Achter het geluid ligt een andere wereld; Hector Zazou over elektronische muziek en ontheemding

Een klap op tafel klinkt als pam pam pam. Als je een geluidsopname daarvan terugdraait hoor je flep flep flep. Sinds Hector Zazou ontdekte dat hij geluid opnieuw kon 'uitvinden', is hij gefascineerd door elektronische muziek.

Het is lawaaiig en druk in het smalle cafe aan de Rue St. Honore in Parijs. Achter een walm van sigarettenrook ontwaar ik componist, arrangeur en synthesizerartiest Hector Zazou, die met opgetrokken schouders en een bevroren glimlach op z'n gezicht een kop koffie drinkt. Om hem heen zitten de leden van zijn band uitbundig te praten en bier te drinken alsof ze hier de hele avond zullen blijven. Breda Mayock, de jonge Ierse zangeres die op Zazou's laatste cd Lights in the Dark het merendeel van de liedjes zingt, plukt aan de hakken van haar plateauzolen. Ze heeft lang zwart haar en een mooi en vriendelijk gezicht. Het is zes uur. Als de gebedsdienst in de Eglise Saint Roch, aan de overkant van de straat, zometeen is afgelopen kan de laatste soundcheck beginnen.

Zazou lijkt te verdwijnen in zijn eigen nervositeit. Alsof hij onzichtbaar wordt. Hij zegt geen woord. Later die avond, tijdens het concert in de kerk, gaat hij, half in het donker en gekleed in een grijs jasje, schuil achter zijn synthesizer en tovert hij de vreemdste space-geluiden uit zijn machine. Alle aandacht gaat naar Mayock die met een engelachtige stem 'Seacht Suailce Na Maighdine Muire' ('The Seven Joys of the Virgin Mary') zingt een Iers wiegeliedje uit de dertiende eeuw. Ze heeft haar ogen dicht en haar handen gevouwen, alsof ze in trance is.

Haar lompe plateauzolen contrasteren net zo erg met haar ijle stem en de lieflijke melodie als de drones die Zazou uit zijn synthesizer haalt en het pompende ritme uit de drumbox van Daniel Largent. En toch klopt het allemaal. Het is of ik langzaam word betoverd. Overal staan kaarsen. Ik denk aan wat Mayock voor het concert vertelde over dat dorp in Ierland, Glennadhlough, waar ze een poosje terug was.

Er was een groot meer en een waterval en ze zag een vriend naar beneden duiken, van heel hoog. Daaraan denkt ze als ze halleluja zingt, aan dat vallen. En haar broer en haar moeder.

Voetbal

De avond voor het concert praat ik met Hector Zazou (50) over zijn werk. Hij is een grote man. “Ik voel me onhandig op het podium', zegt hij met een zachte hese stem in zangerig Engels. We praten in het appartement van zijn manager, waar ook Breda logeert. Overal liggen tapes en cd's en er staat een keyboard en opname-apparatuur. Zazou zit ineengedoken op de bank, alsof zijn lange ledematen hem in de weg zitten. Hij is vriendelijk, maar terughoudend.

In Nederland is Hector Zazou nauwelijks bekend, maar in Frankrijk en in de wereld van de moderne muziek is hij een naam van betekenis. In de jaren tachtig werkte hij nauw samen met de Zairese zanger Bony Bikaye en combineerde hij elektonische muziek met traditionele Afrikaanse muziek. Hij componeerde de muziek voor de openingsceremonie van het wereldkampioenschap voetbal in Parijs afgelopen zomer. Niet voor niets weet hij steeds beroemde artiesten voor zijn projecten te interesseren, naast onbekende veelbelovende musici. Op Sahara Blue, waarvoor Zazou gedichten van Arthur Rimbaud op muziek zette onder anderen samen met Gerard Depardieu, Khaled, John Cale en Bill Laswell. En op zijn voorlaatste album Songs from the Cold Seas, een verzameling ijzingwekkend mooie traditionele liedjes uit landen rond de noordelijke zeeen, zongen Bjork, Suzanne Vega, Lena Willemark, Jane Siberry en Siouxsie Sioux mee. Zazou is de 'director'. De bedenker en regisseur met overzicht houdt en het laatste woord. Hij zoekt de muziek, maakt de arrangementen en produceert.

Zijn nieuwe cd Lights in the Dark is een verzameling zeldzame Ierse spirituele liederen die Zazou voorzag van onconventionele arrangementen voor de meest uiteenlopende instrumenten: trompet, cello, gitaar, harp, piano percussie, maar ook koto (Japanse citer), ud (Iraakse luit) en gaita (Spaanse doedelzak). Zazou gebruikt de instrumenten spaarzaam en daardoor versterken ze de lucide sfeer van de liedjes.

