Een giftig brein; Dennis Potter (1935-1994)

Na zijn serie The Singing Detective was de schrijver Dennis Potter geruime tijd ernstig van slag, zei hij later. Hij kreeg geen pen meer op papier. De serie was weliswaar niet rechtstreeks autobiografisch, maar wel had hij veel autobiografische elementen gebruikt: de psoriatische artropathie van de hoofdpersoon en diens waanvoorstellingen als gevolg van medicijnen de flarden van zijn getroubleerde jeugd in het door bossen omgeven mijnwerkersdorp bij Wales, de obsessie met betaalde seks, de argwaan jegens bijna iedereen om hem heen - het was allemaal, naar zijn zeggen iets te dichtbij gekomen. Onbedoeld had hij bij zichzelf een zenuw geraakt die diep verborgen lag. Die pijn zeurde nog lang na.

Dat moge zo zijn, schrijft Humphrey Carpenter in zijn 'geautoriseerde' Potter-biografie, maar het is niet waar dat Dennis Potter na het schrijven van The Singing Detective niet meer in staat was tot schrijven. Sterker nog: een maand voordat de BBC de eerste aflevering uitzond, werkte hij alweer aan een eerste versie voor zijn volgende serie. Vaak liet Potter zich openhartig en met niets ontziende eerlijkheid interviewen, en tegelijk was hij een meester in de effectberekening. Hij wist precies wat hij met bepaalde woorden en daden teweeg kon brengen. Vast en zeker had The Singing Detective een aanslag op zijn zenuwgestel betekend, maar hij deinsde er - terwille van het effect - niet voor terug daar nog een schepje bovenop te doen. Niet voor niets schreef hij in 1983 in het voorwoord van een van zijn scriptbundels: 'Ik geloof niet wat schrijvers over zichzelf zeggen, behalve als ze denken dat ze het niet over zichzelf zeggen.'

Geheim

En zo stond de biograaf voor de taak iemand te portretteren die ogenschijnlijk al heel vaak de waarheid over zichzelf heeft verteld. De contouren van dit levensverhaal komen ons dan ook bekend voor: de jeugdjaren in de nabijheid van het Forest of Dean de overstap naar Oxford, waar Potter niet alleen opviel als briljant - en ietwat pedant - student maar ook door in tegenstelling tot de meeste anderen niets te verdoezelen van zijn arbeideristische afkomst, zijn geestdriftige overgave aan de Labour-idealen en zijn mislukte poging parlementarier te worden, de virulente huidziekte die hem overviel toen hij achterin de twintig was, en de stimulerende omgeving die hij vervolgens vond bij de BBC.

Een groot geheim heeft Dennis Potter desondanks altijd bewaard: op zijn elfde is hij met enige regelmaat verkracht door een inwonende oom.

Zonder zich in sensationalisme te verliezen, weet Carpenter het verhaal te reconstrueren. Niet alleen blijkt Potter er met zijn dochter over te hebben gesproken, maar ook worden enkele cryptische citaten uit zijn werk er opeens duidelijk door. Hij kon er destijds met niemand over praten en hield op latere leeftijd ook interviewers af die iets vermoedden. 'Ik had genoeg innerlijk fatsoen om het mijn moeder pas veel later te vertellen', zei hij eens, zonder in details te treden. Maar zelfs dat gesprek met zijn moeder heeft Dennis Potter nooit gevoerd, ontdekte Carpenter toen hij er bij de oude mevrouw over begon. Ze bleek van niets te weten.

Er was in zijn jeugd iets ergs gebeurd, meer wilde Potter er nooit over zeggen. Maar de sporen waren terug te vinden in zijn werk, zei hij kort voor zijn dood in een lezing: 'Als iemand de moeite neemt te kijken, goed te kijken naar mijn werk in de loop der jaren, zal het hem weinig moeite kosten om te ontdekken dat het merendeels over het slachtoffer gaat, iemand die het niet kan uitleggen, die er niet de goede bewoordingen voor kan vinden, die zelfs helemaal niet meer kan spreken. Maar ik weet ook, zonder enige twijfel dat hoe dichter het schrijven in de buurt komt van zelftherapie, hoe slechter het wordt.'

