The Ex doet eigenlijk al twintig jaar hetzelfde

Begonnen als anarcho-punkband heeft de Nederlandse popgroep The Ex zich ontwikkeld tot een band die thuis is in verschillende stijlen. “Soms haalt de tijdgeest ons in en soms zijn we de tijdgeest voor', zegt bassist Luc. Gisteren begon de Nederlandse tournee in de groep.

Al in twee jazzboeken kreeg zijn groep een eervolle vermelding vertelt gitarist Terrie trots. The Ex staat al bijna twintig jaar te boek als 'anarcho-punkband', maar die omschrijving doet al lang geen recht meer aan de veelomvattende uitstapjes die de groep uit het Noordhollandse Wormer ondernam in (onder meer) het jazz-circuit. Naast samenwerkingsprojecten met drummer Han Bennink, stemkunstenaar Hans Buhrs en (de eerder dit jaar overleden) cellist Tom Cora speelde The Ex met diverse Afrikaanse en Oosteuropese muzikanten. Verstokte punks onder de Ex-aanhang zullen wellicht even moeten slikken als ze in het voorprogramma van de komende tournee geconfronteerd worden met de delicate koramuziek van het Malinese trio Lanaya.

Hoewel The Ex niet meer de lawaaimakers zijn die in 1985 een elpee met de veelzeggende titel Pokkeherrie uitbrachten, klinken gitaristen Terrie en Andy, zanger G.W. Sok, drumster Katrin en bassist Luc op de nieuwe cd Starters Alternators ouderwets hoekig en hard. “Onze muziek is altijd haar eigen weg gegaan' zegt Luc over de ontwikkeling die The Ex sinds de punktijd heeft doorgemaakt. “Soms haalt de tijdgeest ons in en soms zijn we de tijdgeest voor. In feite doen we al twintig jaar hetzelfde. Vroeger werden we geassocieerd met de kraakbeweging omdat we graag op krakersfeesten speelden. Dat had niets te maken met kritiek op het reguliere circuit van poppodia, maar door de buitenwereld werd dat uitgelegd als een meedogenloze, anarchistische houding die we zelf nooit zo gevoeld hebben.'

“Wij regelden onze eigen zaken,' zegt Terrie, “los van platenmaatschappijen of andere mannen achter bureaus. In de kraakbeweging zag je datzelfde streven naar onafhankelijkheid.

Daar voelden we ons mee verwant. Als we nu op een jazzfestival spelen, dan tref je daar mensen met een vergelijkbare open geest. Zelfs in de punktijd maakten we in wezen geimproviseerde muziek, door altijd heel goed naar elkaar te luisteren en op elkaars spel te reageren. Er is wel een structuur, maar er zijn ook stukken waarin we elkaar helemaal vrij laten. We kennen elkaars mogelijkheden nu veel beter dan vijftien jaar geleden. Daar komt een soort instinct bij kijken, en de kunst van het weglaten.'

In 1991 wonnen ze de Popprijs en hun recente optreden op het Lowlands-festival werd door velen als een triomf gezien. Toch is succes geen belangrijke drijfveer voor The Ex, zegt de auteur van de tekstenbundel Ex-Rated G.W. Sok (de intitialen staan voor 'Geitenwollen' en het pseudoniem stamt uit zijn Sociale Academietijd). “Een week voor Lowlands stonden we op een jazzfestival in Canada, waar we ons net zo goed thuis voelden. Het was mooi dat er op Lowlands zo'n wisselwerking was met het publiek, maar voor ons betekende dat optreden geen grotere uitdaging dan spelen voor vijftig man in een boerenschuur in Tsjechie.'

Starters Alternators werd opgenomen in Chicago, onder de hoede van de befaamde (Nirvana-)producer Steve Albini die een fervent Ex-fan bleek te zijn. Albini beschouwt zichzelf als een hedendaagse field recorder, die het zich tot taak heeft gesteld om muziek vast te leggen zoals het werkelijk in ensemble-verband gespeeld wordt. Daartoe heeft hij een verzameling aangelegd van alle denkbare zang-, instrument- en drummicrofoons, die hij nauwkeurig opstelt om het juiste geluid te verkrijgen. “Soms luisterde hij op tien centimeter afstand naar mijn gitaarversterker,' zegt Terrie, “en dan verplaatste hij de microfoon een heel klein beetje, net zo lang tot hij tevreden was over de klank.

Toen hij alles eenmaal goed had afgesteld, was het alleen nog maar een kwestie van samenspelen.Het bleef spontaan en de cd was eerder klaar dan we gedacht hadden.'

Het toeval wilde dat Steve Albini min of meer tegelijkertijd werkte aan de afwerking van een veel langduriger project, de cd Walking Into Clarksdale van Led Zeppelin-coryfeeen Jimmy Page en Robert Plant. The Ex waande zich in een andere wereld, want bij Page & Plant was het een komen en gaan van roadies, assistenten en ander voetvolk. Albini werd behandeld als een huurling, terwijl hij met The Ex juist heel vriendschappelijk omging. “Ik ben niet jaloers op zo'n Jimmy Page en Robert Plant,' zegt Luc “omdat ze muzikaal in een vast stramien zitten. Als wij de plotselinge ingeving krijgen om een Oekraiense folksong op te nemen, dan doen we het. Bij hen wordt er waarschijnlijk al vreemd gekeken als ze voor de afwisseling eens iets met een driekwartsmaat willen spelen. Hun publiek zou dat niet pikken. Voor ons is het juist opwindend om te bedenken dat we over een paar jaar weer iets heel anders zullen doen dan nu. Als het nog lang blijft regenen, zal dat te horen zijn in onze muziek.'