Rechterlijke macht

Nog maar een jaar geleden was er het nodige te doen over het plan van de vorige minister van Justitie om advocaten niet meer - of slechts in beperkte mate - in te schakelen als rechter-plaatsvervanger. Aanleiding daartoe was de vrees voor mogelijke belangenverstrengeling.

Advocaten, die jarenlang zonder noemenswaardige vergoeding rechterlijke colleges als plaatsvervanger door hun werkvoorraad heen hadden geholpen werd koeltjes medegedeeld dat van hun diensten verder geen gebruik zou worden gemaakt.

En wat lezen wij nu in NRC Handelsblad van 30 oktober in een artikel over capaciteitstekorten bij de rechterlijke macht en dreigend sepot van duizenden strafzaken? “Justitie overweegt ook een maatregel van de vorige minister Sorgdrager terug te draaien en advocaten wederom toe te staan als rechterplaatsvervanger op te treden.'

Hoe men ook moge denken over de wenselijkheid van advocaten als rechter-plaatsvervanger, een opportunisme als dit past Justitie wel allerminst. Blijkbaar is de vrees voor belangenverstrengeling als bij toverslag verdwenen, nu een steil gestegen achterstand in de afdoening van zaken tot sepot dreigt te leiden. Justitie behoort te zorgen voor een adequate capaciteit van de rechterlijke macht. Daarmee is zij al jaren in gebreke. Daarnaast zou een herbezinning op het rechter-plaatsvervangerschap van advocaten - vooral ook als inloopperiode voor advocaten die een rechtersfunctie ambieren - Justitie sieren.