Extra inspectie op achterstandsscholen

Een speciale groep van zeven onderwijsinspecteurs bezoekt sinds maandag dagelijks achterstandsscholen in de vier grote steden. Het gaat om middelbare scholen die geconfronteerd worden met taalachterstand spijbelen en schooluitval.

Bedoeling is dat de Inspectie in drie maanden tijd inzicht krijgt in de werkwijze en problemen van zulke scholen. Op de lange termijn moeten alle onderwijsinspecteurs de verworven kennis toepassen bij de beoordeling van achterstandsscholen in het hele land, zegt M. Blom, een van de betrokken inspecteurs.

Het team, dat om te beginnen een tiental scholen bezoekt, wil voorbeelden van 'good practice' verzamelen die kunnen dienen voor scholen met soortgelijke problemen. Het gaat om de manier van lesgeven aan leerlingen met een taalachterstand, om de aanpak van leerlingen die spijbelen of die thuis problemen hebben en om het contact van de leraren met ouders. Daarnaast bekijken de inspecteurs of scholen het extra geld dat ze krijgen voor allochtone leerlingen, effectief besteden.

Reden voor het project is de “intensiteit en de omvang' van de sociale problemen waarmee achterstandsscholen kampen, aldus Blom. De Inspectie heeft daar onvoldoende zicht op. Achterstandsscholen staan veelal in buurten waar relatief veel bewoners werkloos zijn en de criminaliteit hoog is. Zo vangt het Nova College in Amsterdam sinds kort 's nachts risicoleerlingen op in het 'Schoolhuis', als de schoolleiding denkt dat ze anders afhaken van school.

Gemeenten en het ministerie van Binnenlandse Zaken betalen het inspectieproject, dat valt onder het 'grote-stedenbeleid'. De inspecteurs zijn aangetrokken op grond van hun ervaring met achterstandsscholen.