Echo's van de jaren zeventig; De president van De Nederlandsche Bank over het Duitse economische beleid

De Duitse regering wil dat de Bundesbank en na 1 januari de Europese Centrale Bank de rente verlagen om de economische groei te stimuleren. Bovendien zouden centrale banken beter moeten luisteren naar de politiek. De centrale bankiers sloten meteen de rijen. President Duisenberg van de Europese Centrale Bank, Trichet van de Banque de France, Tietmeyer van de Bundesbank en ook Wellink van De Nederlandsche Bank tonen zich fel gekant tegen de inzet van de rente voor de stimulering van de economische groei en de werkgelegenheid. Maar waarom eigenlijk?

De nieuwe Duitse regering is een offensief begonnen tegen de Bundesbank en de Europese Centrale Bank, die per januari 1999 het rentebeleid voert voor de landen die de euro invoeren. Het rentebeleid zou volgens bondskanselier Schroder (gisteren op bezoek bij premier Kok) en minister van Financien Lafontaine moeten worden ingezet om de economische groei te stimuleren en de werkloosheid te verminderen. Bovendien zouden centrale bankiers te onafhankelijk zijn van de politiek. Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank en als zodanig lid van het bestuur van de Europese Centrale Bank, hoort echo's uit de jaren zeventig.

Wat vindt u van het offensief dat de Duitse regering-Schroder is begonnen tegen de Bundesbank en de Europese Centrale Bank?

“Het was voor mij geen verrassing dat er kritiek zou komen. Dat is onderdeel van het ritueel van een nieuwe regering. Maar de kracht van de kritiek heeft me verrast. Het gevoel is dat het een beetje uit de hand is gelopen. Zo verklaar ik ook de modererende woorden die Schroder vervolgens gesproken heeft.'

Heeft de kritiek gevolgen voor het vertrouwen in de euro?

“Als deze discussie over de taak van centrale banken doorgaat, dan zou dat geen goede zaak voor de euro zijn. Duitsland is altijd het stabiliteitsanker van Europa geweest. Dat moet nu geen kruipend anker worden. Het is zelfs de vraag of de hevigheid van de Duitse kritiek op de Bundesbank en de ECB niet in strijd is met het verdrag van Maastricht. Dat zegt dat regeringen geen instructies mogen geven aan centrale banken, maar ook dat er niet moet worden getracht “de leden van de besluitvormende organen van de ECB of van de nationale banken bij de uitvoering van hun taken te beinvloeden'.

Wat er door Duitse regeringsleden is gezegd, vind ik op het randje van het verdrag. Maar het is vooralsnog de opvatting van slechts een regering. Zij benadrukt bovendien de onafhankelijkheid van de Bundesbank en de ECB te respecteren.'

De lagere Duitse, en daarmee Europese, rente waar op wordt aangedrongen kan de economische groei toch extra aanjagen en de werkloosheid laten dalen?

“Het gaat niet goed met de werkgelegenheid in de vier grootste landen van de EMU: Duitsland, Frankrijk, Italie en Spanje. Maar dat heeft structurele oorzaken. Als die landen door de financiele crisis van buitenaf een schok krijgen, dan blijft de werkloosheid hoog, of stijgt weer. Dan kun je als reactie allerlei beleidsimpulsen krijgen, en maatschappelijke onrust. Natuurlijk worden, nu de hoge werkloosheid zo traag daalt, samenlevingen ongeduldig. Wat er nu aan kritiek op de centrale banken van de Duitse regering komt, is daar al voor een deel een uiting van.

“Maar je moet niet de illusie hebben de structurele problemen met monetaire maatregelen te kunnen verhelpen. De roep om het verlagen van de rente is een makkelijke optie. Het lijkt aanvankelijk niemand geld te kosten, maar op termijn is het effect wel schadelijk. Als je op oneigenlijke gronden de rente zou verlagen, dan gaat dat ten koste van de reputatie van de ECB en de prijsstabiliteit.'

Maar de verwachtingen voor de economie verslechteren intussen wel. Duitsland schroefde gisteren zijn groeiprognose voor 1999 al terug naar 2 procent.

