Tovertrommel, tovereiland/en toverfluit; Onbekend deeltijdwerk van Mozart

Mozart werkte in Salzburg geregeld mee aan een soort volksmuziektheater waarbij verschillende componisten met elkaar aan een partituur schreven. Zo ontstond de komische opera 'Der Stein der Weisen, oder die Zauberinsel', die vorige week in premiere ging.

Hitziges Frieselfieber, zo luidt de doodsoorzaak op de op 5 december 1791 opgetekende overlijdensakte van Wolfgang Amadeus Mozart. De leek huivert en vermoedt instinctief de taaie doodsstrijd die zich achter de geblindeerde ramen op de tweede verdieping van het kleine Kaiserhaus in de Weense Rauhensteingasse moet hebben afgespeeld. De hitsige, acuut ingetreden zwellingkoorts die de k.k.Kapellmeister und Kammer Compositeur op 36-jarige leeftijd fataal werd, is in medisch opzicht een tamelijk vage, algemene diagnose. In Berlijnse en Praagse bladen verschenen berichten dat Mozart zou zijn bezweken aan Herzwassersucht. Een vergelijkbaar ziektebeeld, maar een die de mogelijkheid van een gifmoord niet uitsluit. Het was het begin van een stroom van geruchten en complottheorien. Hij zou om het leven zijn gebracht door rivaliserend componist Antonio Salieri (1750-1825), of door de Vrijmetselaars, vanwege het prijsgeven van hun geheime inwijdingsrites in Die Zauberflote. Deze speculaties kregen een zeker gewicht door Poesjkins eenakter Mozart en Salieri, uit 1830. Hierin verstrekt Salieri aan Mozart een opdracht voor het schrijven van een Requiem en overhandigt hem na de voltooiing daarvan de gifbeker. Dit stuk, in 1898 getoonzet door Rimsky-Korsakoff, stond tevens model voor de giebelende Amadeus (1984) van Milos Forman. Vast staat dat de medische bijstand die Mozart ontving hem niet bepaald heeft geholpen, al geschiedde het naar de beste inzichten van die tijd. Naast het gebruikelijke aderlaten, was behandelend geneesheer Dr.Thomas Franz Closset een fervent voorstander van braakmiddelen. Dit zou de uitslag en ontstekingen die het gehele lichaam van de patient overdekten meer 'van de huidoppervlakte verdrijven'.

Toen op de avond van de vierde december Mozarts hoofd van de koorts plotseling was gaan zwellen, kostte het nog de nodige moeite om Dr.Closset te overreden zich van het theater naar het ziekbed te begeven. Hij wilde eerst het Ende der Piece afwachten zoals het een waar muziekliefhebber betaamt.

Van een componist als Mozart, bij leven al een internationale beroemdheid, zou men verwachten dat zijn verzamelde werk reeds lang en breed in kaart is gebracht. Toch beleefde op 31 oktober in Boston Der Stein der Weisen, oder die Zauberinsel, een opera waarvan Mozart co-auteur is, zijn 20ste-eeuwse premiere. Het stuk werd vorig jaar door de Amerikaanse musicoloog David Buch herontdekt in de bibliotheek van Hamburg.

Een internationaal forum van Mozart-vorsers, dat de partituur tegen het licht heeft gehouden spreekt inmiddels van een belangwekkende vondst. Der Stein der Weisen is een Singspiel, een komische opera met gesproken dialogen, afkomstig uit de muziektheaterfabriek van Emanuel Schikaneder. Deze was een soort laat 18de-eeuwse Joop van den Ende: een producent van volks muziektheater, die een team van tekstdichters en componisten en vormgevers om zich heen had verzameld. Door samenwerking kon er sneller worden ingespeeld op de wensen en modegrillen van het publiek.

Carnavalesk

Mozart had Schikaneder al in 1780 in Salzburg leren kennen, een ontmoeting waaruit Zaida voortkwam, een nimmer gerealiseerd project waarvan het grootste deel van de muziek bewaard is gebleven. Het is het schoolvoorbeeld van een Singspiel, waarin platte, carnavaleske teksten als Lass mich deine Knie umfassen, doch ich muss dich schnell verlassen worden afgewisseld met zinderende aria's als Tiger! wetze nur die Klauen.

Toen Schikaneder in 1789 directeur werd van het Theater auf der Wieden, wist hij Mozart, die juist besloten had zich permanent in Wenen te vestigen spoedig over te halen om mee te werken aan de totstandkoming van het muziektheaterbedrijf dat hem voor ogen stond. Het verhaal van Der Stein der Weisen is gebaseerd op een novelle van Christoph Martin Wieland, een allegaartje van middeleeuwse alchemie, magie, een tovereiland en een dun plot omtrent een geroofde schat. Sprookjesopera's waren de mode van de dag van het Weense publiek en Schikaneder scoorde de ene hit na de andere. Deze trend was in 1789 in gang gezet door Oberon, Konig der Elfin van Paul Wranitsky, een andere componist uit zijn stal. Een snufje egyptologie een toefje chinoiserie, geheimzinnige rituelen, de ontsnapping van een blanke slavin uit een harem, monsters en demonen, verre, paradijselijke koninkrijken; als het maar exotisch was, niet al te moeilijk te volgen en ruimte bood voor imposante theatrale effecten. Behalve Mozart, leverden Franz Xaver Gerl, Benedikt Schack, Johann Henneberg en Schikaneder zelf muzikale bijdragen aan Der Stein der Weisen. Wie wat deed, staat keurig vermeld bovenaan de partituur, al nam men het niet zo nauw met het betreden van elkaars territorium. Zo schrijft Felix Joseph Lipowski in een kroniek van het Weense muziekleven: “Vaak kwam Mozart langs bij Schack, om hem op te halen voor een middagwandeling. Terwijl deze zich verkleedde, zat Mozart aan zijn schrijftafel en componeerde hier en daar verder aan datgene wat hem daar voor handen lag.'

Musicoloog David Buch trof in Hamburg tevens de partituur aan van Der wohltatige Derwisch een stuk dat wordt opgeluisterd door een tovertrommel, een vuurspuwende draak en wervelende derwisjen.

Ook deze opera werd door het collectief vervaardigd voor het Theater auf der Wieden en het vermoeden bestaat dat er nog meer van dergelijke stukken moeten zijn. De herontdekte Mozart-partituren zijn afkomstig uit een verzameling documenten en kunstschatten, die in het nazi-tijdperk buiten de stad werden gebracht, veilig voor de luchtbombardementen. Daar werden ze door het Russische leger geconfisqueerd en als oorlogsbuit meegevoerd. Begin jaren negentig werden ze door St.Petersburg weer aan de stad Hamburg teruggegeven. Het materiaal verkeerde echter in een dermate deplorabele conditie, dat onmiddellijk besloten werd om het in een diepvriescel op te slaan. Dit voorkwam verder intrekken van het vocht en riep een halt toe aan voortwoekerende schimmelvorming. Het lijkt een raadsel waarom het meer dan twee eeuwen geduurd heeft om deze stukken weer naar de oppervlakte te krijgen, temeer daar er in diverse geschriften melding werd gemaakt van Mozarts collaboratie. Musicologen vertonen over het algemeen een allergie voor het stof van de archiefkasten. Liever wijdt men zich vanuit het comfort van de werkkamer aan bespiegelingen omtrent het idool. David Buch vormt hierop een uitzondering. Het kostte hem enige jaren van research en vergeefse zoekpogingen, alvorens hij de werken wist te traceren.

Monnikenwerk

Ook de Utrechter Rob van der Hilst (46), die onder meer verloren gewaand werk van Bach op het spoor kwam bij de universiteit van Yale, is iemand die erop uit trekt. “Het is een soort detective-werk. Je gaat uit van bronvermeldingen, correspondenties, de feiten kortom en probeert na te denken waarom, waar en wanneer iets zoek kan zijn geraakt. Dat maakt de kring van het gebied waar je moet zoeken alsmaar kleiner.

En dan is er de factor monnikenwerk: niet zomaar opgeven, maar door blijven spitten, terwijl de kans bestaat dat je het allemaal voor niets doet. Als het niet onder de M van Mozart staat, wil dat nog niet zeggen dat het er ook niet is. De credits voor Der Stein der Weisen zijn altijd toegeschreven aan Henneberg, die eigenlijk slechts een deeltijdwerker was.

“Onder zijn naam heeft het stuk dus al die tijd op ons liggen wachten. Het is het gebrek aan financiering voor dergelijk tijdrovend en ongewis onderzoek, dat meer van deze herontdekkingen in de weg staat. In de Osterreichische Nationalbibiliothek in Wenen liggen in de kelders kilometers lange gangen vol met spullen. Hele nalatenschappen waarvan men dacht: we zetten het zo lang neer en we zoeken het nog wel eens uit, wat dus nooit gebeurde. Het is er zo groot, dat niemand eigenlijk meer precies weet waar wat staat. Als je daar gaat zoeken, dan weet ik zeker dat je van alles tegenkomt.'

Mozarts bijdrage aan Der Stein der Weisen bestaat uit enige ensemblestukken, een aria met een miauwend kattenechtpaar en de finale, waarin stevig wordt uitgepakt. De componisten hanteerden een grote hoeveelheid aan stijlen, eenvoudige liedachtige Romanzen en uitgesponnen coloratuur-aria's. Het is niet echt duidelijk in hoeverre er sprake was van overleg bij het totstandkomen van de onderdelen, maar het stuk krijgt een enorme vaart door de bonte afwisseling van contrasterende tempi en toonsoorten. Het belangrijkste aspect van David Buchs vondst is echter dat het een geheel nieuw inzicht geeft in een van de witste vlekken in Mozarts biografie: de ontstaansgeschiedenis van zijnlaatste opera Die Zauberflote, die in premiere ging op 30 september 1791.

