De vermoeienissen van het vrije leven; Mazarine Pingeot over passies en grenzen

Mazarine Pingeot; Het Debuut. Vertaald door Nini Wielink. Anthos 286 blz fl. 34.90

Dit voorjaar verscheen in Frankrijk de eerste roman van Mazarine Pingeot: inderdaad, de buitenechtelijke dochter van ex-president Francois Mitterrand. Deze week is dit debuut in Nederlandse vertaling verschenen. Over haar vader en politiek spreekt ze liever niet. Maar wie haar boek leest en daarbij Agathe vervangt door Mazarine, kan veel te weten komen. Een gesprek met een maatschappelijk betrokken burger. Ze zijn er nog. 'Eerst heb ik Kant bestudeerd, toen Spinoza en nu heb ik me op de fenomenologie van Sartre gestort. Als mens mag ik hem niet zo, maar zijn opvatting van het begrip vrijheid vind ik heel mooi. De fijnzinnige manier waarop hij de realiteit van verleden of heden analyseert staat heel dicht bij mij. Wat me interesseert is hoe hij zijn filosofie een rol liet spelen in zijn actieve leven, die mengeling van concreetheid en de reflectie daarop. Ik vind dat filosofie praktisch toepasbaar moet zijn.'

Mazarine Pingeot (1975), tot haar negentiende jaar Frans staatsgeheim, gunt zichzelf een jaartje rust voordat ze begint aan haar proefschrift in de filosofie aan de Ecole Normale Superieure van Parijs. Haar fragiele, onopgesmukte, meisjesachtige verschijning is jong en ontwapenend, maar haar blik is nadenkend, haar oogopslag volwassen. De gelijkenis met haar vader is opmerkelijk en ze formuleert voorzichtig en doordacht.

Twee dagen is Pingeot in Amsterdam ter gelegenheid van de verschijning van Het debuut in het Nederlands, de eerste van een reeks van negen vertalingen. In het voorjaar zorgde het verschijnen van Premier roman in Frankrijk voor een rel toen bleek dat de publiciteitsgevoelige debutante slechts drie zorgvuldig gekozen media te woord zou staan. Daarmee joeg uitgever Julliard de overige pers tegen zich in het harnas waardoor serieuze kritieken van het boek gesmoord werden in gemok over de publiciteitsstrategie van de uitgever. In de drie interviews - waarbij het strikt verboden was vragen over haar vader te stellen - had Pingeot een duidelijke boodschap: ze was schrijfster, met een eigen naam en een eigen identiteit. Niemand had ooit meer het recht haar te reduceren tot 'de dochter van'.

Beauvoir

De uitverkoren media noemden Pingeot in een adem met Marguerite Yourcenar, Francoise Sagan en Simone de Beauvoir. Samen met Marguerite Duras zijn dat precies de auteurs uit de Franse literatuur die Pingeot bewondert. 'Ik houd erg van de boeken van Simone de Beauvoir, vooral van haar memoires. In zekere zin is zij mijn voorbeeld, al vind ik haar wel erg onbuigzaam, streng en te theoretisch. Haar feminisme is voor mij te radicaal. Ik houd niet van extremisme.' Wat Pingeot vooral aantrekt in de Beauvoir is de manier waarop zij erin slaagde leven en werk tot een eenheid smeden.

'Je ziet dat ze haar principes in haar leven toepast. En het lijkt te werken' aldus Pingeot. Ze verwijst daarmee vooral naar het fameuze liefdescontract van Sartre en de Beauvoir, waarbij het beiden toegestaan was er naast hun amour authentique nog amours contingents op na te houden - zijdelingse minder belangrijke passionele relaties die hun leven konden veraangenamen. Dat hun contract inmiddels aan actualiteit heeft ingeboet, deert Pingeot niet in het minst. 'Ik wil graag zo veel mogelijk levens naast elkaar leiden. In mijn boek passen Agathe en Victor datzelfde principe toe, met alle mogelijkheden en alle mislukkingen van dien.'

