Naar de hel; De Bijbel

Onlangs verscheen Over smalle wegen van Arjan Visser. Hij maakte 24 interviews met diverse Nederlanders over de Tien geboden. Een van de geinterviewden, Nelli Cooman, zegt onomwonden waar het op staat. “Je komt in de hel als je Jezus Christus niet aanvaardt. En je komt in de hemel als je dat wel doet.' En even verderop zegt ze: “Je kunt pas goede dingen doen, als je Jezus Christus kent.'

Dat is even slikken, maar het is nuttig om zoiets weer eens te horen. Van Nico ter Linden of Gilbert Baudet of Huub Oosterhuis zul je zoiets vandaag de dag niet meer vernemen, dus het is goed dat Cooman ons waarschuwt. Verhelderend ook dat iemand zonder twijfel zegt dat wie Jezus niet kent, dus zo'n tachtig procent van de huidige wereldbevolking doodgewoon geen goede dingen kan doen.

Alleen al op grond van een bijbeltekst is het echter volstrekt uitgesloten dat ik Jezus ooit zou kunnen aanvaarden. Lucas 19 vers 27: “Doch de vijanden van mij, die niet wilden dat ik over hen koning werd, brengt hen hier en slacht ze voor mijn ogen' (Lucas 19 vers 27) Die ambitie om koning te willen worden vind ik niet alleen akelig bekrompen en kleinzielig, maar bovenal onbegrijpelijk. Als je God bent, waarom zou je dan in vredesnaam nog koning willen worden, het lijkt me een flinke stap terug. Dat je echter mensen die daar op tegen zijn voor je ogen wilt laten afslachten vind ik buitengewoon weerzinwekkend. Met zo iemand wil ik totaal niets te maken hebben. Zo'n aspirant-koning is nog erger dan Milosevic. Die laat mensen ook afslachten, maar niet direkt voor zijn ogen.

Mettertijd kom ik dus in de hel terecht. Wat staat mij daar te wachten? De bijbel is daar helaas vaag over. In het Oude Testament ontbreekt een duidelijke tweedeling tussen hemel en hel. Sterf je dan kom je terecht in het dodenrijk. In de Statenvertaling komt het woord helle weliswaar herhaaldelijk voor, maar 'helle' is in recente vertalingen terecht steevast door dodenrijk vervangen.

Pas dankzij het Nieuwe Testament kom je meer te weten over die onaangename verblijfplaats voor al die miljarden die Jezus niet aanvaard hebben en nooit iets goeds hebben gedaan.

Toch wordt ook het Nieuwe Testament maar zo'n keer of tien expliciet het woord hel gebruikt. Jezus spreekt evenwel herhaaldelijk over de buitenste duisternis waar het geween zal zijn en de knersing der tanden. Wordt met die buitenste duisternis de hel bedoeld? Maar volgens Jacobus 3 vers 6 zal onze tong in de hel in vlam gezet worden. Akkoord maar waar vlammen zijn is vuur, en waar vuur is, lijkt duisternis onmogenlijk, laat staan 'buitenste duisternis'.

Overigens valt uit die wel erg vaak door Jezus herhaalde mededeling over het geween en de knersing der tanden toch troost te peuren. Immers, daaruit blijkt dat niet alleen je traanklieren nog intact zijn, maar zelfs je gebit ! Hoe zou je anders met je tanden kunnen knarsen? En het wordt daar - het wemelt er uiteraard van tandartsen die Jezus niet kenden en derhalve nooit iets goeds hebben gedaan - kennelijk ook goed onderhouden, anders is het met dat knersen gauw afgelopen.

Er is maar een bijbelplaats waaruit je iets meer te weten komt over de hel. Namelijk uit de door Jezus vertelde gelijkenis over de rijke man en de arme Lazarus, Lucas 16 vers 19 tot 31. Na zijn dood komt de rijke man in de hel terecht. Overigens niet vanwege het feit dat hij Jezus Christus niet had aanvaard. De arme Lazarus bivakkeert, trouwens ook om andere redenen dan dat hij Jezus wel aanvaard had, na zijn dood in de hemel op Abraham's schoot. (Dat je daarboven in een mannenschoot terecht komt, lijkt me, behalve misschien voor homo's tamelijk onaangenaam, maar dit terzijde). De rijke man kan, zo blijkt uit Jezus' vertelling, vanuit de hel Abraham zien! En niet alleen zien, maar er zelfs mee communiceren! Hoe moeten wij ons dat nu voorstellen? Als je dat verhaal letterlijk neemt, kan de afstand tussen hemel en hel onmogelijk groot zijn.

Of zou Jezus, die immers God was, en dus alles wist, hier impliciet reeds op de mogelijkheden van telecommunicatie hebben gezinspeeld? Hij kon zulks uiteraard niet expliciet aan zijn discipelen vertellen, die zouden er niets van begrepen hebben.

Hoe het ook zij: de rijke man in de hel richt het woord tot Abraham in de hemel. Hij zegt: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus, opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam.' Ook hier valt uit de ogenschijnlijk harde woorden van Jezus veel troost te halen. Als iemand, terwijl zijn tong in brand staat, nog zo'n lange zin weet uit te brengen, kan er onmogenlijk sprake zijn van hevige pijn. Dan kun je alleen maar kreunen. Als de tong helemaal verbrand is, kun je zelfs dat niet meer. Terecht wordt dan ook het verzoek van de rijke man door Abraham afgewezen. Zo groot kan het lijden immers niet zijn. De rijke man kan zijn woordje nog doen, hij kan nog zien, hij lijdt onder andere tongpijn, dus zijn zenuwstelsel is intact. En hij heeft duidelijk weet van zijn toestand, dus dement is hij ook niet. Opmerkelijk is bovendien dat de rijke man de afwijzing van zijn verzoek terstond accepteert. Dat zou hij niet gedaan hebben als zijn toestand ondragelijk was geweest. Hij verzoekt Abraham dan om zijn broers, die nog op aarde zijn, te waarschuwen zodat die niet in 'deze plaats der pijniging komen'.

Een plaats van pijniging, daar ga ik mettertijd heen. Ik zie er niet naar uit, maar het is allicht beter dan tot in eeuwigheid, gekleed in een smetteloos witte bruidsjurk en bivakkerend op een mannenschoot, naar Jezus te moeten staren die daarboven, als ik het dogma van de drieeenheid goed begrijp, aan zijn eigen rechterhand zit.

Bovendien krijg je in de hemel volgens Openbaringen 2 vers 17 een witte steen waarop een nieuwe naam geschreven staat, 'welke niemand weet, dan die hem ontvangt'. Een soort hemelse pin-code kortom, maar dan op een stuk marmer of zoiets. Moet je die witte steen dan tot in eeuwigheid blijven meesjouwen? Wat lijkt me dat vermoeiend! Akkoord, ook de hel lijkt me weinig aantrekkelijk. Temeer daar Jezus zegt dat “degeen die de wil van zijn heer kende, maar niet deed, vele slagen zal ontvangen'. (Lucas 12 vers 48). In mijn jeugd hoorde ik zelfs altijd dat degenen die “de weg gekend hadden, maar niet gegaan waren, met dubbele slagen geslagen zouden worden'.

Een beetje folteren, een vlam die schroeit maar niet zo pijnlijk is dat je niet meer kunt praten of denken, vele dan wel dubbele slagen - kortom die hel lijkt verdacht veel op zo'n hedendaagse SM-kelder waar ze vet van een brandende kaars op je druppelen en je met een zweep bewerken. Wil je alvast wat wennen aan en je harden voor je eeuwige toekomst, dan moet je daar dus heen.

Dat is evenwel nogal prijzig. Temeer daar je voor dubbele slagen stellig moet bijbetalen. Mij dunkt: het zou een daad van grote christelijke barmhartigheid zijn als ongelovigen daarvoor maandelijks een flinke bijdrage kregen van de kerkelijke diaconie.

    • Maarten 't Hart