Literatuur na de Waarheidscommissie; Zuid-Afrikaanse schrijversbevrijd vande werkelijkheid

Met opluchting reageert men in Zuid-Afrika op nieuwe romans en gedichten die niet langer horig zijn aan het ANC en de strijd tegen de apartheidspolitiek. De schrijvers voelen zich bevrijd: “Ik hoefde niet meer bang te zijn dat wat ik schreef zou kunnen worden opgevat als verraad.'

Wordt het niet hoog tijd voor liefde en humor in onze literatuur? Het was een vraag van revolutionaire allure die de anti-apartheidsjurist en schrijver Albie Sachs in 1989 opwierp. Decennia lang had de Zuid-Afrikaanse bevrijdingsbeweging, het ANC voorop, protest- en actiekunst gepropageerd. De schrijver had een missie, hij was de vertolker van de 'black experience', van de ervaring van de onderdrukte. Ook Sachs was al die jaren vurig voorstander geweest van literatuur 'als wapen in de strijd'. En opeens gooide hij het roer om en noemde hij die opvatting 'verkeerd' en zelfs 'schadelijk'.

Een jaar eerder was Sachs door een bomaanslag zwaargewond geraakt en op het nippertje aan de dood ontsnapt. Had hij de Schoonheid in het gezicht gezien na die ingrijpende ervaring? In elk geval stond hij nu open voor het denken over een nieuwe 'zwarte' literatuur. Een literatuur zonder de stereotiepe zwart-wit tegenstellingen, vitaal en meerduidig. Maar de tijd bleek nog niet rijp voor dergelijk proza, waarin niet langer de verlammende werkelijkheid aan de macht is maar de verbeelding. En zelfs nu, terwijl Mandela al vier jaar regeert, valt het de meeste schrijvers met een verleden in de 'struggle' zwaar om te breken met het oude stramien.

De Zuid-Afrikaanse literaire wereld reageerde in de afgelopen twee jaar dan ook enthousiast en met een zekere opluchting op het jongste werk van Chris van Wyk, Achmat Dangor en Zakes Mda, drie auteurs die vroeger grotendeels in dienst schreven van de strijd tegen de apartheid. Lichtvoetig, humoristisch, energiek, dapper, fantasierijk, dat waren de epitheta die de debuutromans van Van Wyk en Mda en de nieuwste novelle van Dangor te beurt vielen.

Was dit misschien het begin van iets nieuws? Zou de literatuur van na de Waarheidscommissie opgewekter polyfoner, ja zelfs smakelijker zijn?

“Op 24 april 1994 gingen we stemmen', zegt Chris van Wyk, “en op 25 april kreeg ik telefoon uit het buitenland: waar blijft de nieuwe Zuid-Afrikaanse literatuur?' Van Wyk (41) woont in Riverlea, een stoffige kleurlingenwijk onder de rook van de oudste mijnafvalbergen van Johannesburg. “De lokasie van de amper-baas', zegt hij zelf grinnikend: het woonoord van de kleurling de bijna-baas. Hij woont hier vanaf zijn prille jeugd. “Ik voel me hier thuis, waarom zou ik weggaan? Ik heb een uitstekend huis. De woning waarin ik opgroeide had een kwart van de ruimte die ik nu heb, en wij waren met z'n achten.' Trots laat hij zijn werkkamer zien: een wand vol boeken, een werktafel met twee oude pc's. Het is een aangename plek, die hij geregeld ter beschikking stelt aan beginnende zwarte schrijvers voor wie een kamer-voor-jezelf een zeldzame luxe is.

De routebeschrijving die hij door de telefoon gaf, 'langs John Vorster, voorbij het mijnmonument achter de school', weerspiegelt in het kort zijn geschiedenis. De mijnen waren de reden dat zijn grootouders - afstammelingen van slaven van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie - uit de Kaap naar Johannesburg trokken, op school werd hij een activist. En John Vorster, ja John Vorster was de aanleiding voor een van de beroemdste gedichten uit de struggle-literatuur:

IN DETENTION (In Hechtenis).