“De vertraging van de economische groei komt door dominante krachten van elders in de wereld die niet door een kleine renteverlaging kunnen worden geneutraliseerd. De euro-economie is een relatief gesloten economie.

De factoren die de groei echt onder druk gaan zetten is een vertrouwenscrisis van producenten en consumenten. Die komt dan boven op schade voor bedrijven bij de export, slechte resultaten van vestigingen van Nederlandse bedrijven in probleemlanden, en mogelijke repercussies voor de kredietverlening door banken die elders schade hebben opgelopen in de financiele crisis.

“We hebben echter nog geen signalen van een zogenoemde credit crunch in Europa, en zeker niet in Nederland waar de kredietverlening op een hoog niveau blijft. Enige terughoudendheid bij banken heb ik hier niet gesignaleerd. In de VS zijn er wel sterke signalen dat de kredietverlening aan het bedrijfsleven onder druk staat.'

Houden de deelnemende landen aan de EMU zich aan de vereiste begrotingsdiscipline?

“De begrotingstekorten in de eurolanden vallen dit jaar mee. Ten opzichte van eerdere ramingen komen de tekorten lager uit. Dat komt met name door de meevallende economische groei in de eerste helft van 1998. Ik sluit echter niet uit dat voor 1999 de zaak er slechter uit gaat zien.'

Wat vindt u van het idee van Europees Commissaris Mario Monti om overtreders van het Stabiliteitspact dispensatie te geven als de overschrijding van het tekortplafond van 3 procent is veroorzaakt door stijgende overheidsinvesteringen?

“Ik beschouw de uitlatingen van Monti als onjuist en, omdat ze de onzekerheid over het toekomstige begrotingsbeleid vergroten, als schadelijk. Hij wil de overheidsinvesteringen betrekken in de vraag of begrotingsbeleid voldoet aan de voorwaarden van het stabiliteitspact. Ook in dit huis heeft ooit sympathie bestaan voor het idee dat overheidsinvesteringen een andere component zijn van een begrotingstekort dan andere overheidsuitgaven.

En uit het verdrag van Maastricht valt af te leiden dat bij het vaststellen van een excessief tekort bekeken moet worden of het begrotingstekort groter is dan de overheidsinvesteringen. Maar er is in het Stabiliteitspact, dat het verdrag van Maastricht in feite vertaalt naar procedures voor de beoordeling van tekorten, toch gekozen voor een absoluut plafond van 3 procent. Anders zou je definitieproblemen krijgen. Welke uitgavenpost is nog wel te beschouwen als een overheidsinvestering en welke niet meer? Dat neemt niet weg dat het mogelijk is dat een nieuwe versie van het Stabiliteitspact procedures zou kunnen toepassen, waarin het Verdrag anders wordt geinterpreteerd, hoewel dat volgens mij niet voor de hand ligt.'

Naast begrotingspolitiek beinvloedt ook de loonvorming de speelruimte die centrale bankiers hebben met het rentebeleid.

“Wat me echt zorgen baart is het gevaar dat de loonvorming volgend jaar niet snel genoeg reageert op de verslechterende economie. Dat zou een te grote reele loonstijging tot gevolg kunnen hebben. Dat Lafontaine heeft gepleit voor sterkere loonstijgingen in Duitsland om de consumptie aan te wakkeren, zou enorm slecht zijn voor de werkgelegenheid van het land.

“In Duitsland zijn er grote structurele problemen. Niet het rentebeleid maar het arbeidsmarkt- en het fiscale beleid zullen een belangrijke bijdrage moeten leveren aan de oplossing daarvan. De Duitse economie is altijd al inflexibel geweest, met een rigide arbeidsmarkt en veel subsidies aan de industrie. Wat er echt nodig is om een werkelijke sprong te maken met de werkgelegenheid is een loonmatigingsbeleid zoals we dat in Nederland hebben gehad. Als je kijkt naar de langjarige loonontwikkeling tussen Nederland en Duitsland, dan zie je dat in de periode 1983 tot 1997 de loonkosten per eenheid product in Nederland onveranderd zijn gebleven, terwijl die in Duitsland per saldo met 35 procent gestegen zijn.

Daar heeft de vorige Duitse regering ook te weinig aan gedaan.'

De Duitse staatssecretaris van Financien Noe noemde de Bundesbank vorige week in Die Zeit “absolutistisch en pre-democratisch'. Zijn centrale bankiers, en dan met name de ECB, niet te onafhankelijk van de politiek gemaakt?

“Het instellen van een onafhankelijke centrale bank is een zelfbeperking die politici zich hebben opgelegd. Hun tijdshorizon is begrijpelijkerwijs korter dan die van de centrale bankiers. Maar de onafhankelijkheid van de centrale bank is nooit bedoeld om politici de mond te snoeren. De communicatiekanalen tussen de Europese regeringen en de centrale bank zijn geregeld, zij kunnen elkaars vergaderingen bijwonen.

Op dit moment gonst het in Duitsland van de geruchten over de opvolging van Bundesbank-president Tietmeyer per 1 september volgend jaar. Nu circuleert ook al de naam van Lafontaine's tweede man, staatssecretaris Heiner Flassbeck. Is de Europese Centrale Bank kwetsbaar voor politieke benoemingen?

“Het zou ernstig worden als men de benoemingen van nationale centrale bankiers en leden van de directie van de ECB gaat politiseren. Als de 17 leden van de Raad van Bestuur van de ECB op volstrekt politieke gronden zouden worden benoemd, in plaats van op basis van vakkennis, dan kan dat op termijn de homogeniteit van het Europese Stelsel van Centrale Banken aantasten. Laten we hopen dat men de wijsheid heeft dat niet te doen. Nederland is overigens een voorbeeld van onfhankelijke benoemingen. De PvdA-er Duisenberg werd destijds bankpresident onder een kabinet van CDA en VVD. Ikzelf ben CDA-lid en benoemd door een kabinet van PvdA, VVD en D66.'

Sinds twee jaar is de sociaal-democratie in Europa aan een opmars bezig, met de verkiezingswinst van de SPD in Duitsland als jongste overwinning.

Signaleert u op dit moment een verandering in de politieke cultuur in Europa?

“Tussen de sociaal-democraten in Europa bestaan grote verschillen. Wat me opvalt is de neiging van de Duitse regering om aan de knoppen te draaien, de wens om te sturen. Een aantal van de gemaakte opmerkingen doen me denken aan de jaren zeventig.

“De reflex is nu kwalijker dan toen. Vandaag de dag weet iedereen dat reele loonstijgingen banen vernietigen en dat een expansief begrotingsbeleid de economie maar in beperkte mate kan ondersteunen. Maar in de jaren zeventig kwam er een externe schok, de olieprijsverhoging, die we niet verwacht hadden in een wereld waarin we Keynesiaans waren opgevoed. Uit die Keynesiaanse droom zijn we ruw wakker geworden, de een wat eerder dan de ander.

“Doelzones om de euro, de dollar en de yen stabiel tegenover elkaar te houden, zoals geopperd door Lafontaine, zijn een slecht idee. Net zoals gedwongen huwelijken een slecht idee zijn. Los van alle bezwaren moet ik het nog zien dat de Japanners en de Amerikanen er aan mee zouden doen. Bovendien moet je ook bereid zijn de doelzones te verdedigen met een gecoordineerd rentebeleid. Daarvoor loopt de conjunctuur in de drie blokken te ver uiteen.

“Voor een deel is de terugkeer van de wens om te sturen het teken van een slingerbeweging. Na de overheersende cultuur van liberalisering en deregulering, is er kennelijk enige behoefte tot correctie. Maar de nieuwe Duitse regering zit op een leercurve. Het doet denken aan het begin van het tijdperk-Mitterand bij de aanvang van de jaren tachtig, toen een expansieve economische politiek overhaast moest worden herroepen. Mijn interpretatie van de uitslag van de Duitse verkiezingen is dat de kiezers wel andere gezichten wilden na 16 jaar Kohl, maar geen ander beleid.'

Nevenfuncties onder meer: lid Board of Directors van de bank voor Internationale Betalingen; lid van de Groep van Tien Governors; lid Governing Council en General Council van de Europese centrale Bank

te Frankfurt