Oostenrijk gaat kunst teruggeven

Het Oostenrijkse parlement zal vandaag een wet goedkeuren waarin staat dat roofkunst in bezit van de staat aan de vroegere eigenaren of hun erfgenamen moet worden teruggegeven. Onder deze wet vallen niet alleen door de nazi's geroofde kunstwerken, maar ook onder 'verdachte omstandigheden' gekochte kunst of objecten die de eigenaren na 1945 aan Oostenrijk moesten 'afstaan'.

De laatste categorie verwijst naar een nieuwe smet op het Oostenrijkse blazoen. Ambtenaren bleken na 1945 de overlevende slachtoffers van de nazi's gedwongen te hebben om kostbare objecten aan Oostenrijk te 'schenken' als ze de rest van hun bezittingen het land wilden uitvoeren.

“Wij kunnen het onrecht niet meer ongedaan maken, maar wij kunnen nu voor een beetje rechtvaardigheid zorgen', zei de conservatieve minister van Cultuur, Elisabeth Gehrer. Zij gaf aan het begin van dit jaar opdracht tot een grootscheeps onderzoek naar verdachte bezittingen in musea en archieven. Aanleiding was de beslaglegging op twee doeken van de Oostenrijkse schilder Egon Schiele door de New-Yorkse douane. Nazaten van de eigenaren claimden de schilderijen na een tentoonstelling in het Museum of Modern Art. De schilderijen zijn nog steeds in New York en het einde van de rechtszaak is nog niet in zicht.

De nieuwe wet zal voor Oostenrijk vergaande consequenties hebben. Alleen al de familie Rothschild, die na 1945 niet meer naar Oostenrijk wilde terugkeren, zal 225 kunstwerken terugkrijgen waaronder schilderijen van Frans Hals, Isack van Ostade, Pieter van Laer, Meindert Hobbema en Aelbert Cuyp. Naast deze door Oostenrijk vrijwillig gerestitueerde kunstwerken liggen ook nog een aantal claims van erfgenamen bij de rechter. Als deze claims gehonoreerd worden zal het Belvedere een aantal waardevolle schilderijen van Gustav Klimt verliezen.