Schrijven

Waar en hoe leer je schrijven? Ik bedoel het produceren van een logisch betoog in een prettig leesbare stijl. Doorgaans niet op de middelbare school, ofschoon men daar wel zijn best doet. Afgezien van enkele natuurtalenten, komt de drang om te schrijven met de volwassenheid. Het is een moeilijk handwerk, waar lang niet iedereen mee te maken krijgt maar dat sommigen wordt opgelegd. Dus wetenschappers, vervaardigers van notities in het bedrijfsleven of ambtenarij, journalisten en dergelijke. Als je vele jaren hebt zitten puzzelen op vaak te lange, soms onleesbare of onlogische betogen van goedwillende maar slecht presterende scribenten besef je dat schrijven het resultaat is van enig talent en de wil om iets moeilijks te leren. Mag ik dit illustreren?

Toen ik nog jong was, bestond er voor mij nauwelijks twijfel over wat ik wilde worden: professor. Niet zo vreemd, want die titel stond in nog veel hoger aanzien dan tegenwoordig. En boeken lezen deed ik graag en veel. Maar eerst moest de dissertatie nog af. Met het onderwerp zal ik u niet vermoeien, maar wel met wat je van een proefschrift opsteekt. Je eigen wijsheid op papier zetten en daarmee leer je soms schrijven. Omdat mijn promotor minister was geworden, liet hij een lastig gedeelte met nogal wat formmules over aan een vroegere Groningse collega. Daar mocht ik op een zaterdag naartoe om de zaak te bespreken.

Op een duistere, diep koude morgen zat ik even na zessen in een praktisch onverwarmde trein naar het noorden en prompt om negen uur belde ik aan bij de Groningse hoogleraar. Ik zie nog de lange smalle trappen voor mij maar uiteindelijk bereikten we toch een wederom nagenoeg onverwarmd vertrek. Daar werd ik pas acht uur later, dus tegen vijf uur 's middags losgelaten met als tussendoortje alleen een schaars boterhammetje met kaas.

Wat voerden we al die tijd uit? Die formules ontwarren? Neen, tot mijn verbazing viel daarover niet zoveel te zeggen. Maar wel begonnen we met zin een, die een germanisme bevatte (dertiger jaren) en voorts het nietszeggende woord eigenlijk. Zin twee leed aan te veel hulpwerkwoorden. Vervolgens kwam er een frommelzin, te lang, net een volgestopte worst. Zo strompelden we verder. Om tien uur waren we nauwelijks enige bladzijden gevorderd. Doch het enthousiasme van de hoogleraar uitte zich al in een cadeautje, een taalboekje. Ik heb het nog voor mij liggen: 'Taalschut, schrijf weer Nederlands (1945)'. Vraag het niet in de bibliotheek, want het is hopeloos verouderd; de taal leeft snel.

Het verdere leed zal ik u besparen; ik zag op stijlgebied alle hoeken van de kille kamer. Toen ik tegen acht uur 's avonds in Amsterdam een wederom koude trein verliet had ik de Groningse hooggeleerde binnensmonds alle verwensingen van de wereld toegevoegd. Geheel ten onrechte, zoals ik pas na enige tijd doorgrondde. Hij had mij in een dag in de vrieskou, geleerd hoe je moet schrijven. Nog denk ik als ik op papier maar wat aanrommel: dat zou prof. De Jong niet goedkeuren.

Wat het schrijven aangaat heb ik maar een, nog onaangenamere ervaring gehad. Als beginnend ambtenaar mocht ik een nota voor de minister maken. Natuurlijk was ik vereerd en na veel zwoegen was ik trots op het resultaat. Maar mijn baas zette een streep door de gehele nota behalve het eerste en het laatste woord, en verving alles door een snel geschreven eigen tekst.

Zo kreeg ik door dat de vorm en inhoud beide belangrijk zijn. Misschien waren ze vroeger wat ruw, maar je kreeg wel lessen voor het leven. Wat nog belangrijker was, men nam er de tijd voor. Een hele vrije zaterdag voor een wildvreemde student!

Het is duidelijk dat als je het schrijven enigermate onder de knie hebt, je ook gelegenheden zoekt om dat in de praktijk te brengen. Ondanks het feit dat je steeds voorbeelden voor ogen krijgt van mensen die het beter kunnen. Talloze romans zijn beter geschreven dan welke journalist, wetenschapper of ambtenaar ook vermag. In mijn eigen vak is The Economist een weekblad dat voortdurend laat zien hoe het zou moeten, maar slechts weinigen halen bij ons dat niveau. Ik ben trouwens bang dat buiten de literatuur het goed schrijven een kwade toekomst tegemoet gaat. Men heeft er geen tijd meer voor en er zijn zulke aardige alternatieven op de computer.

Een fraaie Power Point-presentatie is leuker om te maken en vaak effectiever dan een goed rapport.

Intussen heb ik het genoegen gehad om columns te mogen schrijven voor deze krant, wat enige erkenning betekent voor de auteur. Dit is de vijftigste in de reeks, een mooi moment om ermee te stoppen. Het was aardig werk, ook al omdat ik niet zoveel hoorde van de opdrachtgever, die een beleid van goedaardige veronachtzaming voert jegens zijn columnisten. Terecht, want een column is niet meer dan de krul aan de stoel van de krant; de journalist moet het zitvlak en de leuning verschaffen.