar leiders. Baasjes natuurlijk, zo dicht bij de Heer gezeten (van Kilsdonk hoorde ik eens spreken over het 'Jezuskalifaat' in Jeruzalem). Maar Paulus is er, als we Galaten volgen niet bang voor. Hij veegt Petrus zelfs de mantel uit, als die zijn strategie ten aanzien van de niet-joden ondermijnt. Paulus heeft zijn eigen roeping, de 'openbaring' onderweg naar Damascus, en wil noch kan zich afhankelijk maken van de goedkeuring van de leiders in Jeruzalem.

Via dit verhaal komt ook al iets van het karakter van Paulus aan het licht: een heethoofd, overtuigd van eigen gelijk, onbuigzaam en vooral tomeloos.

Het profiel van een ijveraar, daarmee is hij nog het beste getypeerd.

Vanuit zijn brieven wordt dat beeld door Den Heyer aannemelijk gemaakt. Van elke brief geeft hij een beknopte bespreking waarbij hij vooral geinteresseerd is in de herkomst van de thema's die Paulus erin naar voren brengt. 'Contextueel' is hier het sleutelwoord we moeten volgens hem vooral niet denken dat Paulus een theologie ontwikkelt, noch in Romeinen, noch in Galaten, en overduidelijk niet in de brieven aan de Korinthiers. Hij gaat op hun situatie in, op vragen die er gerezen zijn, op berichten die hij over die gemeentes heeft gehoord en redeneert dus volgens Den Heyer telkens ad hoc. Hij moet ook zelf al doende nog leren, wat het christendom inhoudt.

Daarom kan Paulus moeilijk model staan voor de theologie van de christelijke kerk, niet alleen omdat de kloof tussen toen en nu niet te overbruggen valt, maar ook omdat er geen samenhangende theologie uit zijn brieven kan worden gedestilleerd. Hij begon, zonder twijfel, als joodse apocalypticus, als aanhanger van de idee dat het einde der wereld nabij was en dat de mensen haast moeten maken met hun bekering tot God (lees vooral 1 Tessalonicenzen) Maar gaandeweg wordt hij meer en meer een man van twee werelden: jood en niet-jood tegelijk (in Klein Azie, waar hij geboren was gepokt en gemazeld door de helleense cultuur). Een pragmaticus, die al naar gelang de situatie, beide kanten kon laten zien. Een 'kameleon' noemt Den Heyer hem zelfs, al bleef hij in hart en nieren een jood.

Er valt dus aanmerkelijk meer over Paulus te vertellen dan over Jezus althans als het om historische vaststaande gegevens gaat. Paulus heeft de historische Jezus nooit ontmoet.

Hij verschijnt pas op het toneel als Jezus al enkele jaren dood is, en er al een christelijke gemeente in Jeruzalem bestaat, waartegen Paulus als een razende Roeland tekeer is gegaan. Hij zal meer dan eens vertellen (later) hoezeer hij zich voor die periode in zijn leven schaamt. Er worden meer spannende kwesties aan de orde gesteld: Lucas heeft volgens Den Heyer een betere tekst over het Heilig Avondmaal dan Paulus, want Lucas weet nog niets van een bevel tot herhaling. Maar ik moet het bij deze enkele hints laten.

Waarom refereert Paulus nooit aan de historische Jezus? De vraagt brengt mij tot een milde kritiek op het boek van Den Heyer. Mild, want hij schrijft, zegt hij uitdrukkelijk, als historicus-biograaf en niet als theoloog. Maar ook een historicus heeft de plicht een gooi te doen naar Paulus' ideeenwereld vooral als hij zich aan een typering van Paulus' brieven waagt. Die hoeft niet samen te vallen met wat Luther of Calvijn ervan maakten, of als men wil: Manuel van Loggem in zijn roman over Paulus (Paulus is er bijna gereformeerd!).

Maar zodra de vraag naar Paulus' theologie aan de orde komt, minimaliseert Den Heyer met behulp van het toverwoord 'contextueel' ineens, heel sterk zelfs. De afwezigheid van de historische Jezus is toch een constante bij Paulus, een veelzeggende. Den Heyer maakt daar geen werk van.

Ook de verzoenings-terminologie, bijvoorbeeld de uitdrukking 'Christus voor ons een vloek geworden', wordt zo dun mogelijk uitgelegd. Met de woorden 'voor ons' bedoelt Paulus zichzelf zegt Den Heyer. Het tekstregister achter in het boek, onvolprezen hulpmiddel om de auteur te volgen, verraadt hem tegelijk. 'Die zelfs zijn eigen zoon niet gespaard heeft, maar voor ons allen overgegeven' (Romeinen 8,32), een van de meest 'aanstotelijke' teksten van Paulus, komt er niet in voor.

Den Heyer wil zijn vingers niet nog een keer branden lijkt het wel, zoals met zijn vorige boek over de verzoening, dat onder orthodoxe gereformeerden op felle kritiek stuitte. Allicht is Paulus niet de leer van Anselmus toegedaan, maar kunnen de boeken daarmee voor gesloten worden verklaard? Door die allergie tegenover Paulus' theologie houdt Den Heyers boek iets afstandelijks. Als historisch onderzoek kan ik het niet genoeg prijzen: het legt in normale taal heel het Paulusonderzoek op tafel. Maar we weten niet wat Den Heyer er zelf van gelooft. Dat vind ik jammer. Lectuur over het geloof moet iets verraden van het geloof van de schrijver zelf.