Van der Ploeg: meer geld voor 'jonge' kunst; 'Vernieuwing noodzakelijk'

Staatssecretaris R.van der Ploeg van Cultuur gaat het extra geld dat hij voor volgend jaar te besteden heeft vooral gebruiken om jongeren meer voor cultuur te interesseren.

Dat schrijft de bewindsman in een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij aangeeft hoe hij de 25 miljoen gulden wil uitgeven waarmee de cultuurbegroting voor volgend jaar verhoogd is. Van der Ploeg trekt 6,4 miljoen uit voor jonge kunstenaars en vernieuwende kunstvormen. Hij wil daarmee een begin maken met een 'wisseling van de wacht' in de culturele sector, schrijft hij aan de Kamer. 'Voor de noodzakelijke vernieuwing van het aanbod is het belangrijk ruimte te scheppen voor nieuwe generaties cultuurmakers. Zij staan dichter bij de belevingswereld van jongeren.'

Een bedrag van 3,5 miljoen gaat naar het project 'Cultuur en School', dat de samenwerking tussen scholen en culturele instellingen moet verbeteren. Nieuwe media, waarmee ook vooral jongeren moeten worden bereikt, krijgen 2,85 miljoen extra.

Van der Ploeg wil jongeren ook meer invloed geven op de verdeling van subsidies, door de Raad voor Cultuur en kunstfondsen te verjongen, zegt hij vandaag in een vraaggesprek met het dagblad Trouw. 'Als er vier oudere witte heren in een raad zitten die allen expert zijn op de vierkante meter, moeten we kijken of de derde of vierde een geinteresseerde leek kan zijn. Op ieder deelgebied krijg je nu het oordeel van mensen die al twintig, dertig jaar meelopen. Ik zou willen dat er ook eens wat jongeren of mensen uit de hoek van minderheden in zouden komen.'

'Het interesseren van jongeren voor de cultuur is belangrijk voor de jongeren zelf om hun ervaringswereld te verbreden voor de cultuursector om toekomstig publiek veilig te stellen en voor de dynamiek van het culturele aanbod', schrijft Van der Ploeg in zijn brief aan de Tweede Kamer. Daarin waarschuwt hij, net als in zijn 'State of the Union' die hij uitsprak tijdens het Theaterfestival in september, voor het ontstaan van een tweedeling tussen 'verheven cultuur en de populaire cultuur.' Volgens Van der Ploeg zou het goed zijn als de grenzen tussen deze twee vormen van cultuur vervagen.

'De populaire cultuur wordt niet meer - en zeker niet door mij - op voorhand als plat vermaak gewaardeerd, waaruit de massa verheven dient te worden.'

Verder pleit Van der Ploeg er in zijn brief voor dat subsidiegevers duidelijker maken op welke gronden ze bepaalde keuzes maken. Hij stelt voor dat te doen door bij fondsen 'intendanten' of 'moderatoren' aan te stellen, die voor een beperkte tijd mogen beslissen wat er met een deel van het geld gebeurt. Van der Ploeg: 'De discussie over de gemaakte keuzen wordt vergemakkelijkt wanneer de beoordelaars zich niet kunnen verschuilen achter de anonimiteit van een commissie, maar in persoon kunnen worden aangesproken.'

Naast jongeren noemt Van der Ploeg ook etnische minderheden als prioriteit. De 25 miljoen gulden extra gaat verder naar podiumkunsten (3,5 miljoen), de conservering van audiovisuele collectie (3,5) archeologie (1,75 miljoen) en film (3,5).