In Detention

He fell from the ninth floor

He hanged himself

He slipped on a piece of soap while

washing

He hanged himself

He slipped on a piece of soap while

washing

He fell from the ninth floor

He hanged himself while washing

He slipped from the ninth floor

He hung from the ninth floor

He slipped on the ninth floor while

washing

He fell from a piece of soap while

slipping

He hung from the ninth floor

He washed from the ninth floor while

slipping

He hung from a piece of soap while

washing

Het was een vlijmscherpe parodie op de absurde, doorzichtige verklaringen ('hij hing zich op, hij sprong uit het raam') van de veiligheidspolitie na de dood van arrestanten op John Vorster Square, het hoofdbureau van politie in Johannesburg. Van Wyk schreef het gedicht in 1977, negentien jaar oud. Het vond zijn weg naar The New York Times en andere vooraanstaande buitenlandse kranten.

Meteen na publicatie stond de politie bij hem op de stoep. “Ze zeiden: 'jongen, waarom schrijf je die rotzooi? Je bent een bruinman, geen zwarte de regering houdt van je' '. Ze namen hem mee naar John Vorster, de lift in naar de negende verdieping. “Daar lieten ze me vijf uur in een kamertje zitten. Er gebeurde niks, maar de dreiging was martelend.'

Druk grappend (“ik was vroeger de clown van de klas') vertelt hij over zijn jeugd in Riverlea, als oudste van een zelfbewust arbeidersgezin. Over zijn Engelse leraar die hem op een dag het verboden 'Down Second Avenue' van de journalist/schrijver Ezekiel Mphahlele in handen duwde, een boek dat hem voor het eerst inzicht verschafte in wat er eigenlijk aan de hand was in zijn eigen land. Toen hij serieus begon te dichten, brak de scholierenopstand van 1976 uit en raakte hij in de ban van de Zwarte Bewustzijnsbeweging.

Na zijn eerste dichtbundel, 'It is Time to Go Home' uit 1979, kreeg hij steeds meer moeite met het politieke dictaat. “In 1985 zat ik in een cafe in Duitsland met een paar anti-apartheidsactivisten. Ze riepen: 'wij zijn zo jaloers op jullie jullie zijn zo gepolitiseerd!'. Dat maakte me intens droevig. Ze zagen ons als een soort supermensen die iedere dag hun leven riskeerden in de struggle. Maar ik voelde me een gewone jongen uit een gewone wijk. Ik wilde kunnen schrijven: Sipho gokt en zijn moeder is er met een ander vandoor. Ik wilde grappen kunnen maken over radicale comrades. Dat was veel krachtiger geweest. Maar grappen over het ANC, dat kon toen echt niet.'

In de jaren tachtig begon Van Wyk naast zijn werk als redacteur van een educatieve uitgeverij kinderboeken te schrijven. Zijn bellettrie-aspiraties gaf hij op. “Telkens wanneer ik een poging ondernam voor een roman, zat ik als een doodgraver achter de schrijftafel.' Pas na de verkiezingen in 1994 raakte hij los uit die verlamming. “Ik hoefde niet meer bang te zijn dat wat ik schreef misschien als verraad zou kunnen worden opgevat.'

In 1996 verscheen zijn eerste roman, The Year of the Tapewurm ('Het jaar van de lintworm'), dat door het kritische weekblad Mail & Guardian werd uitgeroepen tot een van de beste boeken van het afgelopen decennium. Hoofdpersoon Scara Nhlabatsi is een antiheld, een zwarte journalist die voor een foute, door blanken gedicteerde zwarte krant schrijft. Omdat het echte nieuws toch niet verslagen mag worden begint hij stukken uit zijn duim te zuigen. Het liefst zit hij met zijn fotograaf in de 'shebeen', de illegale kroeg, voor de struggle voelen ze zich inmiddels te oud. De roman is een potpourri van stijlen en genres ze bevat gedichten, graffiti-, radio- en songteksten en verhalen-binnen-het-verhaal.

De schrijver heeft zich uitgeleefd zoveel is duidelijk. “Met dat boek heb ik het einde van de apartheid gevierd', verbetert Van Wyk. Intussen is hij doorgestoomd: zijn tweede boek gaat 'zeker vierhonderd pagina's' beslaan.

