Motief: Roeping

Hij heette 'Schmidt met dt', de haren uit zijn neus 'schoten op als tulpen' en zijn natuurkundeproeven mislukten steevast wanneer hij les gaf in de derde klas van de meisjes-HBS. Dr. J.M. (Jog) Schmidt staat zonder twijfel symbool voor de meest beklagenswaardige leraar aller tijden. Niet zelden ging hij bevend het klaslokaal binnen alwaar Joop ter Heul en haar zes vriendinnen zich opmaakten om er weer eens een gezellige pan van te maken. Schmidt had een ordeprobleem.

Dat is van alle tijden, getuige het omslagverhaal van de Elsevier van deze week, maar het kattekwaad waar de Jopopinoloukicoclub zich aan bezondigde staat in geen verhouding tot wat een hedendaagse leraar meemaakt. De Amsterdamse Stichting voor Economisch Onderzoek ondervroeg voor Elsevier drieduizend docenten aan het voortgezet onderwijs. Een op de tien leraren maakt regelmatig mee dat leerlingen elkaar dreigen met geweld. Docenten in het voorbereidend beroepsonderwijs en op de mavo krijgen het meest een grote mond. De gemiddelde leraar vindt het niet erg wanneer de leerlingen hun walkman ophouden tijdens de les - dan is het tenminste stil. Het verhaal heeft, ondanks de sombere berichten uit onderwijsland die vrijwel dagelijks de media halen, een opmerkelijk laag klaaggehalte. “Nog steeds vind ik het leraarschap een ontzettend leuk beroep. Al die klaagverhalen over afknappen - over gezonde mensen met lol in hun werk hoor je niets. Bij Sonja zie je alleen uitgebluste types. (...) Je moet vernieuwen, bijscholen. Ik heb pas meegewerkt aan een boek en altijd had ik verschillende banen', aldus een 61-jarige lerares Engels die het principe huldigt: “Ik de gastvrouw, zij de gasten, zo wil ik het.' Het gros van de ondervraagden constateert wel met leedwezen dat het maatschappelijk aanzien van hun beroep is gedaald. Toch blijkt 'roeping' het hoogst te scoren op de lijst motieven om leraar te willen worden.

Lousewies van der Laan heeft ook een roeping. Die luidt: Europa toegankelijk en begrijpelijk te maken. “Ik zie het als mijn roeping. Ja, noem het maar gewoon zo. De Europese eenwording is de enige manier om vrede en stabiliteit op dit continent te garanderen', aldus de 32-jarige die voor D66 mee wil dingen naar een zetel in het Europees Parlement.

“Europa schreeuwt om D66', aldus Van der Laan. Andermaal dringt de vraag zich op wat haar partijgenoot en oud-minister van Buitenlandse Zaken, Hans van Mierlo, de afgelopen vier jaar toch gedaan heeft. Dezelfde vraag doemt op in het geval van nog een partijgenoot van Van der Laan, voormalig staatssecretaris J. Kohnstamm die het grotestedenbeleid onder zijn hoede had.

Het antwoord op die vraag had Vrij Nederland kunnen geven in een doorwrocht opiniestuk, maar in plaats daarvan wandelt het weekblad mee met de minister grotesteden- en integratiebeleid, R. van Boxtel, die de afgelopen weken in een aantal steden polshoogte kwam nemen. Hij zit er nog maar pas, maar nu al is enige huiver op zijn plaats en moet de nieuwe bewindsman oppassen dat een eventuele opvolger niet weer het wiel moet gaan uitvinden. Want wat zegt Van Boxtel op de vraag hoe hij zijn opdracht aanpakt? “Veel management by speech.' Ach heden - heeft hij dan niets begrepen van toenmalige buitenlandse collega's van Van Mierlo die aan zijn 'management by speech' bij tijd en wijle geen touw konden vastknopen?

De Groene tekent een idee op van het GroenLinks-Kamerlid Femke Halsema: zij wil met een groep mensen uit PvdA, D66, GroenLinks, SP en het CDA nadenken over een progressieve coalitie. Bij dezen een ideetje voor Halsema: ga eens langs bij de Hoge School Amsterdam afdeling verpleegkunde. Daar schijnt iets mis te zijn met de inrichting van het onderwijs als gevolg waarvan studenten die uit roeping de studie willen volgen, afhaken. Daardoor zijn er straks nog minder verpleegkundigen.

Dat is pas een gespreksonderwerp.