Angst die elke bladzijde doet beven

Carolyn Coman : Wat Jimmy die nacht zag Vert. Bart Moeyaert Querido 78 blz. fl 22,90

Wat Jimmy die nacht zag is dat de man van zijn moeder naast de wieg staat van zijn babyzusje Nina. De man van zijn moeder, de vader van Nina, Jan pakt de baby op. Hij pakt de baby op en gooit haar door de kamer. Omdat ze huilt. Nina huilt heel veel.

Vanaf die nacht is alles anders. Niet omdat er iets met de baby gebeurd is, nee, precies op het goede moment komt Jimmy's moeder de kamer in en vangt de baby op in haar armen. Alsof het allemaal zo gepland was. Jimmy's moeder is een moeder die haar best doet voor haar kinderen, die ze wil beschermen. Maar ze is, zo te lezen, niet zo erg handig in het uitkiezen van mannen.

Na het gooien met de baby zet Jimmy's moeder haar kinderen in de auto, ze laadt zoveel mogelijk spullen in en ze vertrekt. De gevaarlijke babygooier doet niets meer. Die staat als verdoofd naast de wieg. Maar de twee keer dat Jimmy's moeder het huis weer in gaat om spullen te halen, terwijl hijzelf en zijn babyzusje al in de auto zitten is Jimmy toch verschrikkelijk bang. Althans, dat moet wel. 'Hij stelde zich voor hoe ze door de gang liep, naar de kast waar ze altijd de lakens en dekens en winterjassen opborg. Maar het was moeilijk om haar in beweging te houden, haar bij elkaar te laten zoeken wat ze wilde meenemen. Want in zijn hoofd zorgde Jimmy er tegelijk voor dat Jan stil bleef staan, bewegingloos bij de wieg.'

Carolyn Coman houdt gevoelens liever impliciet. En Jimmy kan nog niet zo erg oud zijn acht of negen, dus hij benoemt zijn gevoel ook nog niet. Hij heeft het en het overvalt hem soms. In de vorm van een huilbui, of hij moet ineens heel hard wegrennen, of vreselijk overgeven. Alsof zijn gevoel nu eenmaal door hem heen trekt en hij daar weinig zeggenschap over heeft. Al vraagt hij zijn moeder wel die keer dat hij de hele badkamer heeft ondergekotst: 'Wat is er gebeurd?'. Zijn moeder is even stil en dan zegt ze: 'Wat er is gebeurd, is dat we bang zijn geworden, we zijn bang geworden.'

Dit hele boek trilt van angst. Want Jan, die met de baby heeft gegooid, kan terugkomen. En Jimmy's moeder, Jimmy en Nina zitten niet bepaald veilig en beschermd. Ze wonen in de caravan van een vriend en die caravan staat midden in de natuur. Een prachtige plek. Maar erg eenzaam. De vriend vindt het ook maar niets: 'Jullie zijn vogeltjes voor de poes,' zegt hij. Maar de moeder van Jimmy die niet zo handig is met mannen, die wil niets anders. Die wil niet in het huis van de vriend logeren ook al biedt hij dat aan. Ze zal wel denken dat dat niet goed kan gaan. Misschien heeft ze daar wel gelijk in. Maar in die eenzame caravan, met alleen maar bomen, bergen, lucht, een oud houthakkerspad, daar is het wel erg onbeschermd. En het is ook geen geheim dat ze daar wonen. Want Jimmy's juf komt al na een week langs om te vragen waar Jimmy blijft. En dan gaat hij weer gewoon naar school.

Het wordt ook nog Kerstmis. En de auto wil niet starten van de kou. Jimmy ziet dat zijn moeder wanhopig is. 'Zal ik eens onder de motorkap kijken?' zei hij. Hij wist niet wat hij zou doen als hij onder de kap keek, maar zo deed Jan het, en Vincent. Zij tilden de motorkap op.' Het zijn zulke dingen die dit boek zo aardig maken. Jimmy is een echt kind, zijn moeder is een echt mens en dat komt omdat ze zo goed geschreven zijn. De toon en de stijl doen denken aan die van de trefzekere vertaler, Bart Moeyaert, die kan ook zo beeldend en suggestief schrijven.

Aan het eind komt Jan natuurlijk naar de caravan. En na een poosje gaat Jan weer weg. En dan is het boek afgelopen. Dat einde is niet het allersterkste maar misschien is het eigenlijk ook wel goed, dat het verhaal daarna gewoon ophoudt. Er is tenslotte wel degelijk iets opgelost. Die vreselijke angst, die elke bladzijde deed beven, die is ineens gaan liggen. En dan kan het ook wel afgelopen zijn. Want die angst, daar ging dit boek over.