Uit de partituur van Der Stein der Weisen blijkt dat Emanuel Schikaneder in het Wiednertheater een groter muzikaal en theatraal apparaat tot zijn beschikking had dan voorheen werd aangenomen. Hij liet Mozart, de enige componist uit hofkringen die voor hem werkte, eerst een tijdje warmlopen in het genre van de luchtige burgerkost. Vervolgens gaf hij hem in Die Zauberflote waarvoor Schikaneder zelf het libretto schreef, ruim baan. De stukken die Mozart in groepsverband schreef, waren vingeroefeningen voor het grotere werk en vertonen tal van onderlinge verwantschappen. De melodie van 'Ein Mann muss eure Herzen leiten' uit de finale van de eerste akte van Die Zauberflote, is identiek aan een passage in Der Wohltatige Derwisch. Waarschijnlijk werden beide rollen door dezelfde zanger vertolkt, Franz Gerl. Het is niet zeker of Mozart het origineel ook componeerde, in ieder geval citeerde hij er vrijelijk uit in Die Zauberflote.

Timmeren

Zowel Der Stein der Weisen als Der wohltatige Derwisch waren geliefd bij het Weense publiek. De Allmanach fur Theaterfreunde drukte gravures af van verscheidene scenes, vervaardigd door Ignaz Alberti. Op het titelblad staat Schikaneder afgebeeld, in de rol van Lubano, met het daarbij behorende goudkleurige gewei op zijn hoofd. Het blad rekende de Derwisch tot een van de succesvolste opera's van het eerste seizoen onder zijn leiderschap. De directeur speelde dus gewoon mee, muzikanten timmerden aan het decor en sommige zangers componeerden. De samenwerking verliep losjes en amicaal. Het Schikaneder-gezelschap voorzag Mozart van een kring vrienden en collega's, mensen waar hij zowel mee in de kroeg kon zitten als musiceren. Uit brieven aan zijn vrouw Constanze blijkt zijn enthousiasme voor het repertoire van het Theater auf der Wieden.

Hij componeerde de zangers op het lijf geschreven aria's en voorzag vele stukken van andere componisten van toevoegingen. Vader Leopold vond het allemaal maar plat gedoe en zag in Wolfgang's eigen, mislukte poging tot een magische farce, een 'Lustspiel' getiteld Die Liebesprobe het ultieme bewijs van smakeloosheid.

Mozart was de eerste componist die als vrije zelfstandige opereerde. De adel verstrekte hem opdrachten en daarnaast organiseerde hij zijn eigen Akademien, concerten en recitals. Een forse economische crisis in de late jaren tachtig dompelde het Weense muziekleven in malaise. De geldstroom uit de kringen van hovelingen en ambassadeurs was goeddeels opgedroogd, wat hem noopte zijn werkterrein te verbreden naar het volkstheater. Doordat Mozart een aanzienlijk deel van de opdrachten in zowel het adellijke als het commerciele circuit voor zich opeiste, zou de vermeende rancune van Salieri door veel collega-componisten kunnen zijn gedeeld.

Het allerprettigste aan deze nieuwe kijk op Die Zauberflote is nog wel dat het alle interpretaties van de vermeende diepere betekenislagen van het libretto en de muziek belachelijk maakt. Wie gaat struinen door de boekenantiquariaten, komt ze onvermijdelijk tegen: doorwrochte verhandelingen over Die Zauberflote gezien vanuit het standpunt der Vrijmetselarij, de Rozenkruizers of de Kaballa, veelal afkomstig uit het gootsteenputje van de verbeelding. Het is alsof men zich in alle ernst zou buigen over pakweg Ti Ta Tovenaar of de danspasjes van de Macarena wil duiden op hun diepere semantische betekenis. Dr.F.deGraaff is de auteur van Die Zauberflote, het libretto verklaard uit de geest der muziek (1990), opgedragen aan zijn schoonmoeder.

“In de aria van de Koningin van de Nacht komt de ware aard van de Kerk aan het licht. De wraak der hel kookt in haar hart tegen Sarastro, tegen Israel. Die heeft haar niet alleen haar dochter, de Reformatie, ontnomen, maar ook heeft hij de tegenaanval der Contra-Reformatie een halt toegeroepen.' Dr.Closset heeft zijn jas inmiddels opgehaald bij de garderobe. Het Ende der Piece is naderbij gekomen.

Mozart componeerde voor een 18de-eeuwse Joop van den Ende Emanuel Schikander