Een omelet als existentieel drama

Ethan Coen; Gates of Eden Doubleday, 288 blz. fl 49,95

Het is kort genoeg om hier na te vertellen, maar het verhaal 'A Morty Story' is op zich al reden genoeg om Gates of Eden, de eerste verhalenbundel van Ethan Coen, zelf aan te schaffen. Meer dan een anekdote is het eigenlijk niet, vederlicht en onnadrukkelijk. Een oom van de verteller komt een paar dagen bij hem en zijn vriendin in New York logeren. Oom Morty vult zijn korte verblijf met volstrekt alledaagse bezigheden, zoals winkelen en eten in kosjere restaurants. Dat is alles maar aan het eind van het verhaal blijkt de aanwezigheid van deze weinig aansprekende figuur een desastreuze uitwerking gehad te hebben op de relatie van de verteller en zijn vriendin. Onze gevoelens kennen sluipwegen die voor ons bewustzijn verborgen blijven; dat de filmregisseur Coen die notie zonder opzichtig effectbejag weet in te bedden in een onopvallende anekdote, bewijst dat je niet te maken hebt met een zondagsschrijver.

De gedempte toon van 'A Morty Story' verrast des te meer omdat zoveel verhalen in deze bundel direct in de hoogste versnelling gaan. Daarin laat Coen zien dat hij ook op papier de licht tot zwaar absurdistische registers beheerst die je kent van de films die hij samen met zijn broer Joe maakt: Miller's Crossing, Barton Fink, Fargo en The Big Lebowski. Een aantal verhalen speelt in een onwerkelijke gangsterwereld waar het altijd 1925 lijkt te zijn, bevolkt door boksers, prive-detectives en kleine mafiosi. Het geweld is grotesk, het bloed dat vloeit lijkt verdacht veel op ketchup. Men wordt klakkeloos in elkaar geslagen, doodgeschoten, er wordt achteloos een oor afgebeten (en even later het andere). Dat kan hilarisch zijn en dat is het soms ook - maar te vaak is het toch vooral melig. Een verhaal, geschreven als een hoorspel, over een prive-detective die Hector Berlioz heet (scenewisselingen worden aangekondigd door een paar maten uit de Symphonie Fantastique) en zijn ontmoetingen met de fatale schoonheid uit de Amerikaanse pulpliteratuur met wie hij wisecracks uitwisselt, herinnert aan de geschreven sketches van Woody Allen - jammer genoeg, want wat ontbreekt is diens gevoel voor timing, waardoor zelfs de flauwste grap leuk gemaakt kan worden. Een variatie op hetzelfde komieke thema is 'The Old Boys', een parodie op de inteelterige Britse geheime dienst, vol hete-aardappeldialogen en met een clou als een mokerslag. Best grappig, maar het vervliegt nog tijdens het lezen.

Die gewilde hilariteiten halen het evenwicht uit deze bundel. Net zoals het realistisch-absurdistische Fargo verreweg de beste film van de broers Coen is, zo maken ook in Gates of Eden die verhalen indruk waarin een reeel gegeven absurde, surrealistische trekjes krijgt - zoals 'Cosa Minapolidan', over een groepje mafiosi dat neerstrijkt in Minneapolis, simpelweg omdat daar nog helemaal geen georganiseerde misdaad is.

De gevolgen zijn even komisch als desastreus. In dat verhaal drijft Coen het thema op de spits dat ook de meeste andere verhalen beheerst: de wereld is dolgedraaid en vijandig en wie zijn eigen weg zoekt, stoot onherroepelijk keihard zijn hoofd. Ambities worden gefnuikt, goede bedoelingen genadeloos afgestraft, liefdes verraden. Je komt altijd ergens anders uit dan waar je naartoe wilde.

Coen heeft een groot zwak voor de schlemiel die grote dromen koestert die het leven hem genadeloos laat inleveren. Op zijn best is hij wanneer hij zijn zondebok in een geloofwaardige wereld plaatst, zoals in het titelverhaal - en dan is hij ook heel erg goed. Een inspecteur die kassa's en weegschalen controleert komt voor een paar uur terecht in een onaards paradijs van geisha's en hemelse seks. Het blijkt een valstrik van zijn vijanden, maar ondanks de vernedering die volgt is die middag er voor hem niet minder onvergetelijk om.

Humor en pijn gaan ook overtuigend hand in hand in 'The Boys' waarin een vader, die zijn twee zoontjes probeert te vermaken op een uitstapje, zuiver door alledaagse tegenslag tot wanhoop wordt gedreven. De trefzekere manier waarop Coen het bestellen van een omelet in een diner tot een schrijnend existentieel drama weet te maken, doet niet alleen uitzien naar zijn nieuwe film.