Rampen

Het moment weet ik nog heel precies. Ik moet een jaar of acht geweest zijn en ik zat aan de keukentafel een stripboek te lezen. Mijn moeder was soepgroente aan het snijden. Op het fornuis pruttelde een pan bouillon. De radio stond aan en de stem van een nieuwslezer zei: “In Sydney zijn bij een busongeluk twaalf mensen om het leven gekomen.' Mijn moeder sloeg haar hand voor de mond. “O', zei ze, “wat erg!' Ik keek op van mijn boek en zag dat haar schrik volstrekt oprecht was. Er was niets sentimenteels in haar reactie.

Zelf werd ik daarentegen overvallen door een gevoel van leegheid maar het was een leegheid die langzaam overging in teleurstelling en daarna misschien wel in schaamte. Waar Sydney lag, wist ik niet. Die twaalf mensen die waren omgekomen, kende ik geen van allen. Waren het mannen of vrouwen? Hadden ze geleden? Ik had er geen enkele voorstelling van. Ik zag alleen een bus, die als een dinkeytoy over de rand van het tapijt was gevallen. Maar naast het plotselinge mededogen van mijn moeder voelde ik niets.

Misschien heb ik het karakter van een seriemoordenaar: geen geweten en geen compassie. Sommige mensen zijn onmiddellijk begaan met het lot van een ander. Bij mij duurt het even voordat het gevoel in actie komt. Ik zou graag voor anderen op willen komen, maar meestal lukt dat niet. Als ik lees hoe Chileense bannelingen - zo worden ze tenminste genoemd, maar zijn ze dat nog? - protesteren tegen de vrijlating van Pinochet, dan voel ik even de verplichting om mij uit oogpunt van humaniteit aan te sluiten, maar dat doe ik niet. Tot mijn eigen verbazing merk ik dat mijn eerste reactie afwijzend is: ja maar Allende wilde doorregeren met een minderheidsregering. Hij weigerde af te treden en heeft zo de catastrofe over zichzelf afgeroepen. Eigen schuld.

Allemaal waar, maar zo wordt het niets met m'n engagement. De afgelopen dagen zag ik op de televisie beelden van de ravage die de orkaan Mitch heeft achtergelaten. Televisie is iets anders dan radio. Met de televisie ben je er zelf bij. Ik kan mij niet herinneren ooit eerder zulke beelden te hebben gezien. Onder de modder komen afgerukte ledematen vandaan. Tussen de bosjes wordt een been gevonden. In het gras ligt een uiteengereten lichaam, met de contouren van een legpuzzel die bijna is opgelost.

Een kind graaft in het zand met een vork. Een lijk wordt als een zak aardappelen op de grote hoop gegooid. Reddingswerkers dragen monddoekjes en wij begrijpen waarom.

Ik heb wel eens gedacht dat melancholie vooral auditief is ingesteld. Zonder muziek geen melancholie. Als dat waar is, is de compassie vooral visueel van aard. Je moet het gezien hebben. De hel op aarde is een videocamera. Minister Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking, zo meldde de krant gisteren, heeft zes miljoen gulden uitgetrokken voor noodhulp aan de getroffen landen. Dat is een kwartje per Nederlander. Even nadenken, hoe vertaal ik mijn compassie in geld? Raap ik het kwartje op dat ik op straat zie liggen? Jazeker. Maar raap ik datzelfde kwartje ook op als ik net met een volle boodschappentas in iedere hand de supermarkt verlaat? Vermoedelijk niet.

Afgelopen zomer was ik in Key West, een beroemd eilandje voor de kust van Florida. Het was er erg gezellig. Er werd een Ernst Hemingway look-alike-contest gehouden, zodat de straten van Key West bevolkt werden door mannetjes met baarden in een korte broek. In het Hemingway House kocht ik een boekje met de titel 'The railroad that died at sea'.

In 1908 bouwde men in zee een spoorweg die Florida met de Keys verbond. Die functioneerde tot 2 september 1935, toen een orkaan de spoorweg wegvaagde. Honderden mensen kwamen om en tot op de dag van vandaag worden er resten van vermisten gevonden. De spoorweg heeft men nooit herbouwd maar wel worden de Keys nu verbonden door een autosnelweg.

Een maand na mijn bezoek aan Key West werd het eiland getroffen door een zware orkaan. Een cafe waar ik een hamburger had gegeten, spoelde weg. Het was lang niet zo vreselijk als in 1935 en ook niet zo verwoestend als nu in Midden-Amerika, maar ik dacht wel even: “O, wat erg.'