'Oosterscheldedam is een vergissing'

De Oosterscheldekering is het duurste waterstaatswerk in Nederland. Met de bouw werd een compromis gesloten tussen milieu en veiligheid. In Zeeland zijn nu vraagtekens gezet bij nut en noodzaak van de kering.

Rijkswaterstaat in Zeeland vindt de bouw van de Oosterscheldekering een vergissing. Door de bouw van de kering is het getijverschil in de Oosterschelde afgenomen, waardoor de platen en slikken naast de rivier jaarlijks met een oppervlakte gelijk aan tachtig voetbalvelden afnemen. De kokkelvisserij in Zeeland zal hierdoor nog meer teruglopen. Dat zegt ir. A.J. Hoekstra van de directie Zeeland van Rijkswaterstaat. “Met de huidige kennis hadden we ervoor gekozen om de Oosterschelde open te houden en de dijken te verhogen. Niet alleen zou dit een veel goedkopere oplossing zijn geweest, maar het zou ook voor de natuur en het milieu het beste zijn geweest.'

De Oosterschelde werd in 1986 afgesloten met de stormvloedkering. Oorspronkelijk zou de zee-arm worden afgesloten met een vaste dam. Daar ontstond grote weerstand tegen, omdat een uniek zoutwatergebied dat van groot belang was voor milieu en visserij zou worden vervangen door een zoetwatergebied met water uit de Rijn en de Maas.

Het kabinet-Den Uyl was verdeeld over de vraag of, en zo ja hoe de Oosterschelde moest worden afgesloten. Het kabinet viel bijna over de keuze tussen een dichte dam en dijkverhoging. Volgens oud-Kamerleden werd gekozen voor een compromis - doorlaatbare sluizen die alleen bij hoge stormvloeden dichtgaan - toen Rijkswaterstaat duidelijk maakte dat dijkverhoging de veiligheid van Zeeland niet kon garanderen. De bouw de stormvloedkering kostte 8,2 miljard gulden en is daarmee het duurste waterbouwkundige werk van Nederland.

“De lobby van natuur en visserij had gewerkt, maar in technisch opzicht was dit compromis even verrassend als ondoordacht', meent Hoekstra. “Politieke haalbaarheid lijkt zwaarder te hebben gewogen dan de effectiviteit van de beslissing.' Hij vindt dat door dijkverhoging de bevaarbaarheid zou zijn gegarandeerd met “wat baggerwerk en het ophogen van twee bruggen'.“We hebben toen absoluut de juiste beslissing genomen', zegt A.M.

Dek, gedeputeerde in Zeeland. “Veiligheid voor mensen had en heeft de hoogste prioriteit. Je moet de beslissing ook plaatsen in de tijd. Na de stormvloed van 1953 wilden we Zeeland zo snel mogelijk weer veilig maken. Het verzwaren van de dijken kon niet overal en zou ook te veel tijd zijn gaan kosten.'

Prof. ir. J.K. Vrijling, hoogleraar waterbouwkunde en als research-coordinator betrokken bij de bouw van de stormvloedkering, vindt dat dijkverhoging “technisch niet onmogelijk zou zijn geweest.' “Maar het was toen een afweging tussen het sentiment van de Zeeuwen die hun kinderen voorbij hadden zien drijven en de groene lobby die aan krachten won. Achteraf hadden we best voor het openlaten van de Oosterschelde durven kiezen, maar op dat moment speelden meer dan alleen milieubelangen mee.'

Leden van de Actiegroep Oosterschelde Open! zien nu hun gelijk bevestigd. C. van Leeuwen: “Het is misschien wel leuk om te horen, maar het is ontzettend zuur om te zien dat het stroomgebied nog altijd wordt aangetast. Die kering heeft veel geld gekost en kost nog steeds veel geld. Het is ontzettend jammer dat dat niet eerder werd ingezien.'