VN bevestigen gruweldaden van Talibaan-militie

Vier- tot vijfduizend burgers zijn in augustus gedood door Talibaan-milities na hun verovering van de Noord-Afghaanse stad Mazar-i-Sharif. Zeker duizend dorpelingen werden gedood na de verovering van de centrale provincie Bamiyan, enkele weken later.

Dat schrijft de Zuid-Koreaanse rapporteur voor de Verenigde Naties Choong-Hyun Paik, in een rapport over de massale schendingen van de mensenrechten in het noorden en midden van Afghanistan gedurende de afgelopen maanden.

In Mazar-i-Sharif hielden de Talibaan-soldaten zes dagen lang huis, waarbij minderheden, vrouwen en kinderen werden gemarteld en geexecuteerd op straat en in hun huizen. Meer dan honderd mensen kwamen om door verstikking doordat zij in metalen containers waren gestopt en urenlang aan de hitte van de zon werden blootgesteld, aldus het rapport. Eerder meldde Amnesty International al dat enkele duizenden mensen waren vermoord in Mazar-i-Sharif.

In Mazar werden ook negen Iraanse diplomaten en een Iraanse journalist vermoord door Talibaan-milities. De moorden leidden tot een zeer scherpe confrontatie met Iran, dat nog steeds ruim een kwart miljoen militairen langs de grens met Afghanistan heeft geposteerd.

De leider van de Talibaan, mullah Mohammed Omar, zei naar aanleiding van de eerste berichten over de massaslachting in Noord-Afghanistan, dat de schuldigen zouden worden gestraft. Maar naar nu blijkt, zijn na die waarschuwing ook honderden burgers vermoord in de midden-Afghaanse provincie Bamiyan, waar veel Hazara's wonen, een shi'itisch-islamitische minderheid. De extreem-religieuze Talibaan zijn overwegend sunnitische Pathanen, de grootste bevolkingsgroep in Afghanistan.

Een woordvoerder van de Talibaan bestempelde het VN-rapport als “propaganda van onze tegenstanders'. Volgens hem leidt het rapport tot “ongefundeerde vooroordelen' over de Talibaan. Verder beschuldigde hij de VN-rapporteur ervan dat hij “geen van de feiten heeft geverifieerd'.

De VN hebben enkele maanden geleden alle buitenlandse hulpverleners uit Afghanistan teruggetrokken nadat twee Afghaanse VN-medewerkers en een Italiaanse VN-soldaat in koelen bloede waren vermoord. De VN eisten een diepgaand onderzoek voordat de organisatie terugkeert naar Afghanistan. Ook willen zij van de Talibaan garanties omtrent de veiligheid van het personeel.

Ondertussen lijdt vooral de bevolking van de hoofdstad Kabul onder de afwezigheid van Westerse hulpverleners. Na de Amerikaanse raketaanvallen op vermeende terroristische kampen van de Saoedische banneling Osama bin Laden vertrokken de meeste organisaties. Alleen Artsen zonder Grenzen, het Rode Kruis en een aantal kleinere organisaties werken nu met buitenlands personeel in Afghanistan. “Zeker nu de strenge winter voor de deur staat wordt het heel moeilijk voor de Afghaanse bevolking, die voor een groot gedeelte is aangewezen op voedselhulp en medische voorzieningen van de hulporganisaties', zei D. van der Tak van Artsen zonder Grenzen onlangs in de Pakistaanse stad Peshawar.