Vreemdelingenprocedure mag niet gewijzigd worden

De fractievoorzitter van de PvdA, A. Melkert, vindt dat er snel een verkorte asielprocedure moet komen. Maar wanneer voor dat doel de bezwaarprocedure wordt afgeschaft, creeert het kabinet een situatie van rechtsongelijkheid, stelt Karin Alfenaar.

Fractievoorzitter Melkert van de PvdA heeft het kabinet opgeroepen 'de beuk' er in te zetten en snel voor een verkorte asielprocedure te zorgen. De PvdA wil niet wachten op de voorgenomen algehele herziening van de Vreemdelingenwet. In het torentje is besloten dat staatssecretaris Cohen nu snel maatregelen gaat nemen om, aldus Melkert, 'rust in de societeit' te brengen.

Het kabinet wil de asielprocedure verkorten door onder meer de zogenoemde bezwaarfase in de procedure af te schaffen. Wanneer een vreemdeling het niet eens is met een beslissing van het ministerie van Justitie over zijn verblijfsrecht, zou hij voortaan niet meer om heroverweging kunnen vragen bij de desbetreffende staatssecretaris. De rechter moet meteen worden ingeschakeld, met als gevolg ook een immense toename van de werkdruk voor de rechterlijke macht. Intussen blijft het onduidelijk of het kabinet nog van plan is de asielprocedure los te koppelen van de reguliere vreemdelingenprocedure. Deze geldt tot op heden voor zowel asielzoekende als niet-asielzoekende vreemdelingen. Wordt de vreemdelingen die hier al jaren wonen en werken nu ook de rechtswaarborg van de bezwaarprocedure ontnomen als gevolg van de haast van de PvdA?

Om drie redenen is het erg onverstandig om de bezwaarfase af te schaffen.

De eerste reden is een praktische. Het is onwaarschijnlijk dat een belangrijke voorwaarde voor een kortere asielprocedure wordt gerealiseerd, namelijk het wegwerken van de achterstanden bij het rechterlijk apparaat en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van Justitie. Bij iedere fout die een justitie-ambtenaar van de IND of de vreemdelingendienst maakt moet de vreemdeling voortaan naar de rechter stappen.

Het ministerie hoeft zijn beslissing zo niet meer te herzien, maar de rechter wordt met een extra werklast opgezadeld. Dit heeft het kabinet zich ook gerealiseerd, maar onvoldoende waarborgen gesteld om grote problemen bij de rechtbanken te voorkomen. Het uitgangspunt bij het afschaffen van de bezwaarfase is namelijk dat de kwaliteit van de beslissing van de IND in asielprocedures aanmerkelijk moet verbeteren. Dit is echter niet voldoende. Ook in gewone vreemdelingenzaken moet de kwaliteit worden verbeterd.

Niet bekend

Hoewel de vreemdelingendienst verplicht is hen daar op te wijzen wordt dit nogal eens vergeten.

Nu door de Koppelingswet een groot aantal andere overheids- en semi-overheidsinstanties bij kwesties betreffende het vreemdelingenrecht wordt betrokken, doen zich meer juridische misverstanden voor dan ooit. Het vreemdelingenrecht is de laatste jaren steeds omvangrijker en ingewikkelder geworden. Degenen die de beslissingen nemen zijn vaak niet of onvoldoende juridisch geschoold. Bovendien is de werkdruk groot. Dit werkt fouten in de hand. De investering van het nieuwe kabinet in de kwaliteit moet dan ook niet alleen de in het regeerakkoord genoemde asielprocedures betreffen, maar alle vreemdelingenzaken.

Nu al kampt de rechtbank met achterstanden. Wanneer de bezwaarfase wordt afgeschaft zonder voldoende kwaliteitsverbetering bij zowel de IND als de vreemdelingendiensten, wordt het reeds bestaande probleem niet te overzien.

De tweede reden tegen afschaffing van de bezwaarfase is het feit dat het kabinet zichzelf tegenspreekt.In het vreemdelingenrecht geldt de Algemene wet bestuursrecht. Hierin wordt bepaald dat men eerst in bezwaar moet gaan bij het bestuursorgaan dat de beslissing heeft genomen waarmee men het niet eens is. Dit bestuursorgaan maakt een algehele heroverweging. Daarna kan men in beroep gaan bij de bestuursrechter. Deze toetst marginaal, dat wil zeggen, hij kijkt of aan alle procedurele vereisten is voldaan, maar maakt geen individuele belangenafweging. Dat laatste hoort het bestuursorgaan wel te doen.

Bij de evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht schreef het kabinet in februari nog dat het grote waarde hecht aan de bezwaarprocedure. Een van de redenen daarvoor was dat de bezwaarprocedure fungeert 'als een mechanisme om de nu eenmaal onvermijdelijke fouten en misverstanden te corrigeren'.

“Een systeem waarin de burger voor dit soort correcties een beroep op de rechter zou moeten doen, zou niet alleen buitengewoon ondoelmatig, maar ook voor de burger heel onaantrekkelijk zijn', aldus het kabinet.

Daarmee wordt de derde reden voor handhaving van de bezwaarfase reeds duidelijk. Wanneer deze wordt afgeschaft krijgen niet-Nederlanders minder rechtswaarborgen dan Nederlanders. Algemene regel in het bestuursrecht is dat de burger bij een overheidsinstantie bezwaar kan aantekenen tegen een beslissing die hem direct treft. In de procedures waarin het kabinet die regel nu wil afschaffen gaat het juist om levensbepalende zaken bij uitstek: niet teruggestuurd worden naar een land waar men met de dood of marteling wordt bedreigd; het kunnen wonen bij partner en andere gezinsleden; of het krijgen van een medische behandeling die in het land van herkomst niet mogelijk is.

Er is een nieuwe ministerspost in het leven geroepen voor het grote steden- en minderhedenbeleid. Integratie, participatie en bestrijding van racisme staan hoog op de prioriteitenlijst. Door andere maatstaven aan te leggen voor niet-Nederlanders als het gaat om rechtswaarborgen, gaat het kabinet in tegen de eigen doelstelling. Enerzijds worden integratie en participatie bemoeilijkt, anderzijds wordt discriminatie impliciet bevorderd door het geven van minder rechtswaarborgen aan vreemdelingen. Gelijke behandeling van allochtonen en autochtonen door de overheid is een eerste voorwaarde voor diezelfde overheid om racisme met succes te kunnen bestrijden.