Hoger onderwijs Servie in de tang van Milosevic

De nieuwe Servische mediawet dringt de kritische media in het gareel. De nieuwe onderwijswet doet hetzelfde met de academici. Wie niet spoort, mag niet lesgeven en wordt de collegezaal uitgedragen en op straat gedeponeerd.

Dreigend kondigt professor Zagorka Golubovic de laatste dagen van het bewind van Slobodan Milosevic aan. De filosofe kijkt streng over haar bril de zaal in. Het publiek applaudisseert aarzelend, tegen beter weten in, want voorlopig heeft de Joegoslavische president de academici in zijn land stevig in de tang.

Mevrouw Golubovic is met een delegatie van Servische academici naar Boedapest gereisd om steun te zoeken. Eind mei nam het Servische parlement een nieuwe wet op het hoger onderwijs aan. Benoemingen en beleid vallen voortaan rechtstreeks onder het Servische ministerie van Onderwijs, dat sinds de laatste verkiezingen stevig in handen is van de Servische radicale partij van Vojislav Seselj. De Servische academische wereld is haar laatste beetje autonomie kwijt.

Marija Bogdanovic, eveneens filosofe, speelde een belangrijke rol bij het massale studentenverzet van twee jaar geleden. Meer dan twee maanden lang demonstreerden vele tienduizenden studenten en professoren tegen het Milosevic-regime. Bogdanovic was toen decaan van de filosofische faculteit en liep voorop. Ze is in Milosevic' ogen een hoofdfiguur in het verzet en zijn wraak bleef niet uit.

Aan het begin van het jongste academische jaar moest ze een nieuwe 'arbeidsovereenkomst' tekenen met de Servische autoriteiten. Het bleek een soort loyaliteitsverklaring. Ze weigerde, net als zo'n tweehonderd andere hoogleraren en docenten aan de universiteit van Belgrado. Meer dan vierduizend academici tekenden wel. De filoloog prof. Vladeta Jankovic valt ze niet hard. “De meeste tekenden omdat ze zich niet kunnen veroorloven hun banen te verliezen. Ze moeten hun gezinnen onderhouden.'

De wet is niet alleen een wraakoefening tegen de opstandige faculteiten van twee jaar geleden (vooral filosofie filologie, rechten en de technische faculteit).

De wet betekent volgens de treurige Servische delegatie in Boedapest ook een sterke verarming van het academische niveau. Politieke loyaliteit gaat boven wetenschappelijke ervaring en niveau. En daar blijft het niet bij.

De academici die weigeren de 'loyaliteitsverklaring' te ondertekenen mogen geen onderwijs meer geven. Zodra ze zich voor hun studenten vertonen worden ze hardhandig verwijderd door speciale ordediensten. De gerenommeerde hoogleraar elektrotechniek Branko Popovic moest vorige week les geven op de stoep van zijn faculteit nadat hij hardhandig uit zijn leslokaal was gesleept.

De Servische academici vergelijken hun positie met die van de onafhankelijke media in hun land. Net als het ministerie van Onderwijs is het ministerie van Informatie in handen van de rechts-radicalen. Milosevic heeft de nationalisten van Seselj de vrije hand gegeven om de samenleving te zuiveren van kritische elementen terwijl hij zelf over Kosovo een partijtje schaak speelt met de internationale gemeenschap.

De filoloog Jankovic heeft ook de nodige kritiek op de buitenwereld. Zijn studenten kunnen niet vrij reizen er zijn nog altijd restrictieve maatregelen van kracht tegenover Joegoslavische staatsburgers. “De vrije gedachte zit van twee kanten opgesloten, van binnen en van buiten.'

Toch verwachten de opstandige hoogleraren dit keer geen massale protesten tegen het regime. Onder de studenten zou weinig animo bestaan. Twee jaar geleden raakten ze door de maandenlange demonstraties achter op hun studieprogramma. De nieuwe wet biedt hun - en dat is volgens de hoogleraren geen toeval - soepelere afstudeermogelijkheden. Bovendien zijn Jankovic en zijn collega's bang om hun studenten de straat op te brengen.

De sfeer is volgens hen uitermate grimmig; het zou gemakkelijk tot bloedvergieten kunnen komen. Zij zoeken steun in het buitenland om een alternatief universitair netwerk op te zetten, naar het voorbeeld van de Poolse en Roemeense ondergrondse universiteiten uit de tijd van het communisme, en de Kosovaarse van nu.