Puzzelen op vergoeding waterschade

Het noordoosten van Nederland kreeg vorige week vele millimeters regen te verwerken. De vraag is nu hoeveel en waar was dat genoeg voor een schadevergoeding.

Met nog bijna een maand te gaan heeft het KNMI de herfst van 1998 nu al officieel uitgeroepen tot de natste herfst van de eeuw. Eigenlijk moet er nog 3 millimeter vallen om het uit 1974 stammende record van 403 millimeter in de herfstmaanden september, oktober en november te overtreffen, maar gezien de verwachtingen voor de komende dagen lijkt de kans daarop 100 procent te zijn.

Vooral half september en eind oktober is er zeer veel regen gevallen. Maar naar nu blijkt is het in oktober getroffen gebied, dat voor een schadevergoeding op basis van de door het kabinet ingestelde Wet Tegemoetkoming Schade (WTS) bij rampen en zware ongevallen in aanmerking komt, kleiner dan aanvankelijk werd verwacht.

In eerste instantie was er sprake van een vergoeding voor het noordoosten van de provincie Noord-Holland, de Noord-Oostpolder, het noorden van Overijssel, het zuiden van Drenthe met een uitloper naar noord-Drenthe en deel van Groningen. Nadere bestudering van de neerslag door het KNMI leert echter dat bijvoorbeeld Groningen volgens de criteria van het kabinet helemaal niet in aanmerking komt voor de schadevergoeding.

Na intensief overleg met het KNMI had het kabinet afgelopen vrijdagmiddag de oplossing gevonden. De sobere regeling voor boeren, zoals voorgesteld door minister Apotheker van Landbouw had het afgelegd tegen de ruimhartiger regeling van Binnenlandse Zaken. Schade wordt vergoed in gebieden waar geldt: “In het gebied is tussen 27 oktober 09.00 uur en 28 oktober 09.00 uur volgens de metingen van het KNMI 75 mm of meer regen gevallen en er is schade geleden als direct gevolg van deze zware regenval.'Het is een politieke en daarmee gekunstelde constructie geworden, omdat bij de wateroverlast half september te snel beslist is over de criteria, zo lijkt het.

Toen viel er plaatselijk 100 millimeter of meer in twee etmalen, wat statistisch minder dan eens in de 125 jaar voorkomt. Dat klonk goed, dat moest dan maar de definitie van een ramp worden. Omdat die magische 100 millimeter-grens eind oktober niet werd bereikt, maar Kok wel geld ter beschikking wilde stellen, is nu naarstig gezocht naar een ander 'natuurverschijnsel met dezelfde terugkeerkans'.

En zie, ook 75 millimeter in een etmaal bleek daaraan te voldoen, zo bleek na consultering van het KNMI. En die hoeveelheid was eind oktober op een aantal plaatsen wel naar beneden gekomen. Zo ontstond er geen rechtsongelijkheid (de eerder vastgestelde 100 millimetergrens kon immers gewoon gehandhaafd blijven, deze nieuwe grens was een extra criterium) en kon toch vanuit Den Haag een helpende hand worden geboden. De kaarten die het KNMI naar aanleiding van de neerslag in oktober heeft opgesteld, geven een goede indicatie van het getroffen gebied, stelt Binnenlandse Zaken. Maar wegens de indirecte wateroverlast, bijvoorbeeld in lagergelegen gebieden of in gebieden die door bemaling of dijkdoorbraken zijn ondergelopen, zullen wellicht ook andere delen dan alleen de gebieden die met 75 millimeter of meer neerslag te maken hebben gehad, in aanmerking komen voor de schadevergoeding, zegt Binnenlandse Zaken nu. “Als er maar aanzienlijke schade is en als die schade maar veroorzaakt is door de 75 millimeter',aldus een woordvoerder van het ministerie.

Binnenlandse Zaken verwacht volgende week de uiteindelijke begrenzing van het rampgebied te kunnen aangeven. Dan zal blijken hoe rekbaar de criteria voor de WTS zijn.

    • Egbert Kalse