Clubs klagen te veel en poetsen te weinig

Op Ajax na zijn alle Nederlandse clubs uitgeschakeld in de Europese toernooien. De manier waarop een einde kwam aan hun avontuur, geeft te denken. Een kwestie van wedstrijdmentaliteit.

O, wat voetballen Nederlanders mooi. En wat is de Nederlandse competitie leuk, met al die fraai combinerende en tactisch overwogen spelende elftallen. Ze voetballen ook zo aanvallend. Net zo mooi, leuk en aanvallend als het Nederlands elftal op het recente wereldkampioenschap. De hele wereld scheen zich eraan te vergapen. Maar kampioen worden, intenationaal successen boeken, is er niet bij.

Wie de Nederlandse clubs de afgelopen dagen op internationaal heeft bezig gezien, kan weinig anders dan concluderen dat het Nederlandse ploegen ontbeert aan de goede wedstrijdmentaliteit. Nota bene Ajax, dat in de voorbijgaande jaren de toon zette met voetbal van Hollandse signatuur bedreef woensdag tegen de Grieken van Olympiakos Piraeus een soort vechtvoetbal dat is vereist om overeind te blijven. De Ajacieden waren ervan doordrongen dat slechts een mengeling van Duits, Italiaans, Spaans en Brits spel kon leiden tot overleven.

Willem II, dat in Nederland tot de ploegen wordt gerekend die aantrekkelijk spelen, liet zich van hot naar haar sturen door Betis Sevilla. De Spaanse ploeg beschikte weliswaar over superieure voetballers als Finidi en Denilson, maar daarnaast toonden de spelers een wilskracht die de Tilburgse club volslagen onbekend is. Zo'n wil om te winnen en grenzen te overschrijden is de meeste voetballers in Nederland vreemd.

Ook Vitesse, PSV en Heerenveen misten de noodzakelijke instelling. De spelers deden hun best (trainer De Haan van Heerenveen: “Ze hebben op hun manier hard gewerkt'), ze kregen ook kansen om van Bordeaux, Kaiserslautern en Varazdin te winnen. Ze speelden soms beter voetbal dan hun tegenstanders. Maar ze verloren wel. Vitesse voelde zich bestolen omdat een doelpunt ten onrechte werd afgekeurd, PSV omdat de doelman wegens hands een rode kaart kreeg en Heerenveen voelde zich benadeeld door het slechte veld en de vreemde omstandigheden in het verre Kroatie.

Klagen over gebrek aan geluk en steun van de scheidsrechter of God weet wie. Zoals Oranje en zijn aanhang na het WK bleef zeuren dat het mooiste voetbal niet had gewonnen. Tot het uiterste gaan, voetballen ervaren als een strijd op leven en dood, zoals Duitsers hun gebrek aan talent compenseren door te vechten tot de laatste seconde, zoals Britten hun enthousiasme aanwenden en zoals Italianen Spanjaarden, Grieken en Kroaten alle middelen aangrijpen om te winnen. Dat is ook een manier om succes af te dwingen. “Niet lullen maar poetsen', om met de schrijver Jan Cremer te spreken.

Na een bijna verloren Nederlandse voetbalweek, gaat de competitie weer verder. Leuk voetballend, fraai combinerend en met een beetje goede wil gaan de clubs op weg naar een nieuw Europees avontuur. Leuk, Europees voetbal prikkelend en ook een beetje winstgevend. Leuk, eindelijk op de televisie tegen een grote of interessante buitenlandse club. Een leuk uitstapje. Om vervolgens weer snel uitgeschakeld te worden. Wat is de zin eigenlijk van deelnemen aan Europees voetbal als weinig voetballers tot het uiterste willen gaan? Voetballen in Nederland is geen strijd op leven en dood.