De hoofdpersonen uit Het debuut behoren tot de intellectuele, artistieke, studerende elite in Parijs. Gedreven door een verlangen alle aspecten van het leven te leren kennen en gespitst op alles wat nieuw is, leven Agathe en Victor als het ware volgens een nieuwe versie van de oude theorie du couple. Ze bedachten 'nieuwe regels die mogelijkheden creeerden en compromissen uitsloten, die ontrouw discipline oplegden' en voerden 'een vorm van amoraliteit in waarbij niet langer werd gedacht in tegenstellingen van goed en slecht, echt en onecht', schrijft Pingeot. Beide partijen mochten binnen bepaalde grenzen, 'de meest heftige relaties aangaan'.

'Het is een intense manier van leven', zegt Pingeot, 'die erg vermoeiend is. Iedere dag weer moet je met zo'n relatie bezig zijn, haar testen en tegen het licht houden. Je wordt voortdurend geconfronteerd met gevoelens van eenzaamheid en jaloezie. Zodra er meer van je wordt geeist, zodra er meer obstakels zijn, loop je een grotere kans pijn te lijden. Maar ook heb je een grotere kans op geluk.'

De zelfverzekerde, intellectuele Agathe, die aardig wat trekken van haar schepster lijkt te hebben en er prat op gaat haar leven geheel onder controle te hebben, ervaart hoe het is als haar vriend, buiten haar om, een grote passie beleeft. Ze voelt zich eenzaam, verloren en ten prooi aan een grote melancholie. 'Agathe is in het begin van het boek soms een vervelende, egoistische vrouw, maar aan het eind is ze menselijker, minder zeker van zichzelf. Ze heeft geleerd dat de praktijk niet zo gemakkelijk is als de theorie. Het is een beproeving, geen mislukking. Je moet in je leven een ideaal hebben en daarnaar leven, dat is de enige manier om jezelf te vormen.'

Agathe wacht nog een tweede beproeving. Tijdens een verblijf a la campagne, in gezelschap van haar geliefde vader, wordt een val van haar paard haar bijna fataal. 'Ook door dat ongeluk realiseert ze zich dat het leven zwakke plekken heeft, dat ze uiteindelijk geen volledige macht heeft over haar leven. Ze beseft dat ze sterfelijk is. De breekbaarheid der dingen - dat gevoel ken ik maar al te goed.'

De zelfmoord van haar broer, jaren geleden, was voor Agathe een traumatisch ervaring vooral omdat ze zich medeverantwoordelijk voelde voor zijn dood. 'Agathe heeft er een existentiele angst van over gehouden', legt Pingeot uit, 'een diffuse angst waarvan je de oorzaak niet direct kunt aanwijzen. Hij is er gewoon. Het is een universele ervaring die Sartre prachtig getheoretiseerd heeft. Hij schrijft vaak precies wat ik voel. Hij slaagde erin een betekenis te geven aan gevoelens die daarvoor niet, of anders onderzocht waren. Daarom interesseer ik me ook bijzonder voor de psychoanalyse, die zo'n wezensangst weer heel anders benadert.

Daar komt zo'n angst voort uit een geestelijk proces en niet uit een existentiele visie op de wereld.'

