Kleermaker in droomland

Frenk der Nederlanden : Een Turkse kleermaker in Nederland De zaak Gumus, witte illegalen en de politiek Van Gennep 156 blz. fl 27,90

Staatssecretaris Cohen van Justitie had 'ontzettend buikpijn' gekregen van het boek Een Turkse kleermaker in Nederland. Je zag de paniek in zijn ogen bij het idee dat de levensverhalen van alle door hem afgewezen asielzoekers zo zouden worden ingekleurd als Parool-journalist Frenk der Nederlanden dat had gedaan bij de illegale Turkse kleermaker Gumus uit de Amsterdamse Pijp. 'Het is niet niets wat je teweegbrengt in de levens van mensen', zei Cohen onlangs op een discussieavond naar aanleiding van het boek. Wat niet wegneemt dat Cohen van mening is dat Gumus geen onrecht is aangedaan.

'Ik smeek je, laat die jongen studeren.' Zo had de onderwijzer in het Turkse dorpje Ortaoba de vader van Zekeriya Gumus toegesproken. 'Allah is mijn getuige: ik ben ervan overtuigd dat hij een goede wiskundeleraar zal worden.' Maar Zekeriya was nodig op het land. Op zijn elfde verliet hij de schoolbanken om boer te worden.

Geen bijzonder verhaal over een bijzonder Turks jongetje. Maar de details over Gumus' leven die Der Nederlanden in dit boek betrokken maar journalistiek opschrijft, zijn vooral navrant in het licht van wat later komen gaat. De jongen die in Istanbul met zijn ogen dicht thee serveert in een kapperszaak omdat de vrouwen er minirokjes dragen en de kapper nagellak, wordt later Amsterdammer onder de Amsterdammers. De man die in Turkije voortdurend overhoop ligt met zijn familie, brengt het in Nederland tot de verpersoonlijking van de goede buur voor wie de hele wijk uitloopt. Hij is het koren op de molen van rechts-extremisten (de leraar van de oudste zoon Ramazan raakt zo in paniek van dreigtelefoontjes dat hij een geheim nummer neemt en tijdelijk onderduikt) en het 'nationaal zeehondje' van bekende Nederlanders en politici, dat uiteindelijk wordt doodgeknuppeld in de Tweede Kamer tijdens een hoofdelijke stemming over zijn lot.

Door alle publiciteit rondom Gumus wisten we al dat de illegale kleermaker keurig stond ingeschreven bij bevolkingsregister en ziekenfonds, hij een sofinummer had, zijn kinderen hier al jaren naar school gingen en dat het gezin braaf kijk- en luistergeld en rioolrechten betaalde. Nu weten we ook van zijn strijd om het bestaan in Turkije. De bevalling van het eerste kind van Zekeriya en Esme Gumus wordt betaald door de verkoop van een paar schapen.

Een tweede zoon overlijdt aan de gevolgen van ondervoeding. Ze vertrekken naar Frankrijk. Maar het politieke klimaat onder Le Pen en de verhalen over Nederland doen hen verder reizen. 'Nederland was een droomland voor ons', zegt Gumus in het boek. 'Niet alleen vanwege het respect voor de mensenrechten, maar ook omdat je er zo snel rijk kon worden, of je nou legaal of illegaal was.'

Het Turkse gezin raakte uiteindelijk zo ingeburgerd dat het de Amsterdamse burgemeester Patijn zwaar viel om over zijn uitzetting te onderhandelen met politie en openbaar ministerie. In het boek vertelt Patijn over de 'stille diplomatie' die hij samen met het hoofd van het bevolkingsregister, Evert Geuzinge, voerde. 'We gingen op zoek naar een chique oplossing, die Schmitz de kans gaf zonder gezichtsverlies voor de dag te komen.' De media werden zoveel mogelijk gemeden en Gumus kreeg de opdracht om als de donder zijn Nederlands te verbeteren. Aan Schmitz deden Patijn en Geuzinge het volgende voorstel: Kijk bij het verlenen van een legale status niet naar het feit of iemand zes jaar wit heeft gewerkt (de zogenoemde witte-illegalenregeling), maar neem als uitgangspunt dat een van de kinderen de basisschool moet hebben doorlopen. Dat zou veel meer recht doen aan de feitelijke inburgering van een illegaal gezin. Maar Schmitz bleef volgens Patijn maar terugkomen op het geldende zesjaarscriterium. 'Het was een dialoog voor doven.'

En zo is de Turkse kleermaker Gumus vooral de zaak-Gumus gebleven. Exemplarisch daarvoor is de uitspraak die Der Nederlanden optekent uit de mond van Prince Leon de Lignac die het kleermakersgezin uit pieteit een ton schonk. 'Zekeriya Gumus aan boord?' De prins moet er op zijn New Horizon L met een badkamer van lapis lazuli niet aan denken.

'Ik heb helemaal geen geduld om met zo'n dom mannetje te praten.' Of in de woorden van staatssecretaris Cohen: 'Een verschrikkelijk geval, maar er zijn zo veel verschrikkelijke gevallen.'

Dat klopt. In het geboortedorp van Gumus sprak Der Nederlanden met nog veel meer Turken die in Nederland hebben gewerkt. Als hij zich niet verdiept had in Gumus, zou de kleermaker ondanks zijn landelijke bekendheid net als zijn dorpsgenoten altijd alleen maar 'een geval' zijn gebleven.