Het Evangelie volgens Nick Cave; De King James als pocket

Pocket Canon : The authorised King James Version of the Bible. Twaalf bijbelboeken, Canongate Books fl. 5,30 per deeltje

Het boek Job is subversief, het evangelie van Johannes is een Shakespeariaanse tragedie, de evangelist Marcus is een kinderlijk verteller en de apostel Paulus een bekrompen 'master of the soundbite'... Wie de inleidingen tot de eerste twaalf deeltjes van de onlangs verschenen 'Pocket Canon' leest, zal niet verbaasd zijn dat de Schotse uitgeverij Canongate nogal wat kritiek over zich heen heeft gekregen. Gelovige christenen laakten het plan om de boeken van de Bijbel uit te geven 'als op zichzelf staande literaire werken', en beschuldigden de 'antichristelijke' en 'antibijbelse' inleiders van onder meer blasfemie. Waarschijnlijk - of liever: natuurlijk - werkte de fundamentalistische actie averechts. Van de Pocket Canon werden in de afgelopen twee weken meer dan 50.000 sets verkocht; al eerder, op de boekenbeurs van Frankfurt, was de serie verhandeld naar tal van landen waaronder Nederland.

Het idee voor de Pocket Canon, uitgewerkt door een redacteur die voor zijn geliefde nergens een aparte cadeau-editie van het Hooglied kon vinden, hing al jaren in de lucht maar was daar vreemd genoeg door niemand nog uitgeplukt. Vooral uitgeverij Penguin heeft een kans gemist: die kwam in 1995 al met een aantal succesvolle series '60p books' (korte teksten van Homerus tot Roald Dahl op luxe-miniformaat) en presenteerde onlangs haar Modern Classics in een nieuw, hip, op de hedendaagse jeugd toegesneden jasje. Canongate doet nu eigenlijk hetzelfde. Om een groot modern publiek te laten kennismaken met de taal en thema's van The Authorised King James Version of the Bible - de bijbelvertaling uit 1611 die 'meer dan enig ander werk in de geschiedenis' van invloed is geweest op het hedendaagse Engels - worden de bijbelboeken afzonderlijk uitgegeven, voor een meeneemprijs (een pond per stuk), met een aansprekende zwartwitfoto op de omslag, en met een voorwoord van een Bekende Wereldburger. Onder de eerste twaalf exegeten bevinden zich popster Nick Cave, de religieus biograaf A.N. Wilson, cultschrijver Will Self en Booker Prize-winnares A.S. Byatt; voor de volgende serie is ingetekend door U2-zanger Bono, detectiveschrijfster Ruth Rendell en de koningin van de romantische fictie, Joanna Trollope.

De Canongate-aanpak mag populistisch zijn ('Is that a canon in your pocket?' kopte de Independent on Sunday een maand geleden helemaal in stijl), een knieval voor het grote publiek kun je de Pocket Canon niet noemen. Niet alleen omdat de inleidende essays over het algemeen origineel en van hoog niveau zijn, maar ook omdat aan de bijbelteksten zelf niet gemorreld is. In Nederland wordt de Bijbel 'naar de mensen gebracht' door hem opnieuw te vertalen - wat net als een spellingswijziging taalkundig en literair bezien hinderlijk is, omdat de band met de taal van eerdere generaties doorsneden wordt.

In Groot-Brittannie (dat ook al niet zucht onder spellingshervormingen) wordt het ontkerkelijkende publiek gelokt met luchtige literaire analyses. De zeventiende-eeuwse 'Tongue of Canaan' houdt men gewoon in ere.

De belangrijkste aantrekkingskracht van de Pocket Canon ligt in de keuze van de inleiders. Soms is die (vooral voor Nederlandse lezers) onverwacht, zoals in het geval van Will Self de inderdaad nogal apocalyptisch aangelegde bespreker van de Openbaringen of Nick Cave, die uitlegt dat een ouder wordend rock'n'roll-beest liever Marcus leest dan het zo heerlijk bloedige Oude Testament. Soms is die op een komische manier voorspelbaar. Zo wordt Genesis geintroduceerd door de geneticus Steven Rose, en Paulus' vrouwonvriendelijke brief aan de Korintiers door de literaire feministe Fay Weldon. Haar bijtende dialoog met de schrijver van 'al die ondramatische brieven naar hier en daar' behoort tot de hoogtepunten van de Pocket Canon. 'Luister naar Paulus in Korintiers' fleemt ze, het vers (I:10) citerend waarin de apostel zijn broeders tot 'eenheid van zin en gevoelen' maant. Waarna ze antwoordt: 'Oh thanks! And it's to be your judgment, isn't it, because you have the hot-line to God? (...) Put away our adulthood and submit be as a little child.'

