Kroondichter

Natuurlijk is er in Engeland al wel weer iemand geweest die heeft gevraagd: “Moeten wij in deze tijd nog wel een hofdichter hebben?' Want er is altijd wel iemand te vinden die zin heeft om een traditie tot 'niet meer van deze tijd' te verklaren. Toegegeven, het woord 'hofdichter' leent zich wel voor afschaffing. Poet Laureate klinkt al veel beter.

Benijdenswaardig. Want die Engelsen hebben dat dat toch maar mooi, een speciale dichter, een gelauwerde, die zijn verzen voor ze schrijft, een dichter wiens werk belangrijk en de moeite waard wordt gevonden.

Nu de plaats vacant is, wordt er vanzelfsprekend gepraat over 'het nut' van een dergelijk dichterschap. Daarbij wordt ook wel eens wat goeds gezegd, zoals: “Hij geeft poezie een openbare stem'.

Mooi zo.

Wij willen er ook een.

Dichters die in aanmerking komen hebben we genoeg, de een al beter dan de ander. Kouwenaar, Kopland, Van Toorn Herzberg, Gerlach, Eijbers, Vroman we kunnen te kust en te keur gaan. Over de taak van de dichter kunnen we kort zijn: een goed gedicht is altijd 'maatschappelijk relevant', want als het goed is zegt het ons iets en als het ons iets zegt doet het ertoe. Dan hoeft hij/zij heus niet, zoals een grapjassige uitgever volgens deze krant in The Times schreef, 'de verkiezingsoverwinning van New Labour' te bezingen, of, in Nederland, een ode aan het poldermodel te vervaardigen.

De enige keer in het recente verleden (1936) dat een dichter van overheidswege gevraagd is om een gelegenheidsgedicht te schrijven is dat niet zo erg goed afgelopen. P.C. Boutens juichte poetisch het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard toe. Het gedicht culmineerde in des dichters verzekering dat als de tijd daar zou zijn, 'Zal mijn verrukking lichterlaai/ De wieg omzingen van uw zoon, / Het kind van liefde op Hollands troon!'

'Als het eens meisjes zijn' reageerde minister-president Colijn nuchter, en, zoals achteraf is gebleken, zeer terzake. De laatste strofe moest sneuvelen tot grote onvrede van Boutens.

Zo moet het dus niet. We kiezen een dichter en we laten die dichten, dat is alles, en die gedichten komen af en toe in de krant, of die leest de dichter(es) voor op de televisie. We moeten alleen nog een goede naam verzinnen voor deze functie, want hofdichter klinkt te veel naar 'hofleverancier' en staatsdichter klinkt verdacht.

Misschien 'Dichter der Nederlanden' of 'Onze Dichter'. Of in het Latijn, 'poetus laureatus'. Of 'Rijksdichter'.

Er moet nu spoedig door het Ministerie van OCW een comissietje worden ingesteld van liefst zeer weinig deskundigen, anders krijgen we maar weer ruzie en rellen. Die wijst iemand aan en die wordt dan officieel met een kleine ceremonie en een brief met stempels goedgekeurd door de kroon ('kroondichter' kan ook). Hij/zij krijgt een aantrekkelijk jaargeld en dan dicht hij/zij voortaan voor ons allemaal.

Er is maar een voorwaarde: als we deze officiele dichter eenmaal hebben, gaan we nooit praten over afschaffen 'in deze tijd'. Dan houden we Onze Dichter voor altijd.