De juiste toon

AANGIFTE VAN misdadig gedrag moet in een rechtsstaat vanzelfsprekend zijn zei premier Kok tijdens het slotdebat Geweld op Straat in Leeuwarden. Dit vormde het sluitstuk van een reeks debatten in provinciale hoofdsteden met als aanleiding de schokkende dood van Meindert Tjoelker, die een jaar geleden in Leeuwarden werd doodgetrapt nadat hij tijdens een uitgaansavond iets had gezegd over het stelen van fietsen. Dit voorval stond niet op zichzelf.

Nederland is er echt van geschrokken. Het gevoel dat er daden nodig zijn en niet alleen mooie woorden was tastbaar. Vorm te geven aan dat gevoel bleek een stuk minder eenvoudig. Het eerste kabinet-Kok bracht in februari een beleidsstuk uit. Daarin sprak het onder meer de horeca aan op zijn eigen verantwoordelijkheid. Daar was alle aanleiding toe, want kenmerkend voor het probleem van de gewelddadigheid is dat het diepe maatschappelijke wortels heeft. Het is te gemakkelijk om te zeggen dat de politie het maar moet opknappen. Dit probleem is van ons allemaal zoals Kok nu weer met reden in herinnering brengt.

Vorige minister van Justitie Sorgdrager ging zelfs zover dat ze opperde het happy hour in cafes (drankjes tegen weggeefprijzen) te verbieden. Dat was nu net een stap te ver. Het vinden van de juiste toon is ook voor Kok niet eenvoudig gebleken. Hij spoort niet alleen de burger aan zelf stelling te nemen maar vindt dat mensen anoniem aangifte moeten kunnen doen van zinloos geweld. Omstanders kunnen een begrijpelijke angst hebben om verklaringen af te leggen tegen wildemannen. Maar geheime aangiften zijn in het strafrecht met reden verdacht omdat zij zo moeilijk controleerbaar zijn. Aan dat bezwaar valt niet zomaar voorbij te gaan. Als de Nederlandse justitie dat al zou willen, dan is er een goede kans dat zij op de vingers wordt getikt door de organen van het Europees verdrag voor de rechten van de mens in Straatsburg.

ER IS ECHTER nog een groter probleem met die aangiften. Vorige week liet het openbaar ministerie weten dat het wellicht tienduizend zaken moet seponeren omdat ze wegens capaciteitstekort bij de rechterlijke macht niet tijdig ter zitting kunnen worden gebracht.

Het gaat daarbij niet alleen om burenruzie of belediging maar ook om mishandeling, inbraak en zedendelicten. De nieuwe minister van Justitie, Korthals, heeft direct een stokje gestoken voor de sepots uit capaciteitsgebrek, die hij met reden een “totaal verkeerd signaal' noemt.

De bewindsman is tegelijk huiverig voor het alternatief van de Amsterdamse hoofdofficier van justitie om naar Amerikaans voorbeeld met verdachten te onderhandelen over een lagere strafmaat als ze de zaak bekennen. Daar zitten griezelige kanten aan (de partijen zijn ongelijk), maar in het economisch of fiscaal strafrecht zijn onderhandelingen volgens deskundigen al heel gewoon. In elk geval blijft de vraag, wat dan? Uitgerekend deze week heeft de behandeling van de eerste begroting van Korthals plaats. Hij heeft deze voor het grootste deel geerfd van zijn voorgangster, maar van hem mag wel een duidelijk signaal worden verwacht over de benarde staat van de justitie. Daarover bestaan vele onduidelijkheden.

Is Nederland zoveel punitiever geworden dat het justitie-apparaat wel moet vastlopen? Of is het, zoals sommigen suggereren, mede de schuld van het Europese recht dat allerlei strenge eisen aan de procedures stelt? En zo ja, wensen we dan strafprocedures die juridisch beneden de maat blijven? Hebben de officieren van justitie nog wel voldoende liefde voor het strafrechtelijke handwerk en zouden ze niet gewoon wat minder moeten vergaderen? Klaagt de rechterlijke macht met reden over achterstallig onderhoud? Of kunnen de rechters zichzelf niet wat flexibeler inroosteren?

KORTHALS wil niet per se de wereld veranderen, concludeerde het Juristenblad vorige week in een kennismakingsvraaggesprek: telkens maar nieuwe visies leiden alleen maar tot onrust.

Zijn ambitie is justitie weer te maken zoals het vroeger was, betrouwbaar, degelijk en vol zelfvertrouwen. Dat zou inderdaad heel wat zijn, want een goede justitie moet het van deze eigenschappen hebben.

Het inschakelen van gepensioneerde rechters, zoals de minister voorstelt als stoplap voor de achterstallige strafzaken, kan hij niet werkelijk als een antwoord bedoelen. Dergelijke handigheidjes kunnen even van nut zijn, maar zijn - om in zijn eigen termen te blijven - geen goed signaal.