Geen band tussen ontslag en opslag

Sanering bij ondernemingen is goed voor beleggers en voor het salaris van de bedrijfstop, zo wil het volksgeloof. In de Verenigde Staten is onderzoek vericht naar de band tussen ontslag en opslag.

Met de jongste reorganisatieplannen bij Philips, Baan en KPN lijkt een nieuw seizoen van bedrijfsafslankingen aangebroken. Het wachten is nu op de onvermijdelijke horrorstories over hoogbetaalde bedrijfsdirecteuren die duizenden werknemers ontslaan om vervolgens de aandelenkoers van hun bedrijf en daarmee hun eigen inkomens te zien exploderen.

Op zichzelf is het opmerkelijk dat de recente aankondigingen van Baan (1200 werknemers eruit) en KPN (dat 4.000 banen schrapt) niet leidden tot stijging van hun beurskoersen. Beleggers plegen saneringen en kostenverlagingen immers te honoreren met extra vraag naar aandelen van de betrokken bedrijven. Dat bleek bijvoorbeeld bij Philips waarvan topman Boonstra in drie jaar een derde van de fabrieken wil sluiten. Prompt steeg de Philips-koers met 10 procent.

Met hun betalingen in opties of aandelen profiteren bestuurders niet zelden van hun harde ingrepen. Tijdens de vorige conjuncturele inzinking, begin jaren negentig, waren gruwelverhalen over zelfverrijking schering en inslag. Toen sierde de arme Bob Allen nog het omslag van Fortune, nadat hij het aandeel van zijn AT&T en daarmee z'n eigen inkomen had laten exploderen door 40.000 mensen op straat te zeten.

Zijn massaontslagen aandelenkoersen en topinkomens inderdaad op zo'n cynische wijze aan elkaar gekoppeld? Kevin Hallock van de universiteit van Illinois onderzocht de zaak en brengt daarover verslag uit in het laatste nummer van de American Economic Review. Hij analyseerde de inkomens van 550 van Amerika's hoogstbetaalde topmanagers van 1989 tot 1996. Forbes Magazine publiceert daarvan jaarlijks een gezaghebbende lijst. Vervolgens inventariseerde Hallock met hulp van Standard & Poor's Compustat de resultaten van die 550 bedrijven, boekhoudkundige kenmerken en gegevens over ontslagen.

Daar plakte hij tot slot de beursprestaties van de betrokken bedrijven aan vast.

Wat blijkt? In overeenstemming met anekdotisch bewijs uit de financiele pers tonen bedrijven die werknemers ontslaan inderdaad een opvallende neiging om hun topmensen het jaar erna meer te betalen. Bovendien ontvangen die bazen procentueel grotere loonsverhogingen dan hun collega's in ondernemingen die hun personeel binnen boord houden.

Hallock ontdekte echter meer. Zo blijkt dat dit verband tussen ontslagen en hogere inkomens van topmensen vooral samen te hangen met de omvang van hun bedrijven. Grote bedrijven plegen niet alleen hun topmensen het meeste te betalen en procentueel de grootste loonsverhogingen te geven, maar ze ontslaan ook het snelst. Onder de 550 onderzochte bedrijven kondigden van de kleinste 10 procent slechts twee ondernemingen tussen 1989 en 1996 ontslagen aan. Onder de grootste 55 bedrijven gebeurde dat bij een derde deel.

Toen onderzoeker Hallock zijn onderzoeksresultaten corrigeerde om de invloed van bedrijfsgrootte op de waarschijnlijkheid van ontslagen te neutraliseren, verwaterde het verband tusen salarisverhoging van de topman en ontslagen snel. En toen hij voor nog meer variabelen corrigeerde, zoals leeftijd en diensttijd van de topmensen, bleef er weinig meer over van de omstreden band tussen opslag van topman en ontslag van werknemer. Bovendien bleek de aankondiging van ontslagen, in tegenstelling tot conventionele wijsheid door de bank genomen een licht negatieve reactie aan de aandelenbeurzen te ontlokken.

“Kortom', schrijft onderzoeker Kevin Hallock, “er is geen bewijs voor de bewering dat bedrijfsdirecteuren een financieel slaatje slaan uit hun ontslagbesluiten.'