Sellars: loodzware Strawinsky

Voorstelling: The Rake's Progress van I. Strawinski door de Nederlandse Opera en Ned. Kamerorkest o.l.v. Reinbert de Leeuw Regie : Peter Sellars.

De Amerikaanse regisseur Peter Sellars, die later deze maand samen met de componist Mauricio Kagel de Erasmusprijs krijgt, maakt binnen vijftien maanden bij de Nederlandse Opera drie Strawinsky-voorstellingen. In maart ging een dubbelproductie van Oedipus Rex en Psalmensymfonie, nu is er de opera The Rake's Progress, een coproductie met het Parijse Chatelet-theater, waar het stuk al eerder was te zien. In juni 1999 volgt in Carre de voorstelling Biblical Pieces, een verzameling van zes korte bijbelse stukken.

Sellars maakt dat 'bijbelse' tot een thema in alledrie de voorstellingen. Het Griekse drama Oedipus Rex verbond hij door een zelfgeschreven preekje met de Psalmensymfonie, zodat de antieke zondaar Oedipus door zijn dochter Antigone werd toegesproken in de Amerikaans-christelijke sfeer van 'Praise the Lord!'

Ook in The Rake's Progress (1951), een in neoclassicistische barokstijl moraliserende opera op het Faust-thema, komt Christus voor. Aan het slot zit het titelpersonage Tom Rakewell in een isoleercel van een krankzinnigeninrichting. Daar verschijnen in zijn handen de stigmata: de bloedende wonden van de aan het kruis genagelde Christus. Hij doet kennelijk boete voor zijn verbond met de duivel in een waan van imitatio Christi, navolging van Christus.

Tegelijk meent Rakewell in zijn zangtekst Adonis te zijn, de mooie man die alle vrouwen moeiteloos verleidt. Het is alweer een waan. En in feite zit hij in een Amerikaanse gevangenis, waarin de hele voorstelling zich afspeelt. Het is ook de gevangenis van de liefde - alle cipiers zijn vrouwen - die ware liefde onmogelijk maakt. Zelfs de onvoorwaardelijk standvastige liefde van Anne Trulove heeft het moeten afleggen tegen het onvermogen van Rakewell om iets anders lief te hebben dan geld, macht en succes in het oppervlakkige aardse leven. Ook vader Trulove (Donald McIntyre) is onderdeel van het kwalijke systeem: hij is een torenwachter in de gevangenis, waar het personeel de inmates laat werken in een chain gang en telkens in elkaar knuppelt.

Peter Sellars gaat in deze enscenering op zijn gebruikelijke wijze te werk. Hij trekt zich niets aan van de aanwijzingen van de componist en snijdt de handeling van elke opera zo bij dat die volledig past in een conglomeraat van menslievende en diepzinnige persoonlijke vermaningen aan het publiek.

Weg met de humoristische en groteske scenes in The Rake's Progress, het bordeel van Mother Goose en Rakewells huwelijk met Baba the Turk, de wanstaltige vrouw met de baard. Die baard is alleen nog te horen in de keel van Carmelia Jones, een zwarte zangeres met een soulvolle klank. De scene met de machine die van stenen broden maakt is gereduceerd tot het uitpakken van puntbroodjes uit een broodmandje.

Een interessante gedachte van Sellars is wel om de kwade genius Nick Shadow niet te karakteriseren als een tegenspeler maar als de dubbelganger van Tom Rakewell: hij is niet de Mefistofeles die de brave jongen verleidt, maar de duivel die in Rakewell zelf huist, onafscheidelijk als zijn schaduw. Thomas Randle (Tom) en Willard White (Nick) geven er overtuigend gestalte aan, binnen de opvattingen van Sellars.

Peter Sellars brengt hier een soort vormingsopera met een maatschappijkritische signatuur. Die is in ons land sinds lang passe, terwijl Amerika er nog niet aan toe is. Sellars' zorgen zijn universeel, maar zijn theaterbeelden zijn hyperrealistisch Amerikaans. Deze productie van The Rake's Progress lijkt daarom in het Amsterdamse Muziektheater vaak net zo weinig op zijn plaats als eerder het geval was met zijn enscenering van Debussy's Pelleas et Melisande die van Sellars rassenhaat als een van de onderwerpen meekreeg. De eerste keer spitste zich dat deels toe op Rodney King, de zwarte die door de politie van Los Angeles werd afgetuigd. De reprise verwees naar het proces tegen O.J.Simpson.

Een deel van het Amsterdamse publiek heeft in ieder geval schoon genoeg van die aanpak. Na afloop van de premiere toen Sellars op het podium verscheen, was er gisteren een hoeveelheid boegeroep die in jaren niet in het Muziektheater was gehoord.

De voorstelling is dan ook ongekend saai. Het probleem is dat Sellars in allerlei betekenislagen alles tegelijk wil zeggen. Dat leidt tot een scenische verstarring en een bijna totaal gebrek aan echt theater. We moeten maar in alle rust blijven kijken naar steeds meer van het zelfde en dat heel erg diep in ons geweten laten bezinken.

Slechts de veilingscene vlak na de pauze doorbreekt even die loodzware sfeer. De veilingmeester danst tussen zijn menselijke koopwaar als een slavenhandelaar en keurt onbeschaamd knijpend de billen en kruizen. Het is niet te geloven dat we hier Graham Clarke zien, in juni op het zelfde podium nog de als een reuzenkever in het bos rondscharrelende Mime in Siegfried. Maar in het geheel lijkt die scene zelfs een stijlbreuk.

Muzikaal passen dirigent Reinbert de Leeuw en het Nederlands Kamerorkest zich in trage tempi aan bij de loodzware ernst van Sellars. Over de anders zo spitse en ironiserende noten van Strawinsky hangt veelal een waas van bedrukte bevangenheid. De mooiste momenten zijn voor Heidi Grant Murphy: met haar roerend onschuldige zuivere stemgeluid is zij een authentieke Anne Trulove.