Op veel punten lijkt Pingeots levensopvatting overeen te stemmen met die van Sartre. In haar boek dragen de personages de volledige verantwoordelijkheid voor hun daden. Wie het in het geprivilegieerde, artistieke Parijse 'nachtelijke netwerk' niet redt, wordt verstoten of gaat ten onder. Het leven is een uitdaging waarvan geen moment verloren mag gaan. Dus rent iedereen in een moordend tempo van terras naar diner, van faculteit naar techno-feest, van galerie naar bioscoop. 'Ach, mijn beschrijving van het milieu is misschien wat overdreven, wat geextrapoleerd', zegt Pingeot, 'in werkelijkheid is het niet zo vreselijk decadent, maar die losbandige nachtelijke feesten heb ik wel meegemaakt. Het nemen van een xtc-pil is daar een soort snobisme een feestelijk gebruik. Het heeft iets van een spel, een experiment op jezelf, net zoals toen de surrealisten drugs gebruikten om daarmee hun onderbewustzijn, hun dromen te onderzoeken. Ik vind dat je alles moet ervaren. Als je verslaafd raakt is dat je eigen schuld. Natuurlijk is drugsgebruik op grotere schaal, vanuit een sociaal oogpunt, een regelrechte catastrofe.'

Pingeots personages ontlenen momenten van vreugde en intens geluk aan elkaars bestaan, maar gaan soms ook door een hel. Ellende veroorzaakt door een religieuze opvoeding gaat Pingeot in haar boek met uitzonderlijke felheid te lijf. 'Schuldgevoelens kunnen een mens te gronde richten. In mijn boek bekritiseer ik de excessen van het rooms-katholieke geloof, de mensen die de christelijke religie hebben misvormd of haar letterlijk nemen. De familie van mijn moeder is rooms-katholiek, dus daar heb ik het nodige gezien.

Zelf ben ik niet echt religieus opgevoed. Mijn ouders wilden allebei dat ik er kennis van nam, maar op een vrije, open manier. Echt atheistisch of materialistisch ben ik niet, maar ook niet gelovig. Ik ben ervan overtuigd dat je na je dood niet volledig uitdooft. Je leeft voort in de liefde van je kinderen, of van anderen die van je houden. En schrijven is natuurlijk de beste manier om jezelf te overleven.'

De vader van Agathe is uitgever, heeft een lat-relatie met haar moeder en een overvolle sociale agenda, waardoor vader en dochter elkaar maar af en toe, meestal in een restaurant, kunnen zien. De hoofdstukken waarin Agathe zich in het gezelschap van haar geliefde vader bevindt zijn verreweg het meest geslaagd, het meest waarachtig en hier en daar ontroerend. Uit alles blijkt dat wat vader en dochter verbindt onvergelijkelijk is en slechts in superlatieven beschreven kan worden. Ze delen liefde voor filosofie literatuur, voor een plattelandsmaaltijd met een goed glas wijn en vormen in alle opzichten 'een onaantastbaar duo', 'een wezen'. 'Ze leken zelfs in hun uitdrukkingen en manier van praten op elkaar, in hun gewoontes en pleziertjes, hun interesses en morele grondslagen... (Agathe had) wat ook haar vader had. Een voorkennis van de raadselen van het leven, een zich aangetrokken voelen tot het duistere, een grondige kennis van de diepten van de menselijke ziel. Hij hield van het leven maar wist evenzeer wat lijden was; daarin waren ze van hetzelfde bloed.'

Voor vader

'Mijn boek is een eerbetoon aan mijn vader. Hij wist dat ik schrijfster wilde worden', vertelt Pingeot, 'ik heb altijd geschreven, van kinds af aan, en hij was de enige aan wie ik altijd alles liet lezen.

Zelf hield hij ook erg van schrijven. Ik moest mijn eerste boek wel aan hem opdragen, dat was voor mij essentieel. Het is niet autobiografisch, al zit het natuurlijk wel vol met getransformeerde elementen uit mijn leven. De verhouding tussen Agathe en haar vader is het meest authentiek. Die relatie staat heel dicht bij de waarheid.'

