Cetnik, professor, president; Nikola Poplasen

Aan de oorlog in Bosnie hield Nikola Poplasen een door een granaatexplosie gebroken geweer, de eretitel 'hertog' en foto's in heldhaftige poses over die nog altijd zijn kantoor sieren. Hij vocht voor de heilige Groot-Servische zaak tegen de moslims, voornamelijk bij Bihac, in het noordwesten van Bosnie, een echte cetnik, met de dolk en de lange baard die zo mooi in de cetnik-traditie passen, net zoals zijn lidmaatschap van de Servische Radicale Partij (afdeling Bosnie) van de ultranationalist Vojislav Seselj dat doet.

Sinds gisteravond is de hardliner Nikola Poplasen president van de Servische Republiek in Bosnie, opvolger van de gematigde Biljana Plavsic die de afgelopen paar jaar zo prettig samenwerkte met de internationale gemeenschap bij de verwezenlijking van het vredesakkoord van Dayton. Poplasens overwinning bij de presidentsverkiezingen van 12 en 13 september was dan ook een hele schrik voor die internationale gemeenschap.

Nikola Poplasen, tot dusverre mordicus anti-Dayton - “Dayton is een intermezzo tussen twee oorlogen', heeft hij gezegd - heeft zijn militair uniform uitgedaan, zijn lange baard gekortwiekt, zijn lidmaatschapskaart van Seseljs club van moslims- en Kroatenvreters opgeborgen en zijn standpunten bijgesteld: hij weet al te goed dat er, wil de Servische Republiek weer worden opgebouwd, geen alternatief voor Dayton is. En dus heette het gisteren bij zijn installatie dat de nieuwe president het vredesproces steunt, wil samenwerken met vredescoordinator Carlos Westendorp en zal meewerken aan de opbouw van een markteconomie - op voorwaarde dat de Westerse donorlanden met economische hulp en investeringen in 'zijn' helft van Bosnie doorgaan.

Vrijwillig ging dat niet: de internationale gemeenschap heeft Nikola Poplasen sinds zijn electorale zege herhaaldelijk gedreigd dat elke stap terug in het vredesproces onmiddellijk leidt tot een stopzetting van de hulp, en dat in dat geval alleen nog zaken zullen worden gedaan met Milorad Dodik premier van de Servische Republiek en, net als Plavsic, voorstander van Dayton. En de plotselinge bijstelling van standpunten mag dan niet van harte gaan, maar als Servische nationalist kan Poplasen aan 'Dayton' wel zijn eigen nationalistische draai geven: Dayton heeft de Serviers per slot van rekening 'een eigen staat' geschonken.

De in Sombor in de Vojvodina, in het uiterste noorden van Joegoslavie, geboren Poplasen (46) staat in Bosnie bekend als de intellectueel van het radicale Servische nationalisme: hij is schrijver van een aantal boeken, is afgestudeerd in zowel politieke wetenschappen als sociologie, heeft lesgegeven aan de universiteit van Sarajevo en doet dat nog steeds aan die van Banja Luka, een tamelijk kleine man met een felle blik, een man van - tot nu toe - forse uitspraken, over het VN-tribunaal voor de berechting van oorlogsmisdadigers bijvoorbeeld, dat hij als 'farce' en 'toneel' omschrijft, een man ook die de autoriteit van Carlos Westendorp tot nu toe heftig heeft bestreden. Het gebroken geweer dat hij uit de oorlog bewaart, is voor Nikola Poplasen uitdrukkelijk geen vredessymbool, maar een herinnering aan de strijd, het levensgevaar en zijn overleven.

De lakmoestest komt binnen tien dagen: dan moet Poplasen een nieuwe premier van de Servische Republiek in Bosnie aanwijzen. Als het aan de internationale gemeenschap ligt, moet dat opnieuw Milorad Dodik worden of hoe dan ook een vertegenwoordiger van Sloga, de coalitie van gematigden die in september de parlementsverkiezingen in de Servische Republiek won en die het parlement in Banja Luka dan ook domineert.