Franse lycea krijgen vooral meer oppassers

De Franse lyceistenbeweging is ingezakt. Gisteren werd aan een derde nationale actiedag nog maar door 30.000 middelbare scholieren meegedaan. De minister van Onderwijs, Claude Allegre, heeft meer 'volwassenen op school' en een lichter programma toegezegd, vooral voor de exacte vakken.

Tijdens de eerste landelijke manifestatie in oktober liep een half miljoen lyceisten over straat. De herfstvakantie en de maatregelen van Allegre hebben de beweging de wind uit de zeilen genomen. In Parijs liepen 2800 lyceisten over straat, van relschoppers afgeschermd door 4.000 man politie.

De actievoerders van gisteren blijven ontevreden. Van de 13.000 toegezegde nieuwe banen bij de lycea (tweede helft van het middelbaar onderwijs) zijn er maar 3.000 voor docenten; de overige 10.000 worden tijdelijke banen voor jongeren, die als begeleiders en oppassers gaan werken. De lyceisten hadden meer individuele studiebegeleiding geeist, waar deze jonge werklozen vaak niet toe in staat zijn.

Een ander bezwaar is dat de 3.000 nieuwe docenten maar in beperkte mate de klassengrootte, vaak boven de 35 leerlingen, naar beneden kunnen brengen. Het ministerie stelt daar tegenover dat het aantal leerlingen afneemt en dat onderwijs zich niet kan onttrekken aan de strakke begrotingsnormen.Minister Allegre is aan de klachten over de grote werkdruk tegemoet gekomen door met onmiddellijke ingang de programma's voor verschillende vakken te verlichten. Daar hadden de lyceisten eerder al tegen gewaarschuwd: zij wilden beter onderwijs, niet minder.

Gisteren gingen ook wetenschappelijk onderzoekers de straat op. Zij vrezen een uitholling van de nationale onderzoeksinstelling CNRS, die een simpele subsidiepijplijn zou worden. De minister wil het onderzoek meer organiseren via de universiteiten en richten op maatschappelijk rendement. De regering heeft onlangs een hoge adviesraad ingesteld om daarbij te helpen. Daar zitten enkele buitenlanders in, onder wie dr. N. de Voogd voorzitter van het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft.