De hoertjes van Lucky Luke

Het gerestaureerde Gemeentemuseum in Den Haag heeft eindelijk de beschikking over een modegalerij, waar een deel van de 45.000 stuks tellende kledingcollectie getoond kan worden. Van een cocktailjurkje van Audrey Hepburn tot een avondtoilet van Chanel.

Er moesten duikers aan te pas komen om de betonnen vloer van de nieuwe modegalerij van het Haagse Gemeentemuseum te helpen leggen. Diep onder het gebouw, verzonken in het grondwater en vastgelegd aan zware ankers, ligt nu een schitterende vierkante mode-zaal met een verhoogde omloop. In drie grote glazen vitrines, belicht door zachte spotjes, staan de hoofdloze poppen in hun rijke gewaden. Niet statisch - zoals vaak het geval is bij kledingtentoonstellingen - want door de speling van het licht en door de dynamische opstelling lijken de poppen op de bezoekers van een bal, die even uitrusten tussen twee dansen door.

Eindelijk heeft het Gemeentemuseum een geschikte ruimte om selecties van zijn 45.000 exemplaren tellende collectie - de grootste kledingverzameling van het land - te tonen. Onder de grond, zodat er geen daglicht bij kan komen (net als die in het Metropolitan Museum in New York), en klimatologisch geheel beheersbaar. Drie keer per jaar zullen hier tentoonstellingen georganiseerd worden, varierend van eigentijdse ontwerpers, zoals de Japanner Yoshiki Hishinuma, tot exposities met een historisch perspectief.

De collectie bestaat deels uit schenkingen, deels uit eigen aanschaffen. Enkele jaren geleden was er in het Gemeentemuseum een tentoonstelling van kleren van de ontwerper Givenchy, die ooit toebehoorden aan Audrey Hepburn en later aan het museum waren overgedaan. In een van de vitrines staat nu het roze ballonvormige cocktailjurkje bestikt met lichtroze kwastjes, dat Hepburn droeg in haar rol van Holly Golighty in Breakfast At Tiffany's.

De kledingstukken die zelf verworven zijn, vertelt conservator Ietse Meij, werden altijd gekozen met de bestaande collectie in het achterhoofd.

Zo richt Meij zich op Japanse ontwerpers als Yamamoto, Rei Kawakubo en Issey Miyake omdat het Gemeentemuseum al een mooie verzameling negentiende-eeuwse Japanse 'kimono-rokken' (gewatteerde zijden kimono's) in haar bezit heeft. Door een hiaat van vijf jaar waarin er geen budget was voor nieuwe aankopen ontbreken nog stukken van baanbrekende ontwerpers als Alexander McQueen John Galliano, de Belgen Dries van Noten, Martin Margiela en Ann Demeulemeester, en Nederlandse nieuwkomers als Aziz Bekkaoui en Viktor & Rolf.

Bij de keuze die ze uit deze nieuwe lichting gaat maken laat Meij zich leiden door de vraag 'hoe komt dit over in de toekomst'. “Ik vraag me dan af of een bepaald kledingstuk representatief is voor de tijd waarin we leven', zegt Meij. “Of de toekomstige Nederlanders door hiernaar te kijken een kloppend beeld van ons krijgen. Daarom zal ik eerder een kledingstuk van Dries van Noten kopen dan iets van Martin Margiela. Voor mij staat Van Noten dichter bij de werkelijkheid van nu.'

In de kelder staan de poppen intussen roerloos in hun jaloersmakende jurkjes (de drie vitrines tonen uitsluitend vrouwenkleren). De fuchsiaroze zijden 'receptiejurk' met opgebonden sleep en opengewerkte kanten mouwen die doet denken aan de hoertjes ten tijde van Lucky Luke's Wilde Westen; de galajapon uit 1750, die zulke breed uitgebouwde heupen heeft dat er een ladenkastje onder past; de prachtige, simpele avondjurk van Chanel van zwarte zijden crepe met langs de lage rug en hals een cremekleurige ruche als een baan slagroom. Geen vrouw blijft er ongevoelig onder, zo blijkt als een klein meisje met haar moeder door de zaal loopt. Plotseling trekt ze haar moeder mee om aan te wijzen welke jurk ze 'later' wil hebben. Ze kiest een eigentijds stuk met een klassieke inspiratie: 'Gauguinachtige wildernis' van Frank Govers, een blauw-groene avondjurk met strikken op de schouder en borduursel van tropische bloemen.

    • Hester Carvalho