Moslimfamilie

“Ik heb tien jaar verloren. Geen familieleven, geen carriere, niet schrijven. Alleen politiek.' Achmat Dangor (49) ontvangt op zijn kantoor in het zakencentrum van Johannesburg, waar hij een hoge functie heeft bij een ontwikkelingsorganisatie voor arme plattelandsgemeenschappen. Dangor is een vriendelijke, enigszins gereserveerde man. Hij laat weten dat hij nog altijd een 'kritisch maar trouw' lid is van het ANC.

Vroeger woonde hij bij Chris van Wyk om de hoek, tegenwoordig leeft hij in Parkview, een van de duurdere buitenwijken van Johannesburg. Hij groeide op in een grote matriarchale moslimfamilie. Zijn Indiase grootvader trouwde een Afrikaner vrouw die zich tot de islam bekeerde. Dangor's vader was een handelsreiziger die dertien talen sprak. Boeken slingerden door het huis en 's avonds werden bij het vuur oude Indiase sprookjes verteld.

Als dichter raakte hij begin jaren zeventig betrokken bij de zwarte culturele protestgroep Black Thoughts. In 1973 kreeg hij een banning order. Zijn gedichten werden verboden, hij mocht niet publiceren, niet reizen, niet meer dan een persoon tegelijk ontmoeten. In de jaren tachtig werd hij als ANC-lid actief in de anti-apartheidsstrijd. Hij was verantwoordelijkvoor het werven van fondsen in het buitenland. Het waren 'verloren' jaren voor hem als schrijver. Alles draaide om politiek ook in zijn poezie.“Een van mijn gedichten werd gebruikt door een vrouwengroep die het op een briefkaart afdrukte en verspreidde.

Voor die actie heb ik zes maanden in eenzame opsluiting gezeten.'

Toch begon eind jaren tachtig het dictaat van de literatuur-als-wapen te knellen. “Ik vond veel ANC'ers op het hoofdkwartier in Londen erg bekrompen. Rushdie was in hun ogen een schrijver die zijn ziel aan de blanken had verkocht. Zelf hadden ze als ballingen nauwelijks nog voeling met wat er in de townships in Zuid-Afrika gebeurde. In 1987 schreef ik een roman waarin ik mijn kritiek op ANC'ers in ballingschap ventileerde. Iemand binnen de uitgeverij stuurde het manuscript door naar Londen en het ANC hield de publicatie tegen.'

In 1990 publiceerde Dangor nog een zwaarmoedige roman over het leven van drie vrouwen tijdens de noodtoestand ('The Z-town Trilogy', in 1995 in het Nederlands vertaald bij Ambo). Net als Van Wyk voelde hij zich na 1994 als schrijver pas werkelijk vrij. “Ik ervoer het als een fysieke verandering.Ik hoefde me geen zorgen meer te maken over het leiderschap in dit land. Ik hoefde niet meer iedere avond naar een bijeenkomst. Ik had tijd, ik had ruimte in mijn hoofd.'

Toen hij van de kleurlingenwijk Riverlea verhuisde naar het welvarende Parkview bleek hij in de straat het enige zwarte gezicht. Nou ja, zwart, Dangor's kleur mag nauwelijks een naam hebben - een ironisch gegeven dat hij in zijn verleden jaar verschenen novelle Kafka's Curse bekroond met de Herman Charles Bosman-prijs voor Engelse fictie, dankbaar heeft gebruikt.

Kafka's Curse vertelt het verhaal van Omar Khan een Indier van gemengd bloed (grootmoeder is blank) die nog tijdens de apartheid met een blanke vrouw trouwt en in een blanke buitenwijk van Johannesburg gaat wonen. Om dat mogelijk te maken heeft Omar gebruik gemaakt van zijn lichte huidskleur: hij laat zich transformeren tot jood.

Voortaan heet hij Oscar Kahn. Bij het einde van de apartheid wil Oscar weer Omar zijn, maar de zaak is haast niet meer terug te draaien. Vader Salaam heeft een ander probleem, hij ziet zijn florerende handel in raciale metamorfosen in een klap verdwijnen: hij zette arme inwoners op de boot naar Turkije en Libanon, 'Europese' landen met blanke inwoners, en liet ze terugkeren als legale blanke immigranten.

