Sawah-stampers en steunzolen; TNO opent schoenwinkel

Ze kijkt naar mijn voeten en vraagt of ik Aziatisch bloed heb. Zo heb ik nog nooit naar beneden gekeken. 'Esther', staat op haar naambordje. Ze volgt met haar vingertoppen mijn voetboog en zegt: 'Sawah-stampers'. Het klinkt niet als een compliment. Voor een definitieve diagnose moet ik op een glazenplaat staan. Een lamp belicht de onderkant van mijn voeten en schijnt in mijn broekspijpen. “Doorgezakte voeten', luidt het oordeel.

Dat heb ik eerder uit deskundige mond vernomen en het zij zo, maar ik wil er wel mee kunnen hardlopen en het liefst zonder de knieklachten die me de laatste tijd na een kilometer of twaalf beginnen te hinderen.

Steeds vaker geven sportzaken, zoals de Amsterdamse sportwinkel waar Esther werkt, op de individuele klant toegesneden adviezen. Geen vlot gekleed jongmens meer dat zegt: “Dat schoentje staat u goed, meneer, en ze gaan na een tijdje vanzelf lekkerder lopen'. Nee, hbo'ers en drs-jes podologen, bewegingswetenschappers en fysiotherapeuten knielen tegenwoordig voor uw voeten neer.

Onlangs werd in Eindhoven een 'Loop- en Schoenencentrum' geopend dat zich tooit met het prestigieuze voorvoegsel TNO. Het centrum bevindt zich op steenworp afstand van het NS-station in een gebouwencomplex dat er, niet eens zolang geleden 'modern' moet hebben uitgezien en nu vooral een afgetrapte indruk maakt. Het TNO Loop- en Schoenencentrum oogt meer als een oud gymlokaal dan als een sportwinkel. Strepen op de vloer perken een loopbaan af. Een kleine camera op enkelhoogte bestrijkt het baanvlak. In een hoek van de ruimte staat een videoscherm. Langs de muur staat een tiental loopschoenen opgesteld, aan de muur hangen platen vol botten en spieren en achter een klein bureau zit drs John Willems.

Tachtig tot negentig procent van de mensen die zich voor advies aanmelden bij het loopcentrum heeft last van loopklachten, zegt Willems. Mede daarom wordt een korte anamnese gemaakt. Behalve lengte en gewicht worden details van de 'sport- en klachthistorie' genoteerd en opgeslagen in de computer. Later, na het advies over en de verkoop van de aangepaste schoen, wordt de klant gebeld met de vraag of de klachten wegblijven. “Maar ook zonder klachten zijn mensen welkom', zegt Willems.

Wie voor advies in het centrum komt, moet zijn oude loop- of wandelschoenen meenemen. Willems en de zijnen kunnen aan de zolen aflezen hoe iemand loopt.

Een vaardigheid die alle 'voetdeskundigen' pretenderen te bezitten. Net als in de Amsterdamse sportwinkel moet ook bij het TNO-centrum de klant op een glazenplaat gaan staan. Deze 'voetcontact-monitor' verricht, zo beweren de mensen van het loopcentrum, een 'objectieve meting', waarbij automatisch de voet wordt geplaatst in een categorie van elf voettypes.

Na lezing van zijn schoenzolen en de anamnese moet de klant zijn loopgedrag laten registreren door de camera. Daarbij wordt meedogenloos elke knik van de knie en zwik van de enkel geregistreerd. Wie die beelden vertraagd aan zich voorbij ziet gaan, hoeft niets meer te horen om overtuigd te raken dat technische hulpstukken en aangepast schoeisel nodig zijn. Ikzelf had mijn steunzolen al besteld voordat Esther met haar verhaal klaar was.

Eindhoven komt met een heel ander verhaal: na door de contactmonitor objectief te zijn gemeten, schuift even later een A-viertje uit de printer. Mijn voet blijkt 'normaal' te zijn. Maar het had me ook ten zeerste verbaasd wanneer de TNO-contactmonitor de diagnose 'sawah-stamper' had gegeven.