Einde goodwill specialist in zicht

Een medisch specialist betaalt al gauw 350.000 gulden 'sleutelgeld' aan toekomstige collega's om zich in een ziekenhuis 'vrij' te mogen vestigen. Een omstreden systeem.

Ziekenhuizen en medisch specialisten overleggen over het afschaffen van de goodwill. Als de partijen het eens worden over de oplossing die de ziekenhuizen voorstellen, gaan beginnende specialisten de eerste drie jaar minder verdienen zonder dat hun besteedbaar inkomen kleiner wordt. Het geld dat zo wordt bespaard is een van de bronnen om de afkoop van de goodwill van de zittende specialisten te financieren, het 'sleutelgeld' dat een specialist zijn collega's moet betalen om zich in een ziekenhuis te mogen vestigen. De hoogte is afhankelijk van de omzet. Gemiddeld is het een bedrag van zo'n 360.000 gulden. Landelijk gaat het in totaal om zo'n twee miljard gulden.

De Orde van medisch specialisten (OMS) is gematigd optimistisch over de uitkomsten van het overleg dat inmiddels al enkele maanden gaande is. In een column in het vandaag verschenen weekblad Medisch Contact schrijft de Orde geen principiele bezwaren meer te hebben tegen het goodwillvrij maken van de specialistenpraktijken. Wel eist de Orde harde toezeggingen over de medewerking van fiscus en ministerie. Volgens de Orde verdient een landelijke aanpak de voorkeur boven lokale initiatieven. In een aantal ziekenhuizen is afgelopen tijd de goodwill al afgeschaft. Dit leidt tot ongewenste concurrentie tussen de ziekenhuizen, aldus de OMS.

De NVZ, de vereniging van ziekenhuizen, heeft het adviesbureau Sibbing & Wateler een plan laten ontwikkelen dat landelijk in de afschaffing voorziet en dat de meeste van de betrokken partijen nauwelijks geld kost. Minister Borst (Volksgezondheid) heeft de ziekenhuizen al toegezegd gemeenschapsgeld hiervoor ter beschikking te stellen. In de meerjarenafspraak die zij gisteren met NVZ en OMS sloot trekt Borst in 1999 2,3 miljoen gulden uit een bedrag dat oploopt tot 105 miljoen in 2002.

De goodwill is een al decennia slepend probleem. In de afgelopen jaren zijn er verschillende pogingen gedaan om de goodwill af te schaffen. Met name bij de gevestigde specialisten bestaat huiver over het verdwijnen van de goodwill. Ze willen er zeker van kunnen zijn dat ze het geld dat ze hebben betaald ook terugkrijgen. Bovendien zijn ze bang dat zonder de goodwill het 'vrije ondernemerschap' op losse schroeven komt te staan.

Het oplossen van het goodwillprobleem lost volgens de ziekenhuizen een groot aantal andere problemen op. Ze gaan er van uit dat na het verdwijnen van de goodwill de specialist gemakkelijker naar een andere ziekenhuis overstapt. Beginnende specialisten hoeven zich ook niet langer in de schulden te steken, kunnen ook echt kiezen voor loondienst en gemakkelijker parttime gaan werken.

Volgens NVZ is het niet realistisch om te veronderstellen dat er twee miljard gulden op tafel kan komen om de goodwill in een keer af te kopen. Uitgangspunt van Sibbing & Wateler was daarom de bruto kosten te verlagen zonder dat de netto-opbrengst wordt aangetast. Daarbij onder meer wordt gebruik gemaakt van een zodanig aangepaste fiscale afhandeling dat specialisten minder belasting betalen en de opbrengst voor de fiscus uiteindelijk toch gelijk blijft. Ook wordt rekening gehouden met het vervallen van rente-aftrek voor de lening die de beginnende specialist op dit moment nog moet afsluiten.

De specialisten moeten zelf overigens ook bijdragen. De zittende specialist ziet het bruto bedrag waarop hij recht heeft met vijftien procent omlaag gaan, maar door een fiscale compensatie houdt hij netto toch hetzelfde bedrag. De beginnende specialist betaalt ook: omdat hij zich niet in de schulden hoeft te steken is het volgens de ziekenhuizen gerechtvaardigd dat ze eerste vier jaar minder inkomen krijgen.

Het eerste jaar levert hij dertig procent in, in het tweede en derde jaar jaar respectievelijk twintig en tien procent.

Uiteindelijk is er door de gekozen constructie maximaal 'maar' zo'n achthonderd miljoen nodig voor de afkoop van de goodwill. Dit geld moet bij de bank worden geleend waarbij de aflossing grotendeels uit de inverdieneffecten wordt gefinancierd. De grootste bijdrage komt echter van de belastingbetaler. De minister wordt geacht de rente te vergoeden een kostenpost die wordt begroot op zo'n zeventig miljoen gulden per jaar. Maar met dit bedrag kan over tien jaar dan ook het goodwillprobleem zijn opgelost, een kwart eeuw nadat dit al bij de huisartsen mogelijk bleek.

Met zeventig miljoen gulden per jaar kan het goodwillprobleem over tien jaar zijn opgelost