Op de koffie in Canada

“Als ik daar kom, ben ik echt thuis en hier thuis voel ik me niet echt op mijn gemak', zegt een jonge vrouw vertwijfeld.

“Hoe bedoel je thuis?', vraagt Yvonne Habets, de interviewster.

Zij maakte een tweede serie portretten van Nederlandse emigranten die de TROS in de komende weken zal uitzenden. Vanavond is de eerste aflevering, over twee mannen die met hun vrouw naar Canada emigreerden Jack van der Laan uit Buitenpost en Willem Suydam uit Dronten. Volgende week gaat het over de familie Smit uit Egmond Binnen, die naar Australie emigreerde.

“Hed is een mooi morgen', meldt Jack van der Laan in wat beschadigd Nederlands, vanonder een paraplu. Het regent op de 'Vriendschapsdag', die hij voor de Nederlandse gemeenschap heeft georganiseerd, maar het enthousiasme is er niet minder om. Gretig snoepen de mensen van de echt Hollandse kroketten en frikadellen en uit volle borst zingen ze zowel het Canadese als het Nederlandse volkslied mee.

Het volkslied lijkt nogal te leven in Canada. Ook Willem Suydam biedt aan het even voor te spelen op een orgel in zijn muziekwinkel en het 150 koppig koor, waarover hij de leiding heeft, zingt het ook. Zou Canada werkelijk zo'n in- en inbraaf land zijn als spreekt uit Yvonne Habets' documentaire?

In de radiostudio waar zij een bezoekje brengt, wordt juist een plaatje met een mars van de Marinekapel opgezet. Ze laat Jack van der Laan uitgebreid aan het woord wanneer hij vertelt welke hoogwaardigheidsbekleders hij al een Vriendschapsdas met de Nederlandse en Canadese vlag heeft toegestuurd en als Willem Suydam vertelt dat hij tot burger van het jaar is gekozen, laat de camera de oorkonde zien.

“Hela hola, houd er de moed maar in', zingen de genodigden op het Vriendschapsfeest.

Yvonne Habets heeft vermoedelijk een portret van gewone mensen willen maken, die van gewone bordjes eten en dat valt te prijzen.

Er is alleen een moeilijkheid die niet zo gemakkelijk te overwinnen blijkt: mensen die niet gewend zijn beschouwelijk over hun leven te spreken, zeggen niet zoveel en Habets vraagt niet door. Ze lijkt vooral belangstelling te hebben voor het succes dat de emigranten in hun nieuwe land hebben geboekt. Uitvoerig laat ze de grote huizen zien waarin de mensen wonen, hun tuin, de auto, de grote oprijlaan. “Hebben jullie het gemaakt?' vraagt ze in de tweede aflevering aan de grote Nederlandse bakkersfamilie die in de jaren '50 met de Johan van Oldenbarneveld naar Australie is gevaren.

En ja hoor, ze hebben het allemaal gemaakt, ze hebben werk, een eigen huis en een zwembad. “En zijn jullie nog wel een beetje Hollands? Koken jullie nog Hollandse kost?'

“Rodekool', is het antwoord, “en hutspot.'

Het lukt Habets niet dieper door te dringen in het wezen van een landverhuizing, in de veranderingen, de breuk met de jaren die voorafgingen. Nu hoeft ook niet alles met woorden duidelijk te worden gemaakt, maar de beelden krijgen ook geen gelegenheid hun verhaal te vertellen want de camera flitst van het ene tafereel naar het andere en Yvonne Habets heeft er harde muziek onder gemonteerd, die nogal afleidt. Misschien was ze bang dat de kijker zich zou vervelen als het even stil blijft, misschien wilde ze het gezellig maken. Dat is ook de rol die ze zichzelf heeft gegeven: die van een gewone Hollandse meid die een kopje koffie komt drinken in Canada. Ze is geregeld zelf in beeld en praat genoeglijk mee. “Ja, ja', hoor je haar begrijpend aanmoedigen, wanneer iemand wat vertelt, “ja, ja.'

“Wat zei je over ons?' vraagt ze aan Jack van der Laan als die snel iets in het Engels zegt tegen een klant.

“Dat jullie zo gewoon zijn' antwoordt hij, “helemaal niet stuck up.'

En zo is het. Habets verheft zich niet boven haar onderwerp. Maar daardoor blijft de film ook nogal steken in alledaagsheid. “Kom', dacht ik na een poosje, “ik moest maar weer eens op huis aan.'

Habets. Ned.3, 21.30-22.14u.