Voor Al Gore kan het echte werk beginnen

De uitslag van de tussentijdse verkiezingen in Amerika was niet alleen een opsteker voor de Democraten in het Congres en president Clinton. Ook vice-president Gore, die zijn oog al op het Witte Huis heeft laten vallen had reden om blij te zijn.

De Amerikaanse verkiezingen zijn voorbij, maar niet voor iedereen. Al Gore bijvoorbeeld heeft de smaak net te pakken. De vice-president heeft de afgelopen maanden onvermoeibaar campagne gevoerd voor zijn Democratische partijgenoten. En nu begint het echte werk: zijn campagne voor de presidentsverkiezingen van het jaar 2000.

De tussentijdse verkiezingen van dinsdag hebben niet alleen voor de komende jaren het machtsevenwicht in het Congres bepaald en de politieke kleur van tientallen gouverneurschappen. Ze hebben ook een eerste blik mogelijk gemaakt op het strijdperk waarin zal worden gestreden om het presidentschap in de post-Clinton-jaren.

Terwijl Washington zich de afgelopen maanden bezighield met de jurk van Monica en het karakter van de president, was Al Gore meestal op reis in het land. Hij liet af en toe weten dat Clinton zijn vriend was, dat de Republikeinen hun aanvallen op de president moesten staken en dat er in het leven en de politiek belangrijker zaken zijn om je druk over te maken.

Als het even kon deed hij dat vanuit een rustieke locatie aan de westkust vanuit Hawaii of een deelstaat die zichtbaar door een natuurramp was getroffen. Als uit de televisiebeelden maar bleek dat het ver, heel ver was van de Washingtonse poel van schandaal en kabaal.

Gore is een loyale vice-president, die graag laat blijken hoe nauw zijn baas hem betrekt bij grote politieke vraagstukken. Maar hij wil ook weer niet met Clinton en diens problemen vereenzelvigd worden. Een actieve rol in de buitendienst van het Witte Huis is de toekomstige presidentskandidaat daarom op het lijf geschreven.

De afgelopen weken reisde Gore kriskras het land door om Democratische kandidaten te steunen.

Hij zamelde geld voor hen in en sprak hun aanhangers toe in fabriekshallen kerken en bejaardenhuizen. En hij maakte in het voorbijgaan overal politieke vrienden, die hem straks bij zijn eigen campagne nog van pas kunnen komen. In de tien dagen voor de verkiezingen voerde hij campagne voor maar liefst 224 partijgenoten. En zijn inspanningen wierpen vruchten af: veel van de kandidaten die hij gesteund had, kwamen dinsdag als winnaar uit de bus.

Ondertussen voltooide hij de gedaanteverwisseling die hij de afgelopen twee jaar geleidelijk aan heeft ondergaan. De houterige man die op spreekbeurten het liefst in monotone volzinnen uitweidde over complexe milieuvraagstukken en de toekomst van de computer laat zich niet meer zien. Die veel bespotte saaie kant van Gore, die bijna zijn handelsmerk was, heeft plaatsgemaakt voor een nieuw, dynamischer imago. Gore spreekt nu zalen toe alsof zijn leven ervan afhangt: met royale handbewegingen en levendige mimiek, met kernachtige formuleringen en felle uithalen naar de tegenpartij, en steeds vaker ook met een diep rollende stem, alsof hij een zwarte dominee is die zijn gemeente opzweept tot extase. De nieuwe Gore, daar is geen twijfel over, begint aan te slaan bij de Democratische achterban.

De uitslag van de tussentijdse verkiezingen was voor de presidentiele ambities van Gore een belangrijke opsteker. Niet alleen presteerde zijn partij veel beter dan verwacht, de Democraten sleepten ook het gouverneurschap van Californie in de wacht, de staat die bij presidentsverkiezingen vaak een doorslaggevende rol speelt. Bovendien lieten de Democraten zien dat het Zuiden, ook een belangrijk electoraal gebied, niet helemaal Republikeins is geworden, zoals vaak wordt beweerd.

Alabama, Georgia en South Carolina kozen een Democratische gouverneur, waarmee ze de Democratische presidentskandidaat in 2000 een politiek bruggenhoofd geven in een zee van Republikeinen.

Gore is niet de enige Democraat die zich opmaakt om Clinton op te volgen. Ook senator Bob Kerrey uit Nebraska, oud-senator Bill Bradley en Dick Gephardt, leider van de Democratische minderheid in het Huis van Afgevaardigden, treffen voorbereidingen voor de race om de partijnominatie.

Bij de Republikeinen hebben zich ook al kandidaten aangediend. De zakenman en miljardair Steve Forbes, oud-vice president Dan Quayle, oud-gouverneur van Tennessee Lamar Alexander en senator John Ashcroft maken al regelmatig uitstapjes naar Iowa en New Hampshire, waar begin 2000 de eerste voorrondes voor de presidentsverkiezingen worden gehouden. George W. Bush, de oudste zoon van de voormalige president, kan zich ook op de presidentsverkiezingen gaan voorbereiden, nu Texas hem dinsdag met overgrote meerderheid heeft herkozen als gouverneur.

Gore kan zijn campagne opbouwen met een partij die door het resultaat van de tussentijdse verkiezingen enorm gesterkt is. Maar de Republikeinen zitten na de tegenvallende uitslagen met een ernstig verdeelde partij. Moeten ze proberen een breder publiek aan te spreken door ideologisch wat water in de wijn te doen? Of moeten ze hun standpunten juist aanscherpen om zich duidelijker te onderscheiden van de Democraten?

Het gevecht daarover, en over de leiders van de partij die verantwoordelijk zijn voor de verkiezingsuitslag van dinsdag, is net ontbrand. Het lijkt een richtingenstrijd te worden waar geen van de Republikeinen die op de nominatie van hun partij hopen, zich aan kan onttrekken.