Nooit eerder waren defensieministers EU bijeen

De ministers van Defensie van de Europese Unie willen Europa een duidelijker stem geven in de wereld. Voorlopig nemen ze genoegen met het feit ze voor het eerst een gezamenlijke bijeenkomst hebben gehad.

De ministers van Defensie begonnen met cultuur. Tsjaikovski's Jevgeni Onegin in de Weense Staatsopera was het eerste programmapunt van hun eerste bijeenkomst. Heel toepasselijk, een Russische opera, volgens de Oostenrijkse gastheer, minister Fasslabend. Want Europa houdt niet op bij de vijftien lidstaten van de Europese Unie. Niet al zijn collega's bleken even enthousiast over de opera die ruim drie uur duurde - bijna even lang als hun totale vergadertijd.

Het moest een brainstorm-bijeenkomst worden de afgelopen twee dagen in Wenen, met als belangrijkste onderwerp het vorig jaar bereikte Verdrag van Amsterdam, dat de EU iets meer mogelijkheid geeft tot gezamenlijk optreden in crisissituaties. Op de achtergrond speelt de frustratie van de lidstaten van de Europese Unie die telkens weer de Verenigde Staten nodig hebben voor het aanpakken van crises aan de eigen grenzen, zoals in voormalig Joegoslavie.

Formeel kunnen de EU-ministers van Defensie, anders dan hun collega's van Cultuur of van Financien, niet bijeenkomen omdat defensie geen onderdeel uitmaakt van het gezamenlijke beleid. Daarom had EU-voorzitter Oostenrijk de ministers uitgenodigd voor een informeel samenzijn. Hoewel de meeste Europese defensie-ministers elkaar regelmatig ontmoeten, bijvoorbeeld in NAVO-verband, was het de eerste keer dat bijvoorbeeld ook hun enige vrouwelijke collega, Anelli Taina, uit het neutrale Finland aanschoof.

“Officieel verwachten we niets, want het is een informele bijeenkomst', zei de Belgische minister Poncelet vooraf. “Maar we kunnen wel elkaars standpunten leren kennen.' Voorzichtig was ook zijn Nederlandse collega De Grave. “Blijkbaar vond men deze bijeenkomst nodig', aldus de minister, die enigszins verbaasd was toen hij enkele weken geleden de uitnodiging ontving.

De Grave vindt, net als zijn collega van Buitenlandse Zaken, Van Aartsen, dat er eerst een gezamenlijk Europees buitenlands beleid moet komen voordat de ministers van Defensie een invulling kunnen geven aan een Europese defensiepolitiek. “Het simpele feit dat we bijeenkwamen en dat alle ministers er waren was misschien wel de grootste betekenis.'

Uitgekeken werd vooral naar de bijdrage van de Britse minister Robertson, nadat premier Blair zich vorige maand opmerkelijk toeschietelijkheid heeft getoond ten aanzien van het Europese defensiebeleid. Zelfs het opgaan van de defensie-organisatie de West-Europese Unie (WEU) in de Europese Unie, vorig jaar op de top van Amsterdam voor Londen nog taboe, is nu bespreekbaar. “We willen een open debat over de vraag hoe we Europa een duidelijker stem in de wereld kunnen geven', aldus Robertson. Hij zei echter dat versmelten van de WEU in de EU, wat met name Frankrijk bepleit, niet de meest verkieslijke optie is. Robertson ziet meer in “een duidelijker Europese dimensie in de NAVO'. Hij maakte vooral duidelijk wat Londen niet wil. Londen wil geen Europees leger en vooral geen ondermijning van de NAVO.

De Oostenrijkse minister Fasslabend schroomde niet te suggereren dat de nieuwe Britse houding tegenover het Europese defensiebeleid een gevolg is van het bijeenroepen van de bijeenkomst in Wenen. “De aankondiging van de bijeenkomst heeft beweging in de hoofdsteden tot gevolg gehad', aldus Fasslabend. De conservatieve Oostenrijkse politicus is vurig voorstander van toetreding van zijn land tot de NAVO. Volgens waarnemers was het bijeenroepen van zijn defensiecollega's, met volgend jaar in Oostenrijk verkiezingen op komst, vooral bedoeld om binnenlandse belangen te dienen.

Relativerende geluiden kwamen van de secretaris-generaal van de WEU, Jose Cutileiro. Op de vraag of deze eerste EU-defensiebijeenkomst een historische bijeenkomst was, antwoordde hij: “Het is een bijeenkomst.' Cutileiro onderstreepte dat zijn organisatie nu al vredesmissies kan uitvoeren als de Europese Unie daar om vraagt waarbij zelfs gebruik kan worden gemaakt van de NAVO-middelen. “Enkele jaren geleden zou dit onmogelijk zijn geweest.' Maar het ontbreekt de EU aan politieke wil. Cutileiro wees ook op de complicatie dat de WEU werkt met achttien lidstaten en waarnemers: behalve de EU-landen ook IJsland Noorwegen en Turkije. Ook de NAVO heeft, naar verluidt, gewaarschuwd dat niet uit het oog moet worden verloren dat sommige Europese landen lid zijn van het atlantisch bondgenootschap maar niet van de Europese Unie, waarbij met name wordt gedoeld op Turkije.

De eerste bijeenkomst van deze ministers is voorlopig ook de laatste. Zeker als het ligt aan de Brit Robertson. “Dit is eenmalig', zei hij. “Als de tijd rijp is, kunnen we weer bijeenkomen. Maar het moet geen routine worden.'