Hardere aanpak van doping zaait tweedracht 'Wielersport loopt altijd voorop in strijd tegen doping'

Bij de Tourpresentatie in Parijs kibbelden bestuurders, ploegleiders en wedstrijdleiders over de bestrijding van doping. De onderlinge verdeeldheid is illustratief voor het ingewikkelde probleem.

Het rossige gelaat van de Nederlandse bestuurder Hein Verbruggen liep gistermiddag donkerrood aan. De voorzitter van de internationale wielrenunie (UCI) was witheet op zijn Franse vriend Jean-Marie Leblanc die als organisator van de Tour de France een gloedvol betoog had gehouden over de harde aanpak van het dopingvraagstuk. Leblanc bekritiseerde de “de milde straffen' van de UCI. Verbruggen kon zijn ergernis niet langer verbloemen. “De Fransen zaaien twijfels met valse informatie. Zij hebben nota bene onze plannen overgenomen.'

De emotionele oproep van Leblanc, die de renners wil onderwerpen aan strengere dopingregels, was ingegeven door de harde aanpak van de Franse overheid. President Chirac zal volgende maand bij de Europese top in Wenen aandringen op een fellere bestrijding van het drugsprobleem. Voor de goede orde: drugs en doping worden in Frankrijk onder een noemer geplaatst. De Franse sportminister Buffet heeft aangekondigd dat zij de strijd tegen EPO en andere verboden middelen onverminderd voortzet. Buitenlandse waarnemers spreken van een heksenjacht. Zij verwijzen naar de drie werknemers van TVM die nog altijd worden vastgehouden in Reims. “Absoluut onbegrijpelijk', zei Verbruggen.

Leblanc repte in Parijs met geen woord over TVM. Hij begreep dat de Franse justitie onafhankelijk te werk gaat. Hij durfde de werkwijze van de onderzoeksrechter in Reims niet te bekritiseren. Hij deed voorkomen alsof de Fransen sinds jaar en dag een collectieve strijd voeren tegen doping in de wielersport. De werkelijkheid is anders. Onder leiding van Leblanc bleef de Tour een decennium verschoond van dopingaffaires, hoewel vriend en vijand ervan overtuigd waren dat in het peloton werd geslikt en gespoten.

Door de efficiente aanpak van de Franse justitie is Leblanc gedwongen zijn gedoogbeleid bij te stellen. De geloofwaardigheid van de Tour staat op het spel. Hij kan niet langer mooi weer spelen.

De Belgische ploegleider Patrick Lefevere van de Italiaanse formatie Mapei hekelde gisteren de chauvinistische retoriek van Leblanc. “De Fransen hebben jarenlang aangerommeld met doktoren en verzorgers. En nu willen ze ons verwittigen hoe we moeten handelen. Daar doe ik niet aan mee.' Volgens Lefevere is het niet verstandig wanneer de ploegleiders zo snel mogelijk het handvest van de Tour ondertekenen, zoals enkele Franse ploegleiders hebben aanbevolen. Hij verwees naar de vergadering van het Internationaal Olympisch Comite (IOC) die in februari 1999 geheel aan doping is gewijd.

“Laat de andere sporten eerst maar eens over de brug komen. U gaat mij toch niet vertellen dat zwemmers atleten en voetballers geen verboden middelen gebruiken. De wielersport loopt altijd voorop in de strijd tegen doping. Maar we moeten niet roomser zijn dan de paus', sprak Lefevere.

De meningsverschillen in het Parijse Palais des Congres waren kenmerkend voor het ingewikkelde probleem van het dopingvraagstuk. Zo heeft de UCI voor volgend seizoen nieuwe gezondheidscontroles aangekondigd. Onder toezicht van de medische faculteit van Lausanne moeten de ploegartsen minimaal twee keer per jaar een medisch dossier van de renners samenstellen. De Franse wielerbond pleit voor een vergelijkbaar onderzoek, maar dan geleid door onafhankelijke artsen. Verbruggen: “Hoe onafhankelijk zijn onafhankelijke artsen? Ik zet daar mijn vraagtekens bij. De UCI moet een vinger aan de pols houden, anders wordt het een janboel.'

Verbruggen blijft overigens optimistisch als het gaat om de bestrijding van de meeste dopingproducten. Hij noemt stimulerende middelen in de topsport overbodig. “Waarom zou je de Tour niet op een boterham met pindakaas kunnen rijden? Als de renners allemaal minder hard rijden, staat het publiek even hard te klappen.'

Over de bestrijding van EPO, een levensgevaarlijke vorm van bloeddoping die niet traceerbaar is, blijft Verbruggen sceptisch. Hij verwijst naar de toegestane hematocrietwaarde van vijftig procent. “Wij hebben die waarde vastgesteld omdat we EPO niet kunnen opsporen. Maar wat zie je nu: de renners denken dat ze ongestraft naar een limiet van 49 procent kunnen groeien. Door onze testen kunnen renners die eerst geen EPO gebruiken aangezet worden toch een beetje EPO te gebruiken. Ik weet daar geen oplossing voor.'

Verbruggen refereerde verder aan de praktische problemen van de dopingcontroles. Volgens het nieuwe handvest van de Tour krijgen renners die in aanraking zijn gekomen met doping, meteen een startverbod. Ongeacht de uitslag van de contra-expertise. Daarmee zou de omstreden deelname van de ploeg Festina aan de Vuelta (afgelopen najaar) niet langer tot de mogelijkheden behoren. Het lijkt een redelijk voorstel van de Fransen, maar Verbruggen wees fijntjes op de financiele risico's.

“Naar wie kan ik de rekening sturen als de renner bij de contra-expertise niet positief blijkt te zijn? De schadeclaims zullen gigantisch zijn. Zo zie je maar weer: aan elke oplossing kleven ethische bezwaren. Dat zullen de Fransen ook nog merken. Het dopingprobleem is even onoplosbaar als het probleem van de criminaliteit. Helemaal uitroeien kun je het nooit.'