In vergelijking met het concert in de kerk klinkt de muziek van Lights in the Dark eenvoudiger en akoestischer. Maar dat is schijn, zegt Zazou trots. Want achter ieder akoestisch instrument heeft hij een heel dun elektonisch sample van hetzelfde geluid gezet. “Zo dun dat je het nauwelijks hoort, maar het is er wel en het maakt de muziek mooier', zegt hij. “Zoals onzichtbare make-up een gezicht mooier maakt, al is dat natuurlijk een kwestie van smaak.'

Ondanks de 'halleluja's' en de soms zware religieuze thematiek van de liedjes (de kruisiging van Jezus), klinkt Lights in the Dark, waarop ook Peter Gabriel, Ryuichi Sakamoto, Brandan Perry en Carlos Nunez te horen zijn, geen moment aanstellerig. Het enige wat je Zazou zou kunnen verwijten is dat hij de muziek zo glashelder en perfect heeft geproduceerd, dat het soms pijn doet om ernaar te luisteren.

Woestijn

Het verhaal van Hector Zazou is het een verhaal van een zoektocht, al haast hij zich te zeggen dat niemand ooit van te voren weet waarnaar hij op zoek is. bent. Het begon in 1962, vertelt hij. Hij woonde samen met zijn ouders en zijn zus in Sidi bel Abbese, in het noorden van Algerije, niet ver van de havenstad Oran. Een saaie Franse stad met Franse gebouwen in een land dat voor het grootste deel uit woestijn bestaat.

Er was nauwelijks groen in de stad. The Platters traden er ooit op. Dat herinnert hij zich. En de hitte. De oorlog. “Er was geen muziek in mijn jeugd', zegt hij en het klinkt onbedoeld als een metafoor. Zijn zus worstelde met haar pianoles en dat maakte hem niet bepaald enthousiast.

Zazou's ouders onderwezen op een Franse lagere school en op het hoogtepunt van de Algerijnse onafhankelijkheidstrijd moest het gezin vluchten. Ze namen de boot naar Marseille. Zazou: “Ik was veertien en totaal ontworteld. Frankrijk was een vreemd land voor me. Ik had geen vrienden, niets. Wanneer ik in Algerije was gebleven, was ik nooit muzikant geworden, dat weet ik zeker. In Marseille kocht ik voor een paar centen een gitaar en ik begon meteen te spelen en te componeren melancholieke liedjes, zonder dat ik wist wat ik aan het doen was. De muziek was als een huisdier, een troost.'

Hij speelde in bandjes. Covers van The Rolling Stones en The Kinks en The Shadows. The Beatles waren te moeilijk. In een van de nummers van The Shadows, 'Jet Black' zat een baspartij waar Zazou helemaal gek van was en daarom besloot hij naar het conservatorium te gaan om bas te studeren. “Ik hield van muziek die een beetje vreemd was, waarvan ik het geluid niet begreep: Dr. John Cream, Captain Beefheart, Quicksilver Messenger Service. Er was in die tijd nauwelijks elektonische muziek en toen werd er op school voor het eerst een klas geopend voor elekto-akoestische muziek. In het lokaal waren mengtafels, recorders en microfoons en je mocht er ook 's avonds en 's nachts werken.'

Daar, in de stilte van de nacht, ontdekte Zazou wat hij echt leuk vond. Hij nam een simpel geluid op: een klap op tafel bijvoorbeeld.

Pam pam pam. Hij draaide de band om zodat je iets heel anders hoorde: flep flep flep. Knipte een stukje uit de tape en plakte hem met doorzichtig plakband weer aan elkaar. Liet de band langzaam afdraaien, knipte weer en zo kreeg je iets heel nieuws. Overdag was hij te moe om naar de baslessen te gaan.

“Ik vond het geweldig dat ik geluiden kon uitvinden, ze kon onderzoeken. Het is zoiets als door een microscoop naar geluid kijken. Steeds dieper doordringen tot een geluid het willen aanraken bijna, kijken wat erachter verborgen zit.' Werken aan een geluid is voor Zazou als het schrijven van een gedicht. Neem een drumgeluid. “Het is alsof ik een foto van een foto van een foto neem. Ik rek het geluid uit, maak er nieuwe samples van, plak het aan elkaar maak loops. Op dat moment kom je een andere wereld binnen.'

Europese gospel

Eglise Saint Roch, de volgende avond. De kaarsen zijn voor de helft opgebrand. Het begint kil te worden. Zes zwarte mannen van het achtergrondkoor Silap' klimmen op het podium. Renaud Pion speelt fluit en het is of je de wind hoort over een open vlakte. Met een hoge stem en in onverstaanbaar oud Iers zet Breda Mayock 'Caoine Mhuire' ('Mary's Lament') in. De zes zangers antwoorden haar en ik voel de trillingen van hun diepe stemmen in mijn buik. Het liedje is een klaagzang, maar klinkt als een Europese gospel. Uit mijn ooghoeken zie ik Zazou opstaan en bezwerende gebaren met zijn handen in de lucht maken, in de buurt van een ijzeren staaf. Hij bespeelt de theremin, het vreemdste instrument dat ik ken, omdat het lijkt of er uit het niets allerlei geluiden tevoorschijn komen. Het is spelen met geluidsgolven, en Zazou's theremin is aangesloten op een synthesizer vol samples.