Of ook zijn ziekte iets met die schokkende episode te maken heeft gehad, is niet te zeggen. Een beetje halfhartig suggereert Carpenter dat psoriasis soms een psychische oorzaak kan hebben maar dat weet niemand zeker. Wel maakt hij aannemelijk dat Potter ook zelf met die gedachte heeft gespeeld. De therapeut in The Singing Detective waarschuwt zijn patient voor het idee dat 'de ziekten en het gif in het brein' zich een weg naar buiten zouden banen door de huid.

En een psoriasis-patiente in Tender is the night, een door Potter gemaakte tv-bewerking van het boek van Scott Fitzgerald, zegt met grote stelligheid dat haar ziekte een straf is voor de zieke gedachten in haar hoofd: 'Het gif in mijn brein is door mijn huid heengebroken.'

Het was alsof zijn huid onophoudelijk in brand stond, zei Potter eens. Hij schaamde zich ervoor. Als hij in een hotel moest overnachten, koos hij bij voorkeur een hotel met licht tapijt op de vloer. Op donker tapijt zou immers zichtbaar zijn hoe veel schilfers er van hem afvielen als hij zich uitkleedde. Overdag droeg hij een pyamabroek onder zijn pantalon. Ook had de ziekte zijn handen kromgetrokken. Veelbetekenend is wellicht wat diverse ooggetuigen aan hem is opgevallen: dat hij die handen vaak tegen zijn kruis gedrukt hield, als om dat te beschermen. Carpenter oppert bovendien de mogelijkheid dat Dennis Potter door de medicijnen allengs impotent was geworden.

Krachtsinspanning

Potter schreef met een verkrampte knuist die vaak rauwrood was en soms zelfs in een drukverband moest worden verpakt. Tijdens de ergste aanvallen was hij niet eens meer in staat een pen vast te houden. Dan werd die pen met klemband aan zijn rechterhand vastgemaakt. Soms nam hij liever een viltstift, dat schreef iets lichter. Van stoppen wilde hij echter niet weten, tenzij de hallucinerende bijwerking van de zware geneesmiddelen hem iedere heldere gedachte benam. Zijn handgeschreven scripts - in hoekige blokletters - zien eruit alsof ze met uiterste krachtsinspanning in het papier gekerfd zijn door een man die door roeien en ruiten ging om te schrijven wat hij moest schrijven.

Maar bij alle fysieke belemmeringen die menig ander allang tot pathologische wanhoop zouden hebben gebracht, had Potter ook een calculerende kant.

Hij wist precies dat een geschreven pagina gelijk stond aan een minuut drama, en hoe lang hij dus nodig zou hebben voor het schrijven van elk tv-stuk. En toen hem zijn spoedige dood - door kanker - was aangezegd, rekende hij ook precies uit dat hij nog de tijd zou hebben voor twee series van elk vier afleveringen. Gestaag schreef hij door, op een dieet van champagne en morfine. Naarmate de dood naderde stelde hij zich voorts ten doel nog zo veel mogelijk geld aan zijn gezin na te laten. Door emotionele chantage wist hij een unieke samenwerking tussen de BBC en de commerciele televisie te bewerkstelligen: op beide zenders werd en Karaoke en Cold Lazarus uitgezonden. Dat vormde niet alleen een zeer gepast eerbetoon, maar ook een bron van extra inkomsten; de BBC moest immers betalen om ook het door ITV geproduceerde Cold Lazarus te kunnen uitzenden, en ITV moest betalen voor de uitzendrechten van het door de BBC geproduceerde Karaoke. Fijntjes voegt Carpenter daar nog aan toe, dat Dennis Potter zich voor zijn indrukwekkend serene afscheidsinterview met tv-presentator Melvyn Bragg liet honoreren met de somma van 20.000 pond. Zelden was zo'n eenvoudig tv-programma zo duur.