Weldon wantrouwt de ooit zo wrede bekeerling-apostel: 'Does the leopard change his spots as he changes sides?' Maar haar scherpe toon valt in het niet bij die van de romancier Louis de Bernieres (Captain Corelli's Mandolin) in zijn voorwoord bij Job. Bernieres schrijft bewonderend over de literaire waarde van het achttiende bijbelboek, met zijn dramatische ironie en zijn 'klassieke existentialistische held'.

Bob Dylan zou ook een goede keus zijn

Maar voor de God die erin optreedt, de 'sarcastische megalomaan' die zichzelf 129 verzen lang op de borst klopt zonder uitleg te geven bij de beproevingen die hij Job laat doorstaan, heeft hij geen goed woord over. Bernieres' cynisme doet denken aan dat van Randy Newman in zijn 'God's Song' (1972), de zwart-humoristische klaagzang waarin een ter verantwoording geroepen God toegeeft dat de mens minder voor Hem betekent dan 'het kleinste yucca-boompje': 'I burn down your cities how blind you must be/ I take from you your children and you say how blessed are we/ You all must be crazy to put your faith in me/ That's why I love mankind.'

Randy Newman zou ook een goede keus zijn geweest als Canon-inleider, net als Bob Dylan (Openbaringen), Billy Graham (Prediker) Saul Bellow (Spreuken) of Bill Clinton (Exodus). Nu is de enige Amerikaan onder de twaalf exegeten de schrijver-filosoof-boeddhist Charles Johnson die niet al te spectaculair uit de hoek komt door Spreuken te lezen als een 'plattegrond voor het leven', een soort Pilgrim's Progress avant-la-lettre. Maar verder is er over de selectie van Canongate nauwelijks te klagen - al was het alleen maar omdat de Israelische schijver David Grossman naar aanleiding van Exodus de gelegenheid krijgt om het nationale karakter van het joodse volk terug te voeren op de traumatische maar vormende veertig jaar in de woestijn.

Geschiedenis, filosofie, recht, sociologie, antropologie - de Bijbel is er van vergeven. Maar in de Pocket Canon gaat de aandacht in de eerste plaats uit naar de literaire waarde van de bijbelboeken. Net als de hoofdpersoon van haar beroemdste roman Possession (1990) laat A.S. Byatt zich meeslepen door de tekst waarover ze zich moet buigen: het Hooglied.

Ze gaat in op de religieus-symbolische verklaringen die er in de loop der eeuwen voor dit erotische 'Lied van Salomon' zijn gegeven, trekt vergelijkingen met de metaforiek van middeleeuwse vruchtbaarheidsliederen en de poezie van Paul Celan, en concludeert uiteindelijk dat dit bijbelboek met recht het 'Lied der Liederen' is: 'een gedicht over het scheppen van poezie, het benoemen van de wereld de compositie van de wereld door middel van de menselijke verbeeldingskracht, die wordt gevoed door het erotisch verlangen.'

Nick Cave blijft dichter bij huis. Marcus spreekt hem vooral aan omdat de evangelist als een kind zo opgewonden zijn verhaal doet, met veel 'plotselings' en 'onmiddellijks' en mensen die wild rondrennen en schreeuwen; bovendien is Jezus bij Marcus een persoon van vlees en bloed en niet het bleke aftreksel dat de Anglicaanse Kerk ('de decafe onder de erediensten') van Hem maakte.

Hetzelfde round character ('zelfverzekerd, doordrijverig en ietwat onaangenaam') komen we tegen in Johannes. Tenminste volgens de schrijver-journalist Blake Morrison (As If), die in de beste van de tot nu toe verschenen bijbelboekjes uitlegt waarom het vierde evangelie het meest buitenissige en poetische is. Omdat het uitgewerkte metaforen in plaats van simpele vergelijkingen gebruikt; omdat het spiritueel en aards is; omdat het doordesemd is van een Shakespeariaanse noodlotsdreiging; en vooral omdat het de betoverende kwaliteit heeft van een sprookje.

Morrisons zeer persoonlijke lezing van Johannes verdient een niet-Engelse lezerskring. En dat staat te gebeuren: uitgeverij Atlas brengt volgend jaar de Pocket Canon in een Nederlandse bewerking, met vertaalde inleidingen gevolgd door de Statenvertaling.

Voor de in Nederland minder bekende inleiders zo kondigde de uitgever aan, worden vervangers gezocht. Maar eigenlijk gaat die aanpak niet ver genoeg. Ieder boek uit de Statenvertaling heeft (ook) recht op een Nederlandse exegeet. Judith Herzberg over het Hooglied Freek de Jonge over Prediker, Ilse DeLange over Korintiers, Willem Aantjes over Job, Johan Cruijff over Spreuken - dat is pas nieuws onder de zon.

    • Pieter Steinz