Het woord politiek lijkt voor Pingeot een besmet woord. Zodra ze het per ongeluk uitspreekt hakkelt ze, corrigeert ze zich, moffelt ze het weg in een volgende volzin. 'Er zijn twee houdingen die je kunt innemen ten opzichte van de wereldproblematiek', vindt Pingeot, 'die van Victor, die zich engageert en actief is in allerlei bewegingen, en die van Agathe, die cynisch is want 'wat je ook doet, het verandert allemaal toch niets'. Agathe sluit de ogen om zichzelf te beschermen. Het is geen lafheid, maar ze is gewoon niet sterk genoeg om de confrontatie met de problemen in de wereld aan te gaan. Ik weet niet zeker of Agathe wel iemand is die van mensen houdt. Ze heeft nare dingen meegemaakt, waardoor ze haar vertrouwen in de mensheid wat is kwijtgeraakt.'

Zoals vaker lijkt het erop dat Pingeot via Agathe haar eigen gevoelens verwoordt: 'Eerst hield ik me een beetje afzijdig, net als Agathe, maar nu kies ik voor het engagement. Ik wil meer politiek gerichte, nee, meer sociaal gerichte boeken schrijven. Mijn eerste boek gaat inderdaad over een geprivilegieerd milieu, maar daar moest ik gewoon mee beginnen. Mijn tweede boek, waar ik nu mee bezig ben is nog steeds erg psychologisch, niet erg concreet en naar buiten gericht. Ik zou graag een verhaal schrijven dat ingebed is in de hedendaagse tragische geschiedenis, zoals bijvoorbeeld die van Palestina.

Het is een onderwerp dat mij erg bezig houdt, ook om persoonlijke redenen - ik woon samen met een Marokkaan en heb veel Noord-Afrikaanse, maar ook joodse vrienden. De straffeloosheid waarmee Israel momenteel kan optreden verontwaardigt ons. Er is sprake van evidente onrechtvaardigheid en die wordt notabene gesanctioneerd door de internationale politiek! In eerste instantie wil ik me niet politiek engageren, maar mensen informeren, media sensibiliseren, door middel van de literatuur aandacht vragen voor een bepaald onrecht ergens in de wereld. Een verhaal schrijven dat ontroert is volgens mij de beste manier om een zaak te dienen. Zo werkt dat bij mij als lezer in ieder geval wel. In het werk van Toni Morrison bijvoorbeeld zit zo ontzettend veel kracht en virtuositeit, dat je precies begrijpt wat ze bedoelt en waar ze voor staat, zonder dat ze het expliciet opschrijft. Toch kun je haar werk niet theoretisch of politiek noemen.'

Pingeot beseft dat haar eersteling ver afstaat van het ideaalbeeld dat zij op lange termijn voor ogen heeft. 'Ik wil me ook niet helemaal afkeren van dit soort literatuur, van wat ik zelf meemaak, van de milieus waarin ik verkeer', zegt ze met een blik op Het debuut. 'Ik waardeer die intieme kant van de literatuur juist. Ik houd van boeken met een sensuele dimensie, boeken die liefde voor de dingen en voor het lichaam uitstralen boeken met vlees op de botten. Soms lees ik een boek waardoor ik zin krijg in eten of drinken, dat vind ik heerlijk. Een boek moet een beroep doen op al je zintuigen; het moet je met woorden geuren laten ruiken, klanken laten horen, vormen laten betasten en schoonheid laten zien. Dat is de chemie waar het om gaat: met woorden iets creeren dat niets met woorden te maken heeft.'

Ook Pingeots personages houden van de goede dingen des levens. Een goed glas bordeaux, geitenkaas, roquefort, olijven ham, paddestoelen - het wordt allemaal met smaak genuttigd voor het haardvuur van de boerderij van Agathe's tante. Dit is de plek waar Agathe al haar hele leven komt en waar zij als kind vele vakantiedagen in gezelschap van haar vader heeft doorgebracht. Het is een idyllisch romantisch beeld. 'Mijn prille jeugd was heel gelukkig', bevestigt Pingeot, 'en het is aan die jaren te danken dat ik geen verschrikkelijk getortureerd iemand ben geworden. Maar sindsdien is er zo verschrikkelijk veel gebeurd, goed zowel als kwaad. Heel evenwichtig ben ik er niet van geworden.'