FINANCIERING

Het kabinet heeft voor de jaren tot en met 2010 67 miljard gulden voor de aanleg van nieuwe infrastructuur gereserveerd. Dit geld komt uit het Infrastructuurfonds, waarvan de minister van Verkeer en Waterstaat de beheerder is.

Uit dit fonds worden alle grote infrastructuurprojecten in Nederland betaald, niet alleen de aanleg, maar ook het onderhoud en het beheer.In 1999 wordt 10,5 miljard gulden uit dit fonds besteed. Ongeveer 4,5 miljard is bestemd voor nieuwe verkeersprojecten. Landelijke projecten, zoals rijkswegen en spoorlijnen, worden volledig uit het fonds bekostigd. Aan lokale infrastructuur wordt ook bijgedragen door de direct betrokken overheden. De rijksbijdragen lopen uiteen van 95 procent van de kosten voor openbaar vervoer, bijvoorbeeld de Benelux-metrolijn in Rotterdam tot maximaal de helft voor verbeteringen aan het onderliggende wegennet. Het Infrastructuurfonds heeft drie inkomstenbronnen:

Begroting

Verkeer en Waterstaat Dit is de belangrijkste bron van het Infrastructuurfonds. Van de 10,5 miljard die in 1999 in het fonds terechtkomt, is 6,8 miljard aan algemene middelen afkomstig van Verkeer en Waterstaat.

FES

Het Fonds Economische Structuurversterking (FES), opgezet als een soort spaarpot waarin opbrengsten van aardgasexport en de verkoop van staatsdeelnemingen terechtkwamen. Het kabinet wil de opzet veranderen: de opbrengsten van verkochte staatsdeelnemingen moeten worden aangewend ter verlichting van de staatsschuld. De rente op de schuld die hiermee wordt bespaard, wordt dan in het FES gestort. Hiermee is de aard van het FES veranderd van een spaarpot met incidentele inkomsten in een fonds met een jaarlijks enigszins constante stroom van inkomsten. Het FES draagt in 1999 2,9 miljard af aan het Infrastructuurfonds.

Overige middelen

Een belangrijk deel van de overige middelen betreft afdrachten door de Europese Unie, bijvoorbeeld ten behoeve van de Trans Europese Netwerken, zoals de Betuwelijn en de hogesnelheidslijn. Ook lagere overheden en andere departementen dragen bij aan het Infrastructuurfonds. Zo komt in 1999 een bedrag van vier miljoen uit de begroting van VROM.