Achterin het boek staat het oeuvre opgesomd dat Potter naliet. Een paar filmscripts, een enkel toneelstuk, maar vooral televisie. Hij kwam bij de BBC binnen, toen daar nog in betrekkelijk grote vrijheid wekelijks nieuw tv-drama in de studio werd gemaakt, en bleef het medium trouw - al was dat soms, door de commercialisering en de daaruit voortvloeiende verloedering, tegen heug en meug. Hij opponeerde tegen het cultuurpessimisme van de spraakmakende goegemeente, maar relativeerde zijn houding in een aforistische paradox: 'Optimisme is aanvaardbaar, op voorwaarde dat men accepteert dat er geen rechtvaardiging voor bestaat.' De televisie, hield hij niettemin vol, is de enige democratische cultuurdrager ter wereld.

Literatuur en theater zijn veelal voorbehouden aan de hogere klassen. Naar de televisie kijkt iedereen.

In totaal schreef Potter maar liefst dertig losse tv-spelen en elf series die samen 67 afleveringen omvatten. Een keer heeft hij een tv-spel (Brimstone and Treacle) nadien tot toneelstuk bewerkt omdat het door de BBC te elfder ure uit de programmering was geschrapt wegens de controversiele inhoud: een duivelse indringer ontpopt zich tot reddende engel door de comateuze dochter des huizes te verkrachten. (Het wordt vanaf komende maand door theatergroep Hollandia gespeeld onder de titel Bitterzoet.)

Obsessie

Controversieel was Potter trouwens wel vaker, niet alleen door de inhoud maar ook door de vorm van zijn stukken. Gaandeweg verruilde hij het chronologische narratief van het reguliere tv- en toneelrepertoire voor een associatieve vorm die het seriedrama tot een trotse, zelfstandige kunstuiting maakte - een veelgelaagd vlechtwerk van fantasieen, herinneringen en dromen, werkelijkheid en fictie, muziek en beelden, waarmee zichtbaar werd wat zich afspeelde in het vaak nogal koortsige brein van de hoofdpersoon. Dat het daarin vaak over seks ging wekte in het puriteinse Engeland vanzelfsprekend weerstanden op. In zijn hier nooit vertoonde serie Blackeyes - een bijna essayistisch vertoog over de manier waarop mannen naar vrouwen kijken - dreef hij de seksuele obsessie echter zo ver door, dat ook serieuze critici hem van monomanie beschuldigden.

Dit alles, en veel meer, is in de biografie van Howard Carpenter allemaal nauwgezet geboekstaafd. Het meest te waarderen is de treffende manier waarop ieder werk van Potter werd samengevat en met raak gekozen citaten gekarakteriseerd.

Maar een bevlogen auteur is Carpenter jammer genoeg niet; in zijn streven naar volledigheid (de geschiedenis van het Forest of Dean beslaat al vier pagina's!) is hij meer een notulist dan een man van het grote gebaar. Van mij had hij sommige episodes en interviews best iets korter mogen afdoen; ook als een citaat al genoeg is, geeft Carpenter ze allemaal.

Dennis Potter is geregeld gevraagd of hij nooit heeft overwogen in therapie te gaan. Nee, luidde zijn antwoord steevast. Hij was veel te bang dat hij daarmee de bronnen van zijn obsessieve schrijverschap zou droogleggen: 'Ik heb ontdekt dat ik in mijn werk alleen mijzelf kan gebruiken, mijzelf leeg maak. Als ik sterf, wil ik dus volstrekt leeggemaakt zijn en volkomen uitgeput.' Dat is hem, hoe wrang ook, gelukt. Toen de scripts voor Karaoke en Cold Lazarus klaar waren, en Potter toch een paar dagen over bleek te hebben schreef hij voor de Daily Telegraph nog een kort verhaal over een ten dode opgeschreven schrijver die zijn laatste krachten gebruikt om orde te brengen in de in zijn brein rondslingerende punten en komma's. Pas daarna stierf hij.