Stoppen met twijfelen en uitvoeren

Tijdens de repetities voor Hohenluft was elk van de vier leden van Het Hans Hof Ensemble een week de baas. De dansvoorstelling is vanavond de eerste premiere van het tweejaarlijkse festival CaDance in Den Haag. De komende twee weken volgen er nog twintig.

“Fertig?', vraagt de technicus.

“Ja', roept een van de dansers, verscholen achter het decor.

“Viel Spass! Doe de deur maar open.'

De kleine zaal van Schouwburg Odeon in Zwolle stroomt vol met veertienjarige meisjes, afkomstig van een lokale balletopleiding. Hun gegiechel loeit aan als danser Andreas Denk al binnen vijf minuten naakt op de speelvloer verschijnt. Behendig goochelt hij met een handdoek die zijn kruis steeds aan het zicht onttrekt. Beetje flauw, vindt schouwburgdirecteur Hein Spanjaard na afloop, die handdoek had wel even mogen vallen. Spanjaard houdt van moderne dans en kent de vier leden van de jonge dansgroep Het Hans Hof Ensemble goed. De kleine zaal staat een aantal dagen tot hun beschikking, zodat ze hun voorstelling Hohenluft kunnen 'afmonteren' met licht en decor op de juiste plaats.

Vanavond gaat Hohenluft in premiere in het Haagse Korzo theater. Het is de eerste premiere-voorstelling van het tweejaarlijkse dansfestival CaDance, waar de komende twee weken zo'n twintig nieuwe voorstellingen het licht zullen zien. De verwachtingen zijn hooggespannen, want twee jaar geleden maakte Het Hans Hof Ensemble op CaDance veel indruk met de voorstelling Der Lauf der Dinge. Snel daarna volgde het eveneens succesvolle In antwoord op uw schrijven. Met veel vaart, humor en intensief gebruik van rekwisieten verzorgde het gezelschap uitbundige, verhalende dansvoorstellingen. Het Hans Hof Ensemble - overigens niet genoemd naar een Duitse danspionier uit de jaren twintig maar naar de Nederlandse technicus die een belangrijke inbreng had bij de eerste voorstelling - bestaat uit Andrea Boll, Andreas Denk, Klaus Jurgens en Mischa van Dullemen. De Zwitserse Boll en Duitser Denk wonen in Nederland sinds ze in 1989 begonnen met de Rotterdamse Dansacademie, Duitser Jurgens danste al in 1986 bij Reflex in Groningen.

Op de zaterdag voorafgaande aan de premiere spelen ze hun nieuwe voorstelling voor het eerst voor publiek. 's Middags blijven de dansers tot vlak voor de try-out oefenen. Uiterst geconcentreerd schuifelen en rollen ze door het grind dat de speelvloer bedekt, elke beweging tot in detail repeterend. 's Avonds speelt Toneelgroep De Appel in de grote zaal en wordt het grind met een houten plaat weer glad gestreken. Na afloop horen ze de eerste reacties. Enigszins kwetsbaar voelen ze zich, omdat ze hebben gekozen voor een hele andere aanpak dan bij de eerste twee voorstellingen. Geinspireerd door Thomas Manns Der Zauberberg en de aantrekkingskracht van de bergen maakten ze een ingetogen voorstelling waarin de stilte zwaar weegt. Het idee voor de voorstelling was afkomstig van Andrea Boll, die zich graag de Zwitserse stilte herinnert: “In de bergen is het helemaal stil, maar ondertussen hoor je ontzettend veel. Er heerst een ander tijdsbesef, je kunt er afstand nemen van de drukte.'

De montere publiciteitsfoto's voor Hohenluft, met elk van de dansers in interbellum-outfit tegen de achtergrond van heldere berglandschappen, wekt associaties met de Bergfilme van Leni Riefenstahl, het gezondheid uitstralende genre waar zij haar loopbaan mee begon. De voorstelling zelf, met kuurgasten in ligstoelen en paardendekens, gaat echter meer richting ziekte en de verveelde onthechting van het sanatorium, trouw aan Thomas Mann. Ook al is deze voorstelling abstracter dan het voorgaande werk van Het Hans Hof Ensemble, met hun gerichte associaties en verhalende choreografie wijken ze nog steeds af van wat gangbaar is in de moderne dans. Boll: “Pure abstractie is niets voor ons, er moet heel wat gebeuren voordat we dat gaan doen.

We vertellen een verhaal zonder woorden, zonder expliciet te zijn. Het gaat ons om het overdragen van een bepaalde sfeer.'

Meer in lijn met de praktijk van veel jonge collega's is het ontbreken van een regisseur of choreograaf. Tijdens de repetitie regisseren de dansers elkaar, lichtontwerper en decorbouwer Pink Steenvorden spreekt van 'auto-regie'. Ze geven elkaar aanwijzingen, maar luisteren ook naar repetitor Torsten Konrad. Hij is ingehuurd voor de laatste week, aldus Boll, om ervoor te zorgen dat de dansers stoppen met praten en twijfelen en transformeren in performers. “Anders blijven we kijken en veranderen. We zitten nu in de fase dat we moeten gaan uitvoeren wat we hebben gemaakt, niet langer zeuren.' In de eerste maand van de ruim drie maanden dat ze aan Hohenluft hebben gewerkt kreeg elk van de vier leden een week waarin hij de baas was en alle ideeen kon uitproberen. Dat leidde wel tot een thema, maar niet tot een structuur. Die werd in een volgende fase aangebracht door dramaturg Martin Schurr, die hielp om uit de losse delen een samenhangende voorstelling te maken.

Samenhangend of niet, het lekenpubliek loopt niet warm voor moderne dans. Maar aan Het Hans Hof Ensemble zal dat niet liggen. Boll: “Ik hecht zeer aan het oordeel van mensen die niets van dans weten, bijvoorbeeld mijn ouders. Ik wil graag dingen maken voor mensen die niet sowieso komen kijken, dus dan moet je er extra moeite voor doen. Wij geven workshops, verzorgen een mailing, doen nagesprekken na de voorstelling. Soms zie ik voorstellingen waarbij de makers zijn vergeten dat er mensen zitten te kijken die iets willen hebben. Ik beschouw het als onze taak om de dans dichter bij het publiek te brengen.'

De try-out is gespeeld het grind wordt bijeen geveegd en in bakken verzameld. De kleine zaal van Schouwburg Odeon wordt ontruimd. Nog een paar dagen bijvijlen in de eigen studio in Den Haag, even kijken hoe dat moet met die handdoek en met die al te ingetogen passage halverwege. En dan is het tijd voor de echte confrontatie, de premiere.