Pakistan mort over geflirt met islam

De Pakistaanse premier Sharif heeft brede weerstand opgeroepen met zijn voorstel tot invoering van de shari'a. Zelfs fundamentalisten beschuldigen Sharif ervan de islam te misbruiken om zijn eigen macht te vergroten.

Yousuf is een Pakistaanse christen en iedereen mag het weten. “I am for Jesus!', schreeuwt een kleurige sticker in zijn gammele riksja. Hij woont met twaalf familieleden in hutje in een vuile steeg in Rawalpindi, de krioelende werkstad pal naast de chique hoofdstad Islamabad. “Christenen krijgen geen werk bij de overheid', zegt hij. “Studeren is moeilijk, daarom verdienen we het minst van allemaal. Als de shari'a wordt ingevoerd zijn we ook nog vogelvrij.'

De 2 miljoen niet-moslims onder de bijna 140 miljoen Pakistanen hielden hun adem in toen minister-president Nawaz Sharif twee maanden geleden aankondigde dat de koran boven de grondwet moet worden geplaatst. De islamitische wet die inmiddels is aangenomen door de nationale assemblee (het lagerhuis) maar nog wacht op goedkeuring in de senaat, zal van Pakistan “een bakermat van vrede, rechtvaardigheid en welvaart' maken, belooft Sharif.

Sinds de machtigste premier uit de Pakistaanse geschiedenis zijn plannen ontvouwde, is een ongekende storm van kritiek opgestoken in alle geledingen van de maatschappij. De intelligentsia en de liberale middenklassen van Lahore, Karachi en Islamabad, religieuze minderheden als christenen, hindoes, parsi's en sikhs, maar ook de arme, gematigde islamitische meerderheid vrezen een 'talibanisering' van Pakistan.

Zelfs fundamentalistische moslim-groeperingen beschuldigen Sharif ervan de islam te misbruiken om zijn eigen macht nog verder te vergroten; bovendien zou hij een deel van hun gedachtegoed hebben gekaapt. “Sharif mag straks in zijn eentje beslissen wat wel en niet strijdig is met de islam', zegt een woordvoerder van de Jamaat-e-Islami, een religieuze partij die weliswaar streeft naar de invoering van de shari'a, maar dan volgens een eigen, orthodox concept.

Verschillende bewindslieden in Sharifs kabinet hebben geprobeerd de brand te blussen die in de progressieve delen van Pakistan was ontstaan. De ledematen van dieven zullen niet worden afgehakt, zoals in het Afghanistan van de Talibaan, zei minister Hussain van Informatie in een poging de gemoederen tot bedaren te brengen. Sharif zelf verklaarde dat religieuze minderheden hun vrijheid zouden behouden en dat vrouwen niet zouden worden ontslagen zoals in Afghanistan massaal gebeurde na de intrede van de Talibaan.

Voor de radicale moslimpartijen die Pakistan willen hervormen naar het voorbeeld van de Talibaan, is de islamitische wet van Sharif daardoor niet meer interessant. Zij vinden bovendien dat een echte islamitische staat wordt geleid door de ulema, de spiritueel geschoolden.

Wat overblijft van Sharifs shari'a is niet veel meer dan het overheidstoezicht op de verplichte gang naar de moskee, vijf keer per dag een extra religieuze belasting en een oppermachtige premier die, als persoonlijk bewaker van de islamitische codes, boven de grondwet en de Pakistaanse rechtbanken zou worden verheven. In de Pakistaanse media wordt dagelijks uitvoerig gespeculeerd over de beweegredenen van Sharif. Zelfs de vader van Pakistan, Mohammad Ali Jinnah, werd erbij gehaald om het ongelijk van Sharif aan te tonen. “U bent vrij om te gaan naar uw tempels, naar uw moskeeen of naar welke andere godsdienstige plaats dan ook', zo werd een uitspraak van Jinnah uit 1947 aangehaald door het tijdschrift The Herald. “U mag tot elke religie of kaste behoren - daar heeft de staat niets mee te maken.'

Sommige waarnemers menen dat Sharif de opkomende radicale moslimpartijen wil paaien met de islamitische wetgeving.

“Sinds de Amerikaanse aanvallen op de vermeende terroristische opleidingskampen van Osama bin Laden in Afghanistan verdenken deze partijen de Pakistaanse regering ervan samen te werken met de Verenigde Staten', zegt een Pakistaanse analist in Lahore. Volgens anderen ziet Sharif zichzelf als de amir al-momineen, de leider van de gelovigen, aangewezen door de Almachtige zelf.