Ik hoor gesnerp in de verte een zwevend gekrijs vermengd zich met de loepzuivere gezang van Mayock. De aardse mannenstemmen zorgen ervoor dat het liedje niet vervliegt, dat je er nog gewoon naar kunt luisteren.

“Ik ben een schizofreen persoon', zegt Zazou. “Ik heb ook altijd van mooie harmonieuze muziek gehouden.' Het wordt later in de avond. Zazou neemt de tijd om de juiste Engelse formuleringen te vinden voor wat hij wil zeggen. Hij fronst zijn voorhoofd, trekt zijn wenkbrauwen op. Hij wil geen fouten maken. We praten over dat microscopische ontleden van geluid en hoe hij uiteindelijk terecht kwam bij oeroude Ierse spirituele liedjes. Sinds zijn vertrek uit Noord-Afrika zocht hij steeds noordelijker, suggereer ik, en steeds dieper in het verleden. “Al mijn werk is een zoektocht naar wie ik ben', zegt hij.

Hij vertelt hoe hij na de roerige jaren zeventig, toen hij speelde in de links-radicale synthersizerband Barricade, naar Parijs verhuisde en daar Afrikaanse muzikanten ontmoette, onder wie Boni Bykaye. “Zij waren net als ik: ontheemd en ze maakten muziek die ik niet begreep. Ik vond het fantastisch om met ze te werken tot ik dacht: dit ben ik niet. Ik ben niet Afrikaans. Ik had het gevoel dat ik Bony en ook andere Afrikaanse muzikanten 'whiteness' moest geven, dat ik ervoor moest zorgen dat hun muziek Europeser ging klinken en dat wilde ik niet. Ik was juist in hun geluid geinteresseerd.'

Een van de liedjes op Lights in The Dark, 'Duan Chroi Iosa' ('Little Song to the Heart of Jesus'), begint met voorzichtig getokkel op een Japanse koto. Dan hoor je de wind elektonische wind uit Zazou's synthesizer. Breda Mayock valt in met een stem die nauwelijks als de hare te herkennen is, omdat ze in een lager register zingt dan anders.

Het is een eenvoudig liedje een kinderliedje lijkt het. Door Mayocks donkere stem en de vreemde begeleiding klinkt het treurig, dreigend bijna. Halverwege hoor je een Spaanse doedelzak en je waant je ergens op een vlakte in Siberie of Tibet niet in Ierland. De muziek kan overal vandaan komen.

“Het is ontheemde muziek', zeg ik tegen Zazou. “Ik voel me nog steeds ontheemd' zegt hij. “Soms is het alsof ik vlieg en nergens bij hoor en dat is pijnlijk. Maar het schept ook mogelijkheden. Ik denk dat mijn werk niet gemaakt zou kunnen zijn door iemand die sterk in de traditie van een land geworteld is.'

Na zijn Afrikaanse avontuur, aan het einde van de jaren tachtig, was Zazou op zoek naar iets nieuws. “Ik was in een klein dorp op Corsica en op een avond zat ik in een kroeg. Een paar oude mensen stonden op en begonnen meerstemmig te zingen. Traditionele Corsicaanse zang. A capella. Prachtig. Ik dacht: dit is het.' Voor Zazou was die avond het begin van een speurtocht naar wezen en oorsprong van de Europese muziek. Na Nouvelles Polyphonies Corses, waarop jonge Corsicaanse zangeressen en zangers te horen zijn, volgden de drie andere cd's.

“Het religieuze van muziek zegt me niet zoveel. Wel de kracht en de diepte ervan. Cold Seas was eigenlijk een religieus album, maar dat begreep ik pas later. Voor mij begon het met een film die ik zag, waarin een iglo voorkwam. Het beeld fascineerde me: dat ijle blauwe licht en de felheid van het wit van de sneeuw en het ijs. Zo ben ik op het idee gekomen om in het noorden muziek te gaan zoeken. En later las ik dat de oude Grieken dachten dat er in het noorden een paradijs was achter het ijs. Dat je door het ijs en de sneeuw moest gaan om in een prachtige wereld te komen waar alles goed was, het Nirwana.'

Ik zeg dat de muziek op Lights in the Dark en ook op zijn andere albums lijkt te willen morrelen aan de grenzen van schoonheid. Alsof Zazou de luisteraar uitdaagt en kijkt hoeveel moois hij kan verdragen. “Schoonheid alleen is niet genoeg', zegt Zazou streng. “Het gaat ook om eerlijkheid.' Toen ik aan Lights begon, had ik enorm liefdesverdriet ik was wanhopig. Ik hoopte dat die liedjes de pijn voor me konden verlichten en ik dacht ook dat ik ze goed zou begrijpen omdat ze tenslotte allemaal over lijden gaan en over verdriet. Muziek is vlucht. Wanneer ik werk, ben ik in een andere wereld. Ik breng een utopie in kaart.'