Het is de 'andere kant' van de apartheid verbeeld. “Voor 1994 had ik dit boek nooit kunnen schrijven', knikt Dangor. Hij voorspelt een renaissance van de zwarte literatuur. “We kunnen nu zonder remmingen over het verleden schrijven. En we hebben internationaal iets te bewijzen. We kunnen niet langer zeggen: geef ons wat krediet, we zijn slachtoffers van de apartheid.'

Geweeklaag

'Onze wijzen van sterven zijn onze wijzen van leven', zegt Toloki, de 'professionele rouwer' in Ways of Dying, de eerste roman van toneelschrijver Zakes Mda (49). Mda's schreef op kerstochtend 1993 die openingszinnen. Hij woonde in Connecticut, waar hij tijdelijk drama doceerde aan de universiteit van Yale. Dagelijks was Zuid-Afrika in het nieuws vanwege zijn doden: bomaanslagen van extreem-rechts, trein-en-taxigeweld, botsingen tussen ANC en Inkatha, halsbandmoorden. Mda volgde de begrafenissen op tv en zag de onverwoestbare bisschop Tutu die de rouwende massa's telkens toesprak en troostte. Het vormde de inspiratie voor zijn protagonist de professionele rouwer Toloki. Hij gaat voor in het geweeklaag bij begrafenissen en leidt de lezer langs de wijzen van sterven in Zuid-Afrika.

Stof voor een deprimerende roman over het geweld aan de vooravond van de democratie, zou je zeggen.

Maar Ways of Dying dat vorig jaar verscheen, werd een carnavalesk en optimistisch boek over mensen die in de meest treurige omstandigheden iets weten te maken van hun leven. Zo is Toloki geen zielige, kansloze zwarte, maar een slimme Zuid-Afrikaan die, nadat zijn karretje met pap-en-worst is gestolen, voor zichzelf een nieuw beroep creeert. De roman won de Engelse M-Net Literatuurprijs, de belangrijkste prijs voor fictie in Zuid-Afrika.

Mda werd geboren in een gezaghebbende ANC-familie. Vader Mda was de tweede president van de ANC-jeugdliga, Nelson Mandela en Walter Sisulu kwamen geregeld over de vloer. In 1963 weken de Mda's uit naar Lesotho. Zakes was toen vijftien en had z'n eerste verhaal al gepubliceerd. Mda een gezette bijna-vijftiger die zijn zwarte deukhoed ook in huis ophoudt en geregeld een brede grijns vertoont: “Toen ik klein was schreef ik spannende plattelandsverhaaltjes over veedieven en zo. Naarmate ik ouder werd, kwam de werkelijkheid dichterbij en werd mijn schrijven politiek. Dat was geen keuze, dat gebeurde: there was blood all over the place!' Grijnzend: “Het gezang van vogels werd overstemd door het geratel van geweren.'

Aanvankelijk studeerde Mda rechten, zoals alle kinderen in een familie waarin iedereen advocaat is, maar hij stapte al snel over naar beeldende kunst en drama. Toneelschrijven werd zijn passie. Natuurlijk was de situatie in Zuid-Afrika het belangrijkste onderwerp. Toch waren zijn stukken nooit 'puur protesttoneel', zegt Mda. “Een bewijs daarvoor is dat ze nog steeds vertaald en opgevoerd worden. Ze spelen wel in de context van een onderdrukkend regime, maar het gaat altijd over mensen, individuen.'

Even is Mda bang geweest dat hij als schrijver in Connecticut de boot zou missen.

“Ik kon niet naar de townships. Ik had geen reportagemateriaal. Ik was afhankelijk van mijn verbeelding.' Dat bleek uiteindelijk in zijn voordeel te werken. “Veel schrijvers hebben niet geleerd hun verbeelding te gebruiken, de realiteit onder de apartheid was al absurd genoeg.'

In 1994 keerde Mda terug naar Zuid-Afrika. 'Weltevredenpark' is de naam van de vriendelijke, gemengde nieuwbouwwijk in Johannesburg waar hij met vrouw en kinderen woont. Mda is dezer dagen een intens tevreden mens. Naast het broodschrijven (voornamelijk televisie-producties voor kinderen) ligt zijn volle aandacht bij fictie. Hij heeft een kloeke, historische roman onder handen, spelend tussen 1854 en het heden. Werktitel? Mda grijnst. De Jammeraars.