Weer anderen verdenken Sharif evan dat hij alleen maar de aandacht wil afleiden van de ware problemen in Pakistan. De economie is nagenoeg failliet geraakt door de internationale sancties die volgden op de ondergrondse kernproeven van vijf maanden geleden. Tegelijkertijd zakt het land steeds dieper in een moeras van dood en geweld. In september vielen alleen al in Karachi bijna 100 doden bij sectarische en etnische onlusten. Sharif zelf wordt van steeds meer kanten beschuldigd van grootschalige corruptie en fraude. Binnen het Pakistaanse leger is het onrustig sinds het plotselinge ontslag van legerleider, generaal Karamat.

Als de shari'a wordt aangenomen door de senaat, kan de regering decreten uitvaardigen waaraan de bevolking is gebonden. “Als Sharif vindt dat alle vrouwen voortaan thuis moeten blijven en meisjes niet meer naar school mogen, dan kan de regering zo'n verordening uitvaardigen', zegt Sajjad Ali Shah, de voormalige president van het Hooggerechtshof, die vorige jaar aan de kant werd gezet na een diepgaand conflict met Sharif. De islamitische decreten kunnen niet door de rechter worden vernietigd, concludeert Shah. “De shari'a zal de grondwet vernietigen en zet daarnaast de rechterlijke macht op een zijspoor. Wie gaat de koran interpreteren? Zelfs onder moslims bestaat geen consensus over wat de shari'a precies inhoudt.'

Mensenrechtenorganisaties vrezen dat de islamitische wet zal leiden tot nog meer religieus geweld. “Je kunt moeilijk volhouden dat een controversiele wet als deze plotseling vrede en veiligheid zal brengen' zegt een mensenrechtenactivist in Lahore, de woonplaats van premier Sharif. “In Punjab en in de Noordwestelijke Grensprovincie slachten hele stammen elkaar af wegens hun godsdienst. Voor de Pakistaanse christenen zal het leven nog moeilijker worden - alles wat een christen denkt of doet, is fout voor een kwaadwillende moslim. Sharif is bezig Pakistan te verdelen en te vernietigen.'

Veel medestanders lijkt Sharif niet te hebben voor zijn poging de islamitische staat verder te islamiseren. Hoewel vooral in het Westen de vraag is opgeworpen in hoeverre ook Pakistan radicaliseert, is er volgens waarnemers geen sprake van een eenduidige trend. Vlak na de Amerikaanse aanvallen op Afghaanse bodem op 20 augustus, werden op veel plaatsen anti-Westerse demonstraties gehouden, met name in de stad Peshawar, vlak bij de Afghaanse grens waar Osama bin Laden, tot de raketaanvallen een tamelijk onbekende persoon in Pakistan, werd uitgeroepen tot een islamitische held. Maar na enkele dagen doofde het vuur en ging de bevolking over tot de orde van de dag.

Diplomaten in Islamabad trekken een vergelijking met de Golfoorlog, toen de Iraakse president Saddam Hussein door honderdduizenden Pakistanen werd bejubeld als een martelaar van de islam - maar nadat de eerste woede was bekoeld, moesten de radicale moslimpartijen concluderen dat de ledenaantallen nauwelijks waren gegroeid. “In Pakistan hebben religieuze onderwerpen de laatste jaren nooit veel publieke steun gekregen', zegt politiek commentator Zaigham Khan van The Herald.

“Religieuze leiders hebben nooit veel indruk gemaakt op de massa's.' Hij betwijfelt ernstig of de Pakistaanse aanhang van de Talibaan ooit de overhand zal krijgen en een islamitische revolutie op gang kan brengen. De invoering van de shari'a zou ook tegen de radicale moslims kunnen werken.

Of het shari'a-voorstel van Sharif door de senaat worden aangenomen, valt nog te bezien. De benodigde tweederde meerderheid van zijn Moslim Liga in het lagerhuis heeft hij niet in de senaat omdat zijn coalitiegenoten in de provincies zich tegen Sharif hebben gekeerd. Zolang hij niet zeker is van zijn overwinning zal de premier de wet voorlopig niet in stemming brengen, zo is de verwachting.

    • Rob Schoof