Philips

De laatste beleidsuitspraak van C.Boonstra, dat Philips een derde van zijn fabrieken gaat sluiten of verkopen, zie ik als de zoveelste stap op weg naar de ontmanteling van het Philips concern (NRC Handelsblad 2 november).

Niemand zal Boonstra het recht ontzeggen om ingrijpende maatregelen te nemen om de stagnerende winstontwikkeling te verbeteren. Maar een industriele onderneming (een bedrijf dat vanuit eigen kennisgeneratie research en ontwikkeling, producten ontwikkelt en op de wereldmarkt verkoopt) die niet duidelijk kan maken hoe de aangekondigde maatregelen de kracht van het bedrijf zullen vergroten, bereikt daarmee het tegendeel. Werknemers, toeleveranciers, klanten en ook toekomstige partners vragen om expliciet beleid en consistente uitvoering. De enige stakeholder die wel gelukkig schijnt te zijn met deze ferme uitspraken is de beurs, die als shareholders collectief iedere keer weer Boonstra beloont met een koersstijging.

Is de ongetwijfeld goedbedoelde aanpak van de commissie-Peters om de rol van aandeelhouders bij ondernemingen te versterken dan toch een sluipende import gebleken van de 'Amerikaanse ziekte', waarbij kwartaalcijfers en beurskoersen als enige graadmeter worden gehanteerd?

Hoe past dit proces in een land waar zoveel waarde wordt gehecht aan overleg en breedgedragen consensus? In de Raad van Commissarissen zitten toch ook enkele gerenommeerde Nederlanders? Is het dan toch niet waar dat mensen het grootste kapitaal van een bedrijf zijn en dat hun inzet het succes van een bedrijf bepaalt?

Ik denk dat Philips nog steeds capabel is als grote wereldwijde industriele onderneming in de elektronische wereld een succesvolle rol te spelen, maar dat vraagt dan om bezielend leiderschap en